Chinees schaaltje van 20 miljoen

Museum in Leeuwarden heeft keizerlijk porseleinschaaltje uit 1100, stelt Taiwanese expert vast.

In de hoek van de bovenkamer van Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden staat vaste beveiliger Teun. Op tafel ligt, op een wit kussen, het net ontdekte topstuk: het zeer zeldzame penselenbakje dat miljoenen waard is. Conservator Eva Ströber heeft haar horloge en armband met zware kralen uit voorzorg afgedaan. Het kussen met het kleinood schuift ze onder de lamp. Daar ligt het kostbare Ru-bakje in al zijn eenvoud. Het oogt als een onopvallend, sober object. Maar Ströber straalt. „Zie je die verfijnde, simpele vorm? Het is niet groot en niet dichtbeschilderd. Het heeft iets heel moderns. Maar ook iets heel bescheidens.”

Het penseelschaaltje stamt uit 1100 en werd drie maanden geleden als zodanig herkend. Ongeveer 30 jaar lag het in het depot van het Keramiekmuseum. Om het aan de verslaggever te tonen is het uit de kluis gehaald. Ströber doet handschoenen aan en draait het bakje voorzichtig om. „Het bijzondere is dat zowel de voor- als achterkant helemaal geglazuurd is. Die groengrijze gecraqueleerde glazuur doet denken aan jade.” Op de achterzijde staan drie afdrukken van de triangel – het rekje dat gebruikt werd in de keizerlijke Ru-ovens in Noord-China. „Dat is typisch voor Ru. De afstand tussen de drie punten is even groot. Je kunt het zien als een soort Ru-handtekening.”

In de jaren tachtig maakte het schaaltje deel uit van de vaste opstelling van het museum. „Het was niet helemaal duidelijk wat het echt was”, licht Ströber toe. Wel zegt ze dat ze zelf al wel vermoedde dat het bijzonder moest zijn. „Maar in Europa waren er geen experts die konden vaststellen of het om een authentieke Ru ging.” Dat veranderde toen Ru-kenner en vriendin Peichun Yu van het National Palace Museum uit Taipei, dat het meeste Ru-keramiek in bezit heeft, in september naar Leeuwarden kwam. „Zij zag het Ru-bakje en vergeleek het aan de hand van foto’s die we later opstuurden, met de exemplaren in haar museum. Die kwamen overeen.”

Je zou het niet zeggen als je het zo ziet, maar het Ru-bakje is zo’n 20 miljoen waard. Een vergelijkbaar exemplaar bracht twee jaar geleden op een veiling 21,6 miljoen euro op. Maar de waarde van het bakje vindt Ströber niet zo interessant. „Ik ben ervan geschrokken dat mensen zeiden dat we het maar moesten verkopen om uit de geldzorgen te zijn. We verkopen onze stukken niet. Over mijn lijk.”

De prijzen noemt ze overigens „onrealistisch”. „Veel rijke Chinezen betalen elk gevraagd bedrag.” Pronken wil ze wel met het Ru-schaaltje. „Ik wil dat mensen ervan genieten. Volgend jaar wordt het tentoongesteld. In een eigen vitrine.”