Wij overschatten de Russische dreiging

De Russische dreiging tegen Europa wordt overdreven. Rusland is nog zwak en de grootste legeroefeningen blijven gericht op het oosten, schrijft Jonathan Holslag.

Illustratie Hajo

‘En wat als u het nu eens volledig verkeerd voor hebt, wat als Vladimir Poetin uit is op een confrontatie met het Westen en niet terug schrikt voor meer geweld?” De Amerikaanse generaal tuurde me over zijn bekertje lauwe koffie streng aan: „Kijk naar de patrouilles nu bijna boven heel Europa, de enorme troepenopbouw langsheen de grens. Poetin leeft in een andere wereld en de meeste Russen steunen hem daarin. Jullie Europeanen spelen met vuur.” Ik moet toegeven dat die discussie met een kleine groep NAVO-officieren in Rome twijfels opriep over mijn aanvankelijke standpunt, dat het met Rusland wel niet zo’n vaart zou lopen.

En toch: na de feiten nog eens op een rijtje te hebben gezet, zie ik nog steeds geen reden tot paniek. Een gewapende confrontatie zit er niet aan te komen. Rusland zal weliswaar honderden miljarden extra aan defensie spenderen, maar zelfs in het meest optimistische scenario komt de militaire machtsopbouw nog niet in de buurt van wat de Sovjets ooit op de been brachten. De nieuwe brigadestructuur van de landmacht heeft, naar wat ik hoor, geen einde gemaakt aan de demotivatie en de logge commandostructuren. De modernisering van de luchtmacht verloopt traag en dan zwijgen we nog over de marine. Het komt mij voor dat Rusland vooral streeft naar goed bewapende eenheden voor kleinschalige conflicten en naar een moderner nucleair arsenaal dat de grote spelers op afstand moet houden.

Als er al voorbereidingen worden getroffen voor grotere conflicten, dan is dat vooral in het Aziatische deel van Rusland. Sinds enkele jaren ligt het zwaartepunt van de elite-eenheden, de tankbrigades, de luchtverdedigingseenheden en de artillerie in het Centrale en het Oostelijke Militaire District. Voor wat de marine betreft, blijf de Noordelijke Vloot de belangrijkste, maar ook die vloot wordt steeds vaker in het oosten ontplooid. Interessant is ook dat de grootste jaarlijkse oefeningen niet plaatsvinden aan de grens met Oekraïne, maar in de Siberische vlaktes nabij China.

Ook in de buitenlandse politiek is de terughoudendheid van Rusland even interessant als de schijnbare arrogantie. Rusland zou bijvoorbeeld wel eens een cruciale geste gedaan kunnen hebben in de onderhandelingen tussen het Westen en Iran, door te aanvaarden de productie en verwerking van nucleair materiaal over te nemen van Teheran. Rusland heeft zich na de recente bekrachtiging van een handelspact tussen Europa en Moldavië ook gedeisd gehouden en tezelfdertijd bijna een contract met Gazprom verlengd. Nadat een legerhelikopter van bondgenoot Armenië werd neergehaald, lieten de Russen de kans liggen om de vermoedelijke daders, Azerbeidzjaanse grenstroepen, een lesje te leren.

Hoe komt het dan dat we zo zwart-witdenken, met aan de ene kant mensen die vrezen dat de oorlog nakend is en aan de andere kant mensen die geen vuiltje aan de lucht zien? Ik denk dat dit in de eerste plaats Europa’s eigen zwakheid blijft. We overschatten de Russische dreiging, maar onderschatten Europa’s kwetsbaarheid. Ook al hebben de Russen nog een lange weg te gaan met hun militaire modernisering; met de huidige militaire aftakeling in Europa en de Amerikaanse focus op Azië kentert de machtsbalans in ons nadeel. Die zwakheid bestaat evenwel ook op politiek vlak. Zolang de Europese landen het niet eens geraken over een gezamenlijke geopolitieke kaart, kunnen lui als Poetin die desoriëntatie ongestraft uitbuiten.

Grote risico’s blijven er op de langere termijn. Het is duidelijk dat het Kremlin een politieke invloedssfeer wil en dat het vaak neerkijkt op de vermeende decadentie in West-Europa. Het is ook niet denkbeeldig dat Poetin zich met zijn strategie van destabilisatie en desoriëntatie vastrijdt, zodat toenadering met het Westen zeer moeilijk wordt.

Moest zo’n impasse ontstaan in een context van binnenlandse economische stagnatie, is het zeer denkbaar dat het Kremlin voor een nog hardere nationalistische koers kiest. Dan is het weer afwachten waar landen als China en Iran zullen staan. Als daar de afkeer van het Westen verder groeit, staat niets een as van de frustratie in de weg. Dat zou pas echt een dreiging zijn voor Europa.

Het is in ons belang een uitweg uit de impasse met Rusland te zoeken, maar terzelfdertijd moeten we zien te voorkomen dat meer landen in Oost-Europa, op de Balkan, rondom de Baltische Zee en in de Kaukasus in de problemen komen. Gezien de huidige economische malaise, is het zelfs niet ondenkbaar dat ook Europese lidstaten ooit ten prooi zullen vallen aan destabilisatiecampagnes. We kunnen ook niet toestaan dat een economisch zwak Rusland militair machtiger wordt dan de Europese Unie. Rusland is nog geen directe militaire bedreiging voor Europa, maar dat wil niet zeggen dat het er nooit meer van kan komen.