Wietclub zonder achterdeur daagt ‘portier’ Opstelten uit

Opnieuw wordt het tweeslachtige Nederlandse gedoogbeleid voor softdrugs uitgedaagd. Niet door de grenzen van de wet op te zoeken, maar door erover heen te gaan. In Amsterdam is onder de naam Tree of Life de eerste, besloten, club in Nederland opgericht, die zijn leden zelf gekweekte wiet verstrekt, tegen betaling van contributie en afrekening per gram.

Bij deze ‘cannabis social club’ staat niet een handelaar aan de achterdeur illegaal zijn waar te slijten; nee, de vereniging verzorgt zelf de planten. Officieel vijf stuks per lid, zoals naamkaartjes in de vorm van labels die aan de planten hangen, moeten aantonen. Dat is zoveel als een thuiskweker in huis kan hebben zonder dat hij strafrechtelijk wordt vervolgd. De club zegt de leden vijf gram aan wiet te verkopen; zoveel als ook voor coffeeshops wordt gedoogd. Hoe meer leden de club telt, hoe meer planten. Veel praktisch verschil met illegale kwekerijen, die soms bij bosjes worden opgerold, is er niet. Het Openbaar Ministerie, dat opereert onder verantwoordelijkheid van minister Opstelten (Justitie, VVD), is op de hoogte gesteld en doet onderzoek. Mogelijk zal dit dus aan de rechter worden voorgelegd om tot een oordeel te komen. En dan is de kans groot dat OM en Opstelten opnieuw het lid op de neus krijgen.

Denk aan de uitspraak die de rechtbank Noord-Nederland in oktober deed. De rechters verklaarden twee wiettelers uit Bierum wel schuldig aan overtreding van de Opiumwet maar legden hun geen straf op. Omdat alles wat zij verder deden, keurig volgens de regels van de wet was. Ze betaalden belasting , hielden hun boekhouding op orde en leverden uitsluitend aan coffeeshops. Of het vonnis in hoger beroep standhoudt, is af te wachten, maar ook in andere strafzaken lieten rechters blijken dat zij de logica van het gedoogbeleid van de wetgever niet vermogen in te zien.

Dat is de boodschap die Tree of Life al heeft begrepen: opereer overigens in alle opzichten legaal, dan zal dat kweken van die planten vermoedelijk niet worden bestraft.

Opstelten toont zich een hardnekkig tegenstander van aanpassing van het gedoogbeleid aan de realiteit. Ondanks een verzoek van tientallen gemeenten, die op het voordeel wijzen dat zo een deel van de drugshandel uit de criminaliteit wordt gehaald en de overlast die dat geeft, wordt teruggedrongen.

De minister wijst op internationale afspraken. Maar social cannabis clubs zijn er al in Duitsland, Spanje, en Tsjechië, en ook België kent een soortgelijk systeem. De minister is als een portier aan de achterdeur, die niet doorheeft dat iedereen door de voordeur binnenkomt.