Dansmuziek vol weemoed

Het vorige week verschenen debuutalbum Schimanski’s Black Lullabies van Dollkraut (32) is één van de meest originele dansplaten van het jaar. Zijn inspiratiebron? Oude James Bond-films.

‘En, hoe was de intocht door the ghetto?” Pascal Pinkert (32) heeft gevoel voor drama. Pinkert, de man achter de door wave en filmmuziek geïnspireerde eenmansband Dollkraut, woont sinds twee jaar in Geuzenveld. Zeg maar het wilde westen van Amsterdam. Er staat een bord bij de ingang van de wijk: ‘ook bij twijfel, bel 112’. Pinkert maakt er zelf meestal grappen over, maar voor hem is deze plek „ideaal”. Hij tikt op de muur. „Allemaal beton. Als ik binnen de ring ga zitten, dan heb ik binnen de kortste keren ruzie met mijn buren. Maar goed, dan vraag je het wel aan iemand uit Twente.”

Pinkerts debuutalbum Schimanski’s Black Lullabies kwam vorige week uit op The Gym, het label van Brandt Brauer Frick. Het album is een van de meest originele danceplaten van afgelopen jaar. Of nou ja dance, Pinkert beweegt juist steeds verder van de dansvloer weg. Eerdere singles als ‘Catch My Soul’ die hij uitbracht zijn duidelijk houseplaten. Diep, vloeiend maar opgezet rond de ruggengraat van een steady kickdrum. Zijn album klinkt als een kruising tussen, wave, oude italo en Arabische folkmuziek. Niet per se iets voor de dansvloer, zou je denken.

In Pinkerts tweekamerappartement en studio, die hij huurt voor 160 euro per maand, staat een vintage mengpaneel ter grootte van een deur, een drumstel, een oude taperecorder, een Vocoder stemvervormer (hij zingt zelf) en een Spring Reverb: hetzelfde veerapparaat dat Pink Floyd gebruikte, om de tonen uit zijn synthesizer-arsenaal te laten galmen. In de kamer is nog net ruimte voor twee groen fluwelen fauteuiltjes, een stapel misdaadromans en een vetplant.

Rauwheid en weemoed

Pinkert zet een YouTube-video aan van wave zanger Toni Valen, wiens EP Zelda hij opnieuw wilde heruitgeven met Le Voyage, de organisatie waarmee hij feestjes gaf in Arnhem. „De do it yourself-mentaliteit van wave en punk spreekt me erg aan”, zegt hij. „Je hoort het menselijke er heel erg in terug. Het is soms niet op tijd, het is soms vals. Het gaat om de rauwheid. Dissonanten, weemoed. Het leven is niet alleen maar rozengeur en maneschijn, daar kan ik me wel in vinden. Het is ook een soort tegenbeweging, ook. Ik vind dat heel veel moderne technologie de muziek niet ten goede komt. Functies waarmee je automatisch fouten kan herstellen, bijvoorbeeld. Ik kan ook niet naar de Top-40 luisteren. Het is allemaal te makkelijk. Ik zoek toch meer naar drama. Leg er maar gewicht op.”

Pinkert haalt zijn inspiratie uit spaghettiwesterns, Koude-Oorlog-krimi’s, Italiaanse horrorfilms en met name: James Bond. „Ik ben wel een sucker voor die oude Bond-films.” Hij keek ze vroeger op de bank, met zijn pa. „Ik heb de soundtracks allemaal op plaat.” Zijn grote inspirator is John Barry – componist van de soundtracks van elf Bond-films tussen 1963 en 1987. Pinkert zet een Barry-compositie aan. Een symfonie-orkest zet in met dreigende pauken. „Hij gebruikt die functie van die ostinato’s met halve noten heel mooi. Je hoort ook altijd heel goed dat hij het is. Door de keuze van instrumenten, de orkestratie, de gelaagdheid. Ik vind deze periodes ook heel mooi. Toen hij Goldfinger maakte, dat waren echt de hoogtijdagen van de sixties. Hij wist het sentiment heel mooi te vangen van die tijd.”

Cowboydialogen

Hij wijst naar een plaat in de hoek met twee vechtende mannen op de hoes. „De soundtrack van The Ipcress File, die is ook van hem. Echt zo’n Koude-Oorlog-film. Er zit een cimbaal in de muziek, een Hongaars snaarinstrument dat je moet aanslaan met van die stokjes. Hij was een van de eersten die dat ging gebruiken in grote producties. Dat voegt heel veel drama toe. Suspense, drama, dat bracht mensen naar de bioscopen toen. Die films gingen allemaal over zaken van de Geheime Dienst.”

Pinkert gebruikte zelf ook een cimbaal in het nummer ‘Roller Coaster’. Je hoort de liefde voor het witte doek in zijn muziek. Het ingehouden drama, de trappelende spanningsopbouw, de intermezzo’s met cowboydialogen die moeten voorkomen dat je „doorzapt”. Hij gebruikt dezelfde combinatie van oude galmende discomuziek met akoestische bas (Pinkert: „Poolse cosmic funk disco”) en oosterse invloeden als zijn held Barry.

Dit doet meer met je dan Lady Gaga

Je ziet het ook in het artwork van Schimanski’s Black Lullabies. De albumtitel is een verwijzing naar de Oost-Duitse rechercheur Schimanski in de krimi Tatort, die in de jaren tachtig op de Nederlandse televisie werd uitgezonden. De video van het nummer ‘Loose Ends’ is een korte horrorfilm waarin een jong meisje wordt verkracht; daarna slaat ze zelf toe met een strijkijzer. Hij noemt Guido & Maurizio nog als voorbeeld, die zo goed „het corny gevoel van die oude spaghettiwesterns weten te vangen in geluid”. Waarom filmmuziek? „De opbouw is vaak heel gelaagd. Je kunt er dingen in gaan zien, je kunt er dingen mee gaan bedenken. Het doet gewoon veel meer met je dan een makkelijker te versmaden hitje van Lady Gaga. Ik zag afgelopen zondag Selda, de Turkse folkzangeres in Utrecht. Zij zong allerlei nummers die veertig jaar oud waren en nog zoveel emoties bevatten. Het is allemaal weemoed. En dat wilde ik ook weer naar de dansvloer toebrengen. Maar dan wel heel catchy.”