Alleen van uitersten word ik rustig

Ter gelegenheid van haar tiende sterfdag verscheen er een boek met onthullende interviews, waarin Sagan kritisch naar zichzelf kijkt. Daarnaast schreef Anne Berest een biografische roman over haar idool.

Françoise Sagan: ‘Een schrijver is een bezeten leugenaar, vindingrijk, mythomaan, een gek’ Ongedateerde foto Gianni Giansanti/Corbis

In 1979 schreef Françoise Sagan een brief aan Jean-Paul Sartre: ‘Ik wilde dat u deze brief op 21 juni zou ontvangen, een geluksdag voor Frankrijk omdat u, ik en recenter Platini op die dag zijn geboren, drie voortreffelijke mensen, die zijn bejubeld of wreed vertrapt’. Wat volgt is een ode aan de man die volgens Sagan ‘de intelligentste en eerlijkste boeken van zijn generatie’ heeft geschreven en die als enige ‘intelligent, teder en onkreukbaar is gebleven in een eeuw die krankzinnig, onmenselijk en verrot is’.

Het is de enige brief die is opgenomen in Je ne renie rien, een van de titels waarmee uitgeverij Stock de tienjarige sterfdag van Françoise Sagan viert, op 24 september 2004. Bovendien is het zestig jaar geleden dat haar eerste roman verscheen, Bonjour tristesse, die haar in een klap wereldberoemd maakte. Sagan is en blijft een legende – tot op de dag van vandaag.

Begin 1954 bracht een achttienjarig meisje een manuscript naar een Parijse uitgeverij. Nog geen jaar later waren er meer dan een miljoen exemplaren van haar roman verkocht, in vijfentwintig talen. Hoe dat ook al weer kwam, lees je uitgebreid in dit interviewboek, dat is samengesteld uit tientallen vraaggesprekken die Sagan in haar hele leven heeft gegeven.

Haar moeder? Dochter uit een rijke familie van grootgrondbezitters ‘die nooit in hun hele leven iets hadden uitgevoerd’. Haar vader? Zijn familie vergaarde fortuin in de industrie. Haar ouders hielden van het goede leven, feesten en snelle auto’s. Hun kinderen hielden ze niet zo scherp in de gaten. Toen Françoise op haar twaalfde van school werd gestuurd, slaagde ze erin dat drie maanden voor haar ouders te verbergen. Iedere ochtend pakte ze haar schooltas en bracht de dag door met lezen op de Seinekades.

Pijnstillers

Ook andere elementen van de mythe Sagan komen voorbij: haar auto-ongeluk in 1956, haar verslaving aan pijnstillers en haar drankgebruik. Vaak windt Sagan zich erover op dat de media vooral schrijven over haar geld, ‘men sluit me op in een personage. [...] Op mijn achttiende was ik rijk en beroemd en dat heeft men me nooit vergeven. Ik weet eigenlijk niet wat men mij nu precies verwijt, dat ik veel geld verdiend heb of dat ik het heb uitgegeven’.

Voor geld heeft Sagan geen respect, alleen al om wat het mensen aandoet: ze moeten ervoor werken, hebben geen tijd, zitten doodvermoeid in de metro. Luxe? Dat is de tijd voor iets hebben. ‘De samenleving steelt onze tijd, ze heeft geen enkel respect voor het individu’, zegt Sagan, ‘mijn favoriete bezigheid is de tijd voorbij laten gaan, de tijd nemen, tegen de tijd ingaan. Ik haat alles wat de tijd inperkt’ – een uitspraak die sindsdien alleen maar actueler is geworden. De interviews zijn niet van een jaartal voorzien, waardoor je nu eens een piepjonge en dan weer een meer reflectieve, oudere Sagan hoort spreken. De laatste schroomt niet om kritisch naar zichzelf te kijken: ‘Alleen van uitersten word ik rustig, intellectueel en fysiek. Ik word aangetrokken door alles wat niet rustgevend is’. Of: ‘een schrijver is een bezeten leugenaar, vindingrijk, mythomaan, een gek, een evenwichtige schrijver bestaat niet’. Over het moederschap: ‘mijn zoon heeft mijn leven veranderd, maar ik ben geen moederkloek. Als ik het vliegtuig neem, besef ik dat er een ongeluk kan gebeuren, ik sluit verzekeringen af. Maar vooral heb ik voor het eerst het idee dat er iemand is die het recht heeft me te beoordelen. [...] Ik heb niet meer het recht dood te gaan.’

Erfenis

Sagan liet dusdanige schulden achter dat haar zoon, Denis Westhoff, de erfenis in eerste instantie niet kon accepteren. In zijn boek Sagan et fils (besproken in Boeken 3.8.2012), dat nu als Sagan & zoon in vertaling is verschenen, brengt hij een ode aan zijn moeder en kondigt hij een kruistocht aan om alle idiote roddels over haar te ontkrachten. Westhoff was het ook die de Franse romanschrijfster Anne Berest (1979) vroeg een boek over zijn moeder te schrijven. Het werd Sagan 1954, een curieuze biografische en tegelijkertijd autobiografische roman die meer over Anne Berest zegt dan over Françoise Sagan.

Berest voert zichzelf voortdurend als personage op: ze heeft liefdesverdriet en gebruikt de opdracht voor het boek over Sagan als drug om haar eigen sores te vergeten. Ze leeft zich volledig in en laat het cruciale jaar 1954 de revue passeren. Ze verbeeldt zich dat Jean Cocteau Sagan ziet lopen met haar vriendin Florence Malraux, ze laat Sagan nadenken over een verjaarscadeau voor haar zus of ze laat haar televisie kijken naar het meisje dat, samen met haarzelf, het tijdsbeeld zou bepalen: Brigitte Bardot. ‘Wat zou je voelen als je zo’n enorme boezem hebt?’

Wanhopig is Berest op zoek naar de vraag hoe te leven na je scheiding. Ze zoekt het antwoord door zich onder te dompelen in het leven van Sagan – niet in haar werk. Wat ze aantoont is dat schrijven therapeutisch kan zijn. Maar ze laat niet de waarde van Sagans oeuvre zien. Berest voegt een titel toe aan de vele boeken over de mythe, maar doet precies wat de Sagan zelf in haar interviews zo zegt te betreuren: het gaat weer eens niet over haar literaire werk, haar stijl of over haar passie voor de denkbeelden van Sartre. Zo blijft Sagan opgesloten in het eeuwige personage dat men van haar heeft gemaakt, dat van een romantische, vrijgevochten jonge vrouw over wie je enigszins melancholiek spreekt en die leefde in een zorgeloze tijd die voorgoed voorbij is.