Hulpverslaafd Afghanistan moet afkicken

Regering in Kabul kan nog niet zonder buitenlandse hulp, maar na 2015 wordt die schaarser.

Een Afghaanse soldaat doet mee aan een oefening in Kabul. Foto Reuters

Afghanistan moet weer op eigen benen staan, vindt bijna iedereen. Maar wanneer laat je een kwetsbare staat als Afghanistan precies los? Daarover breken hulporganisaties zich vandaag in Londen het hoofd op een donorconferentie.

De Afghaanse behoefte aan buitenlandse hulp blijft groot, de animo bij Westerse landen om die te blijven geven slinkt daarentegen snel. „We proberen Afghanistan op de kaart te houden”, zegt Jorrit Kamminga, beleidsadviseur van hulporganisatie Oxfam/Novib. „Maar het is lastig. Ik bespeur in Nederland en daarbuiten steeds meer Afghanistanmoeheid.”

Militair moet de nog altijd niet geformeerde regering van de nieuwe president Ashraf Ghani al vanaf januari grotendeels haar eigen boontjes doppen, is door de Amerikanen en hun bondgenoten eerder bepaald. Wel blijven er zo’n 12.000 man buitenlandse troepen achter ter assistentie en betaalt vooral Washington het leeuwendeel van alle militaire uitgaven.

Maar ook in andere opzichten blijft Afghanistan zeer afhankelijk van de buitenwereld. Zo’n 90 procent van alle uitgaven van de Afghaanse overheid wordt nog altijd gedekt door buitenlandse donoren. Tot en met 2015 hoeft Kabul zich geen zorgen te maken. „Voor de periode daarna zijn de toezeggingen een stuk onzekerder”, zegt Kamminga. Mee speelt ook de toegenomen onveiligheid: hulpverleners worden steeds vaker met de dood bedreigd.

„Het is van kritiek belang in Londen dat de donoren een stevige bijdrage blijven leveren”, zegt Dan Feldman, Obama’s speciale vertegenwoordiger voor Afghanistan en Pakistan, in een telefonisch interview vanuit Washington. Dat is geen weggegooid geld, betoogt hij. Het tij is volgens hem onder de nieuwe president Ashraf Ghani gunstiger dan het in lang is geweest. „Het is echt een uniek moment.”

President Ghani twittert intussen bijna dagelijks hoe vastbesloten hij is Afghanistan en de regio vrede en stabiliteit te brengen. Maar donoren kunnen zich afvragen of Afghanistan er, 13 jaar na de verdrijving van de Talibaan uit Kabul en het begin van massale Westerse militaire en civiele hulp, toch niet tamelijk beroerd voor staat.

De Talibaan lijken de wind weer in de zeilen te krijgen. Extra inspiratie puttend uit de opmars van de Islamitische Staat in Irak brengen ze de Afghaanse regeringstroepen regelmatig forse klappen toe. In Kabul waren er de afgelopen weken bijna dagelijks aanslagen. De politiecommissaris bood zijn ontslag aan maar trok dat maandag toch maar weer in.

De drugshandel floreert. Er is dit jaar een record hoeveelheid opium geoogst en zeven maanden na eindeloos touwtrekken is er een nieuwe president maar nog altijd geen regering.

Maar je kunt het ook positiever zien. Miljoenen jongens en meisjes genieten nu onderwijs en de gezondheidszorg is met sprongen vooruit gegaan. Voor het eerst ook heeft Afghanistan een democratische overdracht van de macht meegemaakt.

Na jaren van moeizame samenwerking met de onberekenbare Hamid Karzai is er eindelijk weer sprake van een goede samenwerking met de VS en zijn bondgenoten. President Obama, zo werd twee weken geleden bekend, heeft bepaald dat de circa 10.000 achterblijvende Amerikaanse troepen zo nodig mogen meevechten tegen de Talibaan, anders dan eerder door Washington was aangekondigd.

Ghani heeft stappen genomen om de corruptie aan te pakken. Hij heeft opgedragen om een reeks corrupte bankiers, die de schatkist voor honderden miljoenen euro’s dupeerden, opnieuw te berechten.

Met bezoeken aan China en het buurland Pakistan, dat met zijn interventies ten gunste van de Afghaanse Talibaan soms voor grote onrust in Afghanistan zorgde, heeft hij bovendien duidelijk gemaakt dat hij de betrekkingen met de omringende landen wil verbeteren. Feldman: „Er is een buitenkans op een meer stabiele regio.”

En de bedreiging van IS? Feldman erkent dat de Amerikanen in Afghanistan en Pakistan op hun hoede zijn voor ontwikkelingen als die in Irak. Daar stortte het regeringsleger ineen, toen de IS-strijders opdoken. „We praten met de Afghaanse en Pakistaanse militaire en politieke leiders”, zegt Feldman. „maar we zien nog geen substantiële beweging richting IS.”