China stopt met organengebruik van geëxecuteerde gevangenen

Ter doodveroordeelden raken hun organen niet kwijt. Hoe krijgen patiënten een hart?

China zal na dit jaar geen organen meer gebruiken van geëxecuteerde gevangenen voor transplantaties. Volgens viceminister van Gezondheidszorg, Huang Jiefu, wordt in het grootste deel van de veertig transplantatiecentra in China al geen gebruik meer gemaakt van dergelijke organen.

Door het gisteren aangekondigde besluit zal de grote schaarste aan nieren, levers, ogen, harten en longen verder toenemen en zullen de prijzen op de zwarte markt stijgen. Negentig procent van de organen die werden getransplanteerd waren tot 2012 afkomstig van gevangenen. Dat percentage is inmiddels al gedaald naar veertig. Veroordeelden mogen overigens wel vrijwillig organen beschikbaar stellen, tegen een financiële vergoeding om nabestaanden te helpen.

In China wachten dit jaar 300.000 patiënten op een nieuw orgaan. Slechts 10.000 van hen kunnen worden geholpen. Daarom was de drie jaar oude beslissing om te stoppen met het ‘oogsten’ van organen in de dodencellen een aantal keren uitgesteld.

Het aanbod van organen van gevangenen is sterk verminderd omdat het aantal geëxecuteerde gedetineerden is gedaald van 1.2000 in 2002 tot 2.400 vorig jaar. Dat komt doordat het aantal misdaden waarop de doodstraf staat, is verminderd.

In samenwerking met het Rode Kruis is een systeem voor vrijwillige donatie naar Amerikaans voorbeeld opgezet. Maar tussen 2010 en 2013 stelden slechts 1.448 mensen hun organen beschikbaar. Dat komt neer op nog geen 0,6 personen per miljoen inwoners.

Veel mensen zijn huiverig om als donor op te treden. Transplantatie zou naar boeddhistische opvatting de eenheid van het lichaam na de dood verbreken. Ook is er de gegronde vrees dat organen terecht komen in het omvangrijke illegale circuit.