Een leven als een graphic novel

Een expo in de stad waar hij vandaan kwam, dat was de laatste wens van Mehmet Tunali. Een tekenaar die naar Amsterdam kwam toen hij in Turkije niet meer veilig was.

Een figuur in Türk Mafiasi (links) is gebaseerd op Tunali’s vader, zijnAmsterdam onder water (rechts) speelt in Nederland. Beeld Mehmet Tunali

Mehmet Tunali (1955-2004) verdient een plekje in de Lambiek Comiclopedia, ’s werelds grootste databank van striptekenaars. Al was het maar vanwege Amsterdam onder water, een sciencefictionstrip uit 1982. Zoveel verhalen over Amsterdam na een atoomramp en Nederlands-Turkse tekenaars bestaan er niet.

Het levensverhaal van Mehmet Tunali biedt genoeg stof voor een Turkse graphic novel. Hij heeft er zelf al het begin voor gemaakt. Een van de figuren in zijn strip Türk Mafiasi baseerde hij op zijn vader, een beruchte kroegbaas in een van de achterbuurten van Istanbul.

De tekening is te zien op een tentoonstelling (tot 13 december) in Studios Çukurcuma in Istanbul, samengesteld door zijn zoon Tan. Çukurcuma is nu een hippe buurt met antiekwinkels, ontbijtzaakjes en onder meer het museum van schrijver Orhan Pamuk. Toen Tunali opgroeide in dit soort smalle straten was hij een van de vele scharrelaars in de drukte. Als jochie verkocht hij water, citroenen en later kranten op straat. Een basisschoolleraar ontdekte zijn tekentalent.

Tunali raakte bevriend met een karikaturist, Faruk Bey, die met zijn schildersezel iedere dag in de drukke winkelstraat Istiklal stond en keek van hem de kunst af. Faruk Bey stierf toen Mehmet twaalf was. Hij nam diens plek in en tekende voor 2 Duitse mark per stuk buiten schooltijd portretten.

Vanaf zijn veertiende reisde Tunali veel en werkte onder meer als illustrator in Duitsland. Rond de militaire staatsgreep in 1980 was Turkije voor hem als dienstweigeraar niet meer veilig en vertrok hij definitief. Zijn omzwervingen eindigden in Amsterdam, de eerste tien jaar als illegaal. Hij wist te trouwen met hulp van een communistische burgemeester in Beerta in het rode Oost-Groningen. Met zijn Nederlandse vrouw kreeg hij zoon Tan. Hij ontwikkelde zich verder als schilder. Welkom voelde hij zich door de problemen met zijn papieren niet. Vanaf het moment dat hij een Nederlands paspoort kreeg en hij geen broodtekenaar meer hoefde te zijn, omarmde hij schilderen. Zijn stijl werd expressionistischer met grove olieverfstreken en sprekende kleuren.

Hij had een studio bovenin de Graansilo, een monumentaal gebouw in de Amsterdamse haven. Zijn tijd daar werd zijn ‘renaissance’, staat in de catalogus voor de expo. Hij heeft daar niet lang van kunnen genieten. Tunali kreeg prostaatkanker en overleed in 2004.

Zijn zoon Tan Tunali omschrijft zijn vader als een buitenstaander. „Hij was totaal niet bezig met wat anderen van hem dachten, maar zijn levensverhaal is stoer en inspirerend.”