Oudste kras is op Java gekerfd

Een half miljoen jaar geleden bekraste een mens op Java een schelp. Die schelp werd ruim een eeuw geleden al opgegraven. Nu pas is de kras gevonden en tot in detail onderzocht: het is de oudste kras door Homo erectus gemaakt. Niemand weet wat het betekent.

Is het kunst? Tellen? Onderzoeker José Joordens: „Hij deed het, dus hij kon het.”

Een bekraste schelp is het oudst bekende voorwerp waarin mensen een abstract patroon graveerden. Een Homo erectus op Java trok een half miljoen jaar geleden een zigzaglijn over de schelp met een scherp voorwerp, waarschijnlijk een haaientand. Dat is 400.000 jaar eerder dan het in Zuid-Afrika gevonden bekraste okerblokje, van Homo sapiens. Dat was tot nu toe recordhouder van de oudste inscriptie. Van Homo erectus, die 1,9 miljoen jaar tot mogelijk 150.000 jaar geleden leefde, is nog nooit zoiets gevonden.

Een internationaal team onder leiding van de Nederlandse archeologen José Joordens en Wil Roebroeks maakt de ontdekking van de opzienbarende schelp vandaag bekend in Nature. Het gaat om één van meer dan honderd schelpen die de Nederlandse paleontoloog Eugène Dubois tussen 1891 en 1900 op Java heeft opgegraven. Dubois is de ontdekker van Homo erectus, de ‘Javamens’. De apothekerszoon uit Eijsden vond eind negentiende eeuw een kies, schedelkapje en dijbeen van Homo erectus in een rivierbedding op Java.

Op dezelfde plek, inmiddels permanent onder water door een stuwdam, vond Dubois nog veel meer fossielen, waaronder beenderen van uitgestorven olifanten en makaken, vissentanden en schelpen. In hun Nature-artikel tonen de onderzoekers aan dat sommige van deze schelpen door Homo erectus zijn opengeboord. En dat één schelp waarschijnlijk als mes of krabber is gebruikt. Het is voor het eerst dat archeologen kunnen bewijzen dat Homo erectus schelpdieren at en andere materialen dan steen gebruikte om gereedschappen mee te maken.

Het team dateerde opnieuw de schelpen en Homo-erectus-botten heeft opgegraven. Die zijn niet 1 tot 1,5 miljoen jaar oud, zoals tot nu toe werd gedacht, maar tussen de 430.000 en 540.000 oud.

Collega’s zijn enthousiast. „Nu al een klassieker”, vindt de Nederlandse paleontoloog Fred Spoor. „Dit is een compleet verhaal waarmee de onderzoekers een subtielere kant van de ‘bruut’ Homo erectus tonen. Met het kraspatroon als echte knaller.” De Britse archeoloog Alistair Pike betwijfelt of het een bewuste kras is: „Ik kan me voorstellen dat mensen zo’n patroon toevallig maakten.”

De oeroude zigzagkras ligt gevoelig omdat vergelijkbare patronen die Homo sapiens graveerde in okerblokjes van 70.000 tot 100.000 jaar oud zijn gepresenteerd als vroege kunstuitingen en bewijs dat de makers ervan abstract konden denken en volledig modern waren. Van Homo erectus zal niemand dat durven zeggen.

Ook archeoloog José Joordens en haar collega’s niet. In hun artikel speculeren ze niet over de mentale vermogens van Homo erectus of de betekenis van de kras. Joordens: „Hij deed het, dus hij kon het. Dat is eigenlijk het enige wat we er over zeggen.”

Maar dat het patroon bij toeval ontstond lijkt Joordens uitgesloten. Daarvoor is de gravure te regelmatig en diep in de schelp gekrast. De kras begint op het meest vlakke gedeelte van de schelp, met een doorlopende ‘M’. Joordens: „Precies waar je zou beginnen met werken.” Waar de schelp boller is, is het patroon grilliger. Joordens heeft zelf geprobeerd een verse schelp te bekrassen. „Het is erg lastig om door de bovenste, leerachtige laag heen te dringen. Je moet veel kracht zetten”, zegt zij.

De schelp met de kras is al meer dan een eeuw onderdeel van de Dubois-collectie in Naturalis in Leiden, voordat hij in 2007 werd opgemerkt door een Australische schelpenexpert. Joordens en haar collega’s sluiten uit dat de kras in de moderne tijd is gemaakt, door een verveelde curator, of door een opgraver op Java bijvoorbeeld. De aragonietkristallen in de kras zien er onder de microscoop verweerd uit. Heel anders dan de nieuwe krassen die de onderzoekers zélf in fossiele schelpen slepen, met haaientanden of vuursteen.

Op zoek naar meer bekraste schelpen in de Dubois-collectie, viel het Joordens op dat veel schelpen steeds op dezelfde plek doorboord waren, vlak boven de spier waarmee het schelpdier de twee schelpen bij elkaar houdt. Dieren boren heel vaak gaatjes in schelpen, maar niet zo consequent op dezelfde plek. Ze vermoedde dat Homo erectus de schelpen hier doorboorde om bij het schelpdier te komen.

Joordens probeerde dat zelf uit, bij twee verse schelpen. Eerste klopte ze een fossiele haaientand met een steen op de schelp, maar de haaientand brak. De truc bleek om de haaientand de schelp in te schroeven. „Zodra ik door het parelmoer brak en de spier raakte, lieten de twee schelpen los”, vertelt ze.

Volgens Katherine Szabo, een archeoloog gespecialiseerd in schelpen, laat dit zien dat Homo erectus veel creatiever was in het verzamelen van voedsel dan tot nu toe werd aangenomen. „Maar dat Homo erectus schelpen met geweld openbrak, is voor mij een aanwijzing dat hij schaaldieren niet verhitte. De schelpen die moderne mensen en Neanderthalers achterlieten zijn minimaal beschadigd.”

Van één schelp die Joordens in de Dubois-collectie vond, is de buitenste rand afgehaald, zodat alleen een harde parelmoerrichel overbleef. Die rand is later bijgewerkt en aangescherpt. „Natuurlijk was het technisch onderzoek beslissend. Maar zodra je deze schelp in je handen houdt voel je het”, zegt Joordens. „Dit is een mes.”

De schelpen bleken ook de sleutel tot een nieuwe datering van de Javamens. Sedimentlagen op Java zijn moeilijk te dateren, omdat ze tjokvol zitten met vulkanisch materiaal van verschillende uitbarstingen. Maar in schelpen waren zand en vulkaangruis al die tijd afgeschermd van de omgeving. Uit luminescentie- en isotopenonderzoek bleek dat het zand en gruis in de schelp tussen de 430.000 en 540.000 jaar oud is.

Joordens benadrukt dat haar onderzoek alleen maar mogelijk was, omdat Dubois zo grondig te werk is gegaan en conservatoren zijn collectie bij elkaar hebben gehouden. „Als ik even tijd heb ga ik naar het graf van Dubois in Venlo om er een bloemetje te leggen.”