Draghi is bereid om Duitsers te negeren bij monetair beleid ECB

Het opkopen van staatsschuld door de ECB komt dichterbij, nu unanimiteit in het bestuur geen voorwaarde meer is.

Unanimiteit binnen het bestuur van de Europese Centrale Bank is niet vereist als er meer en verder gaande maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat de inflatie in de eurozone, nu 0,3 procent, te ver daalt, of omslaat in deflatie.

Dit heeft president Draghi gisteren gezegd na afloop van de bestuursvergadering van de ECB. Op de financiële markten wordt verwacht dat de centrale bank begin volgend jaar kan overgaan op het opkopen van bedrijfs-en staatsobligaties, om zo meer geld in de economie te pompen en het risico van deflatie tegen te gaan.

Binnen het bestuur van de ECB is fel verzet daartegen, met name door de Duitse bestuurders. „Als je kijkt naar de ervaring uit het verleden, dan hebben we majeure besluiten genomen in het monetaire beleid zonder dat daar unanimiteit over was”, zei Draghi gisteren. „Dat moeten we voor ogen houden.” Draghi zei dat de ECB zich aan zijn opdracht voor het handhaven van prijsstabiliteit moet houden. „We zijn hier geen politici. We hebben hier een duidelijk mandaat voor.”

De taal van de ECB was gisteren steviger dan voorheen. Werd eerder gesproken van de ‘verwachting’ het balanstotaal van de centrale bank met 1.000 miljard euro te vergroten door middel van de aankoop van effecten en door extra kredieten aan banken, nu is term veranderd in ‘intentie’.

Draghi zei gisteren met verdere actie te willen wachten tot duidelijk is wat bestaande opkoop- en kredietprogramma’s opleveren. De bedragen die daarmee gemoeid zijn, vallen vooralsnog echter tegen.

De economen van de ECB schroefden gisteren hun prognoses van de economische groei en inflatie in de eurozone fors terug. De centrale bank verwacht 1 procent en 1,5 procent economische groei in respectievelijk 2015 en 2016. Die percentages waren drie maanden geleden nog 1,6 en 1,9.

De prognose voor de inflatie in 2015 is teruggeschroefd van 1,1 procent naar 0,7 procent. Deze voorspellingen zijn gedaan vóór de meest recente daling van de prijs van ruwe olie van 80 dollar naar 70 dollar per vat.

De ECB hield haar belangrijkste rente onveranderd op 0,05 procent.