‘Alle dansers hebben iets van hun erfgoed ingebracht’

De choreografe leidt sinds 2012 een Australisch gezelschap. In haar nieuwe ‘247 days’ speelt ze met hun diverse afkomst.

Choreografe Anouk van Dijk leidt het Australische Chunky Move. foto michael danischewski

Een driehoeksbord buiten zetten om je voorstelling te promoten, dat slaat nergens op in een immens land als Australië. Alleen met giga billboards, en dan overal, maak je jezelf zichtbaar. In de twee jaar die zij nu artistiek leider is van gezelschap Chunky Move, heeft choreografe Anouk van Dijk (49) ontdekt wat het betekent in een grote stad in een groot land te leven en te werken. „Even op een dag drie vrienden opzoeken, zit er in Melbourne gewoon niet in. Bestuursleden van Chunky Move komen per vliegtuig naar de tweemaandelijkse vergadering!” Ze geniet van de gedrevenheid in de cultuursector down under. Voor het eerst presenteert zij nu ‘haar’ gezelschap in Nederland.

In 2012 volgde Van Dijk Gideon Obarzanek op, de oprichter van Chunky Move, dat dankzij een cultuurminnende eerste minister van de staat Victoria kon uitgroeien tot een van de belangrijkste dansgezelschappen van Australië. Haar artistieke emigratie kwam precies op tijd. Van Dijk, die in 1996 eigen werk begon te maken en een eigen bewegingssysteem ontwikkelde, de Countertechnique, was toe aan iets nieuws. En met het oog op de aanstaande cultuurbezuinigingen zou dat er in Nederland niet in zitten. Ze mocht Chunky Move gaan leiden. Bijzonder, zeker in een land met een strikt immigratiebeleid.

Anouk van Dijk weet nu uit eigen ondervinding hoe dat voelt, immigrant zijn. „Ik heb net een taaltest gedaan, om een permanente werkvergunning te krijgen, zodat ik ook elders zou kunnen werken. Nu heb ik alleen op grond van mijn werk voor Chunky Move een zakenvisum. Dan zit je daar, met vierhonderd vreemdelingen, allemaal met hetzelfde doel.”

Ze heeft veel bewondering gekregen voor mensen die op een andere plek op aarde een nieuw leven beginnen, zeker als dat onvrijwillig is. „Dat is zo heftig. Laatst hoorde ik een mooie uitspraak: mensen kunnen pas echt ergens integreren als ze door de locale bevolking worden gerespecteerd om wie ze zijn. Dan pas kunnen ze hun oude cultuur loslaten. Dat betekent een enorme verantwoordelijkheid voor het ontvangende land.”

In de voorstelling 247 days, de eerste productie die zij acht maanden na aankomst op haar nieuwe werkplek maakte, is het immigrantenperspectief in zoverre aanwezig, dat alle dansers iets van hun erfgoed hebben ingebracht: muziek, film, een boek. „Ze zijn allemaal geboren in Australië, en voelen zich ook heel erg Australiër, maar ieder heeft zijn eigen achtergrond: Vietnamees, Frans, Indiaas, Schots/Singaporees. Dat voel je in hun manier van bewegen. Er is een jongen die op een boerderij in de bush is opgegroeid, met geweren en zo. Een klein mannetje, rauw en ongepolijst, niet opgevoed met oog voor vorm. En dan een danseres met Indiase ouders: heel precies en geplaceerd. Dat is volgens mij de kern: Australisch zijn, is een combinatie zijn. ”