Een geschifte familie regeerde Engeland

De kinderbescherming zou zijn opgetreden in het 18de-eeuwse huishouden van de Britse koning George I. Ook George III gedroeg zich eigenaardig. Het hele vorstenhuis was volstrekt disfunctioneel.

Nigel Hawthorne als de Britse koning George III en Helen Mirren alskoningin Charlotte in de film ‘The Madness of King George’(1994) Foto Keith Hamshere/Getty Images

In de moderne wereld is het koningschap een anomalie. Werd vroeger het idee van een door God gezonden leider, wiens uitverkoren status werd overgedragen op diens oudste zoon, niet serieus ter discussie gesteld, sinds de Verlichting, de secularisering, de opkomst van het meritocratische denken en de liberale notie dat mensen gelijkwaardig zijn, stond het concept onder toenemende druk. Onder deze druk, die al spoedig een politiek karakter kreeg, is het idee van het koningschap sterk veranderd. Ontdaan van nagenoeg alle macht is het in de westerse wereld niet meer dan een ornament dat op z’n best de illusie van een soort nationale saamhorigheid kan versterken.

Hoe dit proces verliep is al vaak beschreven, maar meestal vanuit het perspectief van de winnaars – de politici die de macht overhevelden van de kroon naar de, al dan niet democratisch gekozen, volksvertegenwoordiging. Niet minder interessant is het om te kijken naar de wijze waarop vorsten reageerden op deze ontwikkeling, hoe zij de ‘schade’ trachtten te beperken en zich, al dan niet gedwongen, aanpasten aan een nieuwe realiteit.

Ook is het boeiend te zien hoe mensen reageren op de voorrechten en verplichtingen die de in alle opzichten uitzonderlijke positie van monarch met zich meebrengt. Hoe geef je inhoud aan een publieke functie, die je alleen dankt aan het feit dat je in een bepaalde familie bent geboren? Hoe kun je een enigszins normaal privéleven leiden, als je door je positie in het middelpunt van de belangstelling staat?

Oranjes

Het afgelopen jaar is veel aandacht besteed aan de wijze waarop de tweehonderd jaar oude Nederlandse monarchie hierop heeft gereageerd. Maar veel van de problemen waarmee de Oranjes geconfronteerd werden deden zich al eerder voor in Engeland, dat in de achttiende eeuw het modernste land ter wereld was. De monarchie moest zich er aanpassen aan een politieke realiteit die zich in Nederland pas na 1848 voordeed. Wat de ontwikkeling daar bovendien zo interessant maakt, is dat er een kleurrijk en merkwaardig vorstengeslacht op de troon zat: het Huis Hannover .

Nadat duidelijk was geworden dat het huwelijk van stadhouder-koning Willem III en Maria Stuart kinderloos zou blijven, en ook de wettige erfopvolgster, Maria’s zuster Anna, na de dood van haar zoon geen kinderen meer zou krijgen, nam het Engelse parlement in 1701 de Act of Settlement aan. Deze wet moest voorkomen dat de troon in handen zou komen van de nakomelingen van de afgezette, katholieke Jacobus II.

Bepaald werd dat de troon toebehoorde aan de protestantse nakomelingen van Sophia van Hannover, de kleindochter van de in 1625 overleden Jacobus I. Na het overlijden van Anna, in 1714, besteeg zodoende keurvorst Georg van Hannover de troon van wat inmiddels Groot-Brittannië was geworden. Deze George I sprak geen Engels, zou zich nooit thuis voelen in Engeland, en haatte zijn zoon, die hem in 1727 als George II opvolgde. De Hannoverianen vormden een volstrekt disfunctionele familie, die tegenwoordig ongetwijfeld de kinderbescherming op zijn dak zou krijgen.

In The Strangest Family schetst Janice Hadlow een even onthutsend als smakelijk groepsportret van een familie vol overspel, incest, moord – George I liet vermoedelijk de minnaar van zijn vrouw vermoorden, waarna zij verbannen werd – en waarin vaders steevast een bloedhekel aan hun zoons hadden. Maar toch deden de Hanoverianen op hun manier wel hun best.

Toen George III (1738-1820) in 1760 zijn grootvader opvolgde – zijn doodongelukkige vader was negen jaar eerder overleden – nam hij zich voor een voorbeeldige familieman te worden en moreel leiding te geven aan zijn land, dat als gevolg van de Industriële Revolutie en de koloniale expansie een stormachtige ontwikkeling doormaakte. Hoewel hij zijn vrouw, Charlotte van Mecklenburg-Strelitz, pas ontmoette op zijn trouwdag, was hij dol op haar en schonk zij het leven aan niet minder dan vijftien kinderen. Enthousiast over allerlei verlichte denkbeelden met betrekking tot ouderschap en opvoeding probeerde het echtpaar zijn kroost zo verantwoord mogelijk groot te brengen.

Schoondochters

Mede als gevolg van politieke spanningen – George III voerde voortdurend strijd met politici en tijdens zijn bewind scheidden de Amerikaanse koloniën zich af – had het koningschap echter een funeste invloed op het welzijn van dit gezin en was de relatie tussen het koningspaar en de kinderen allesbehalve harmonieus. George begon zich ook steeds vreemder te gedragen, wat lange tijd geweten werd aan een zeldzame stofwisselingsziekte, die tegenwoordig wordt beschouwd als het resultaat van een combinatie van somatische kwalen en een bipolaire stoornis. Ineens bleek de beheerste, monogame koning die een voorbeeld voor zijn onderdanen wilde zijn, ook te kunnen vloeken, tieren, slaan, schoppen, en gingen in seksueel opzicht alle remmen bij hem los. Op zeker moment zou hij zelfs hebben geprobeerd zich te vergrijpen aan een van zijn schoondochters, terwijl hij zich ook schuldig maakte aan verkrachting binnen het huwelijk.

Het verhaal van deze geschifte familie wordt door Hadlow niet alleen met veel smaak, enthousiasme en flair verteld, maar ook met de nodige empathie. Ze besteedt veel aandacht aan de gebreken en ontsporingen van deze royals, maar heeft ook oog voor hun sympathieke kanten, goede bedoelingen en verdiensten. Bovendien blijkt dat zelfs in de achttiende eeuw al duidelijk werd dat van mensen die zich in zo’n onnatuurlijke positie bevinden moeilijk verwacht kan worden dat ze zich volkomen ‘normaal’ gedragen. Zelfs als je nog geen republikein was, kom je na lezing van dit boek vrijwel zeker tot de conclusie dat het koningschap iets is dat je eigenlijk niemand mag aandoen.