Lyuba de mammoetbaby vertedert op IJstijdexpositie

Modellen van mammoeten op de expositieGiants of the Ice Age waar ook echte opgezette mammoeten te zien zijn. foto amsterdam expo

Aan het eind van de tentoonstelling mag het. Daar liggen in een bak een aantal grote botten. Mammoetbotten. Echte mammoetbotten. Je mag ze aanraken, oppakken, in je hand houden. Een bot strelen en de vacht erbij denken.

Gezien heb je dan al een heleboel mammoeten, in soorten en maten, op deze tentoonstelling over de IJstijd in Amsterdam Expo, de grote tentoonstellingsruimte op de Zuidas waar eerder al Toetanchamon en de Titanic te bewonderen waren. Er liggen bijvoorbeeld twee wolharige babymammoeten die gevonden zijn in de Siberische permafrost en zo schattig zijn dat ze namen heb gekregen: Lyuba en Dima. Bij Lyuba zijn ook de wolhaartjes bewaard gebleven. Dan zijn er skeletten van merendeels echte mammoetbotten en ook nog eens levensgrote modellen die in een landschappelijk decortje zijn neergezet.

Mammoetbotten blijken helemaal niet zo zeldzaam te zijn, zeker niet in Nederland, dat tijdens de laatste ijstijd een paradijs voor mammoeten was. Een wandschildering laat zien hoe het er hier toen uitzag: een glooiende grasvlakte waarop ook neushoorns en andere grote dieren rondstruinden. Die afbeelding neemt meten een hardnekkig misverstand weg: nee, de mammoet liep ondanks zijn wolharige vacht niet rond in een land van sneeuw en ijs. Dankzij de droogte was de toendra ondanks temperaturen van min twintig niet of met weinig sneeuw bedekt. Mammoeten stierven ongeveer 10.000 jaar geleden uit door het warmer worden van het klimaat.

Nederland was in de IJstijd een paradijs voor mammoeten

Ook met andere bekenden uit de IJstijd zoals de sabeltandtijger, de grottenleeuw en de eveneens wolharige neushoorn maak je op verschillende manieren kennis op deze expositie, die vooral werd samengesteld met bezit uit het Duitse Neanderthal Museum, aangevuld met Nederlandse vondsten uit Naturalis. Die zijn minder spectaculair. Mammoetbotten zijn hier dan misschien niet zo zeldzaam, een heel of bijna heel skelet wel. De botten worden vaak door vissersboten van de bodem van de Noordzee gehaald, die toen geen zee was maar toendra. De mammoeten konden naar Londen lopen.

Uit de verzameling van Naturalis ligt ook een keutel van de grottenhyena, gevonden op de Maasvlakte. Aan dat object is niet veel te zien; het is een bruin balletje. Het ligt er omdat het echt is. De tentoonstelling schakelt voortdurend tussen nep en echt en daardoor blijft het voor de bezoeker een beetje schipperen: aan de ene kant de wens meegezogen te worden in een museaal pretpark van sabeltandtijgers in de aanval en haast grommende holenberen, aan de andere kant de historische sensatie door het zien van echte overblijfselen. De verbeelding wordt nu eens aan het werk gezet en dan weer overschreeuwd.

De expositie besteedt niet alleen aandacht aan de grote beesten uit de ijstijd, maar ook aan de mensen, aan de neanderthalers en aan ons soort mensen en hun overblijfselen. Er zijn foto’s en films van schilderingen in grotten, er is zelfs een soort grot met schilderingen nagebootst, er zitten Neanderthaler-modellen voor een tent. Helaas is alles hier replica, ook in de vitrines met beeldjes uit de prehistorie, zoals de beroemde vondsten van dieren uit de Vogelherdgrot in Zuid-Duitsland. Eén vitrine is gevuld met replica’s van vrouwenfiguurtjes, waarvan er onlangs weer één werd gevonden in Frankrijk. In de vitrine met dieren liggen twee mammoeten, nu niet zo reusachtig als op de rest van de tentoonstelling, maar zo getemd dat ze in je hand zouden kunnen liggen. In de IJstijd werd zo’n beeldje gesneden uit ivoor. Een mammoet van mammoet dus. Je zou aan het eind van de tentoonstelling kunnen denken dat je ook zo’n beeldje betast.