‘Beeldvorming van Spelen is grondig mis’

IOC-lid Claudia Bokel

Het IOC hervormt. Drie IOC-leden over de toekomst van de Spelen. Claudia Bokel, voorzitter atletencommissie, trapt af. „Geen nieuwe Spelen creëren.”

IOC-lid Claudia Bokel, in 2004 als schermster winnaar van zilver, wil geen al te grote veranderingen. „De sporters zijn hartstikke tevreden.” Foto Getty Images

Terug in Nijmegen, dat voelt vertrouwd. In de stad waar Claudia Bokel haar studie scheikunde als master afrondde, schetst het Duitse IOC-lid een zonnig toekomstbeeld van de Olympische Spelen. Ze snapt dat „bepaalde veranderingen nodig zijn”, maar niet noodzakelijkerwijs voor de sporters. Die hadden en houden het goed tijdens Spelen.

Natuurlijk, als voorzitter van de atletencommissie volgt ze haar sporthart. En dan krijgt Bokel een warm gevoel van de op handen zijnde hervormingen binnen het IOC, waaraan op 8 en 9 december in Monaco een buitengewone Sessie wordt gewijd. Het kan altijd beter, maar de sporters komen er in de voorstellen goed vanaf, vindt de voormalige schermster en kind van een Duitse vader en een Nederlandse moeder, van wie de wieg 41 jaar geleden in Ter Apel stond.

Even terug in Nederland eet Bokel met zichtbaar genoegen brood met kroket. Die vind je niet in der Heimat, waar ze na haar tijd op het scherminternaat in Bonn is blijven wonen. Het IOC-lid vertelt warm over de omgeving van de lunchplek, die ze nog kent uit haar studietijd aan de Radboud Universiteit. Nijmegen en Nederland zijn allerminst uit haar systeem verdwenen. Het weerzien smaakt naar meer, evenals de kroketten.

Olympisch machtscentrum

Via de Duitse route heeft Bokel carrière gemaakt in het IOC, waar ze voorzitter van de atletencommissie is en qualitate qua deel uitmaakt van de executive board, zeg maar het bestuur van het IOC. Zij draait mede aan de knoppen in het olympisch machtscentrum. Als voormalige (Duitse) schermster – wereldkampioene (2001), drievoudig deelneemster aan de Olympische Spelen en zilveren medaillewinnares (team, 2004) – spreekt Bokel de taal van de kleedkamer. Zij vraagt zich bij veranderingen vooral af of het atletendorp wel goed geoutilleerd blijft, de jacht op doping overeind blijft en de sporter de spil blijft waar het tijdens Olympische Spelen om draait.

Bokel profileert zich als een voorzichtige sportbestuurder; niet iemand die een olympische revolutie nastreeft. Hervormen oké, maar als het aan Bokel ligt niet te rigoureus. „Ik denk niet dat we nieuwe Spelen moeten creëren”, is ze duidelijk. „Als er al veranderingen noodzakelijk zijn, dan ten aanzien van het programma, om de Spelen aantrekkelijk te maken voor alle landen. Nee, ik geloof niet dat we alles opnieuw moeten uitvinden. De sporters waarin Londen en Sotsji hartstikke tevreden over de Spelen.”

Vanuit die beleving heeft Bokel zich gestoord aan de kritiek rond de Winterspelen in Sotsji. Het ging meer over Poetin, de antihomowet en de hoge kosten dan de Spelen zelf. Want die waren in Bokels ogen goed georganiseerd. Licht geïrriteerd: „Het was negatief en nog eens negatief, terwijl ik wist dat ‘Sotsji’ voor de sporters voortreffelijke Spelen zouden worden.”

Maar heeft Bokel geen moeite met de exceptioneel hoge overheidsinvesteringen waar in Sotsji sprake van was? Dat straalt toch ook op het IOC af? „Zeker kun je daar vraagtekens bij zetten, maar de beslissing over kandidaatsstelling komt toch niet uit de lucht vallen. Er is toch geen burgemeester die plotseling zegt: ik wil de Olympische Spelen. Daar gaat toch een heel proces aan vooraf. Ik denk dat met de nieuwe voorstellen de kosten ingedamd zullen worden. Trouwens, er zijn genoeg voorbeelden van effectieve Spelen. Neem ‘Londen’ waar met succes de Spelen gebruikt zijn om de achterstandswijk East End weer leefbaar te maken.”

Grondig mis

De beeldvorming rond Olympische Spelen moet volgens Bokel worden verbeterd. „Als Duitsland, Noorwegen en Zwitserland de Spelen niet willen, is er iets grondig mis met de perceptie”, betreurt de oud-schermster. „Een kandidatuur moet goed overgebracht worden. Ik heb dat van nabij meegemaakt in München, dat de Winterspelen van 2018 misliep en dat via een referendum een tweede kans werd ontnomen. Wij zijn naïef geweest; dachten dat de Spelen juist geweldig voor die regio zouden zijn. Om de bevolking mee te krijgen is er dus niet goed gecommuniceerd.”

In het belang van de sporter steunt Bokel de hervormingsvoorstellen, al betreurt ze dat de gevraagde levenslange straf voor dopingzondaars niet ingevoerd is, omdat die bevoegdheid bij WADA ligt. Daar staat tegenover dat schone sporters op de Spelen beter beschermd worden en een verbod op discriminatie op grond van seksuele geaardheid in zowel het Olympisch Handvest als het contract van IOC met de olympische stad wordt opgenomen. Pure winst, oordeelt Bokel.

Als een nog grotere overwinning beschouwt ze het behoud van een bed voor iedere sporter in het Olympisch Dorp. Bokel: „Het atletendorp is essentieel voor de olympische sfeer. Ik ben mordicus tegen volledige versnippering. Het mag niet zo zijn dat we allemaal kleine wereldkampioenschappen houden die we gezamenlijk de Olympische Spelen noemen. Het atletendorp is een heel aparte plek, waar sporters elkaar ontmoeten, samen eten en genieten van die speciale sfeer. Zonder een atletendorp verliezen de Olympische Spelen uniciteit.”