Kunstschatten eindelijk in openbaarheid: Parijs is de eerste stop

Gezicht op het Singel, 1885

Het is een van de minst bekende kunstschatten van Nederland: de Collectie P. en N. de Boer. Deze stichting beheert alleen al acht werken van Vincent van Gogh en daarnaast bijna vijfhonderd schilderijen en tekeningen van oude meesters uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw.

De Van Goghs zijn weleens uitgeleend. En drie topstukken hangen in bruikleen in het Rijksmuseum, het Mauritshuis en museum Boijmans. Voor het overige is de collectie slechts eenmaal publiekelijk getoond, in 1966 op een tentoonstelling in het Singer Museum in Laren.

Aan de onbekendheid van de verzameling komt nu een einde. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de stichting opent volgende week bij de Fondation Custodia in Parijs de tentoonstelling ‘Tussen Goltzius en Van Gogh’, met zo’n honderd werken uit de Collectie De Boer.

Die expositie moet een keerpunt worden in de geschiedenis van de verzameling, zegt Niels de Boer, een achterneef van Piet de Boer (1894-1974), de kunsthandelaar die de collectie bijeenbracht. De schilderijen zijn schoongemaakt, gerestaureerd en van nieuwe antieke lijsten voorzien, een digitale catalogus is in de maak.

Niels de Boer licht toe: „De collectie moet in de toekomst breed te zien zijn. Over bruiklenen en rondreizende tentoonstellingen valt te praten.”

De collectie telt vijf tekeningen en drie schilderijen van Vincent van Gogh. Onder de schilderijen is een van de twee Amsterdamse stadsgezichten die Van Gogh maakte. Een gezicht op de Koepelkerk op het Singel in Amsterdam.