Column

De VVD moet excuses maken aan kunstenaars, met de pet in de hand

De kunstensector is sterker en ondernemender geworden door de bezuiniging van 2011, meent de VVD. Niet waar, zegt Ilja Leonard Pfeijffer, wat we zien, is de gevreesde kaalslag.

Ik moet mij bij voorbaat ervoor verontschuldigen dat ik geen excuses ga aanbieden. Dat is mij wel gevraagd. En niet aan mij alleen. De VVD vindt dat alle kunstenaars en kunstliefhebbers die in 2011 hebben deelgenomen aan de ‘Mars der Beschaving’ of anderszins hebben geprotesteerd tegen de drastische bezuinigingen op cultuur met eenvijfde van het totale budget door de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra van de VVD, zich nu moeten verontschuldigen voor dat protest. ‘Het zou de demonstranten sieren als ze met de pet in de hand hun excuses zouden aanbieden’, zei VVD-Kamerlid Arno Rutte. Want ze hadden ongelijk. Die bezuinigingen hebben helemaal niet geleid tot culturele kaalslag, maar zijn een stimulans gebleken voor de sector.

Volgens de VVD’er zou dat blijken uit een rapport van het ministerie van OC&W dat deze week verscheen, waarin wordt beweerd dat zowel het aantal uitvoeringen als de bezoekersaantallen zijn toegenomen ten opzichte van 2011. Ook zou het gesubsidieerde cultuuraanbod beter aansluiten bij de smaak van het grote publiek.

Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar het zogenaamd goede nieuws dat in het rapport is vervat, is helemaal geen goed nieuws. Sterker nog, het is precies waar wij in 2011 allemaal zo bang voor waren. Het is mooi dat de gezelschappen en orkesten die nu nog subsidie ontvangen het goed doen. Maar over hen maakten we ons toen ook geen zorgen. We waren destijds vooral bezorgd over al die gezelschappen die niet in het rapport voorkomen, omdat ze inmiddels niet meer bestaan.

En dat je met minder groepen meer uitvoeringen geeft, is evenmin goed nieuws. In feite komt het erop neer dat je meer van hetzelfde hebt. De rijkdom van het culturele klimaat wordt niet gekenmerkt door de hoeveelheid uitvoeringen, maar door de diversiteit. En dat een gezelschap meer uitvoeringen geeft, is geen verdienste maar bittere noodzaak.

Wanneer je minder subsidie krijgt, kun je je het niet langer permitteren een risicovol stuk te brengen waarmee je wellicht twee of drie keer een zaal kunt vullen. Dan ben je, om het hoofd boven water te houden, gedwongen op safe te spelen en iets te programmeren dat negentig volle zalen trekt. Dan krijg je dus inderdaad vanzelf een aanbod dat beter aansluit bij de smaak van het grote publiek. Maar dat is geen teken van vitaliteit, maar van armoede. Intussen zijn alle kleine, experimentele gezelschappen die de moed hadden om op zoek te gaan naar vernieuwing ter ziele.

Het spijt me dat ik het moet zeggen, maar het rapport toont aan dat de verschraling van het culturele aanbod die we destijds vreesden, inderdaad heeft plaatsgevonden. En het zou de VVD sieren als ze daarvoor met de pet in de hand excuses aanbiedt.