Een goed verborgen kunstschat

Piet de Boer was niet alleen een succesvol kunsthandelaar, maar ook een gepassioneerd verzamelaar. Zijn Collectie P. en N. de Boer is haast nooit getoond en is nu, vanwege het vijftig-jarig bestaan, te zien in de Fondation Custodia in Parijs.

Niels de Boer heeft een schilderij van Vincent van Gogh in handen, een korenveld in klaterende kleuren. Niet zo lang geleden deed een buitenlandse verzamelaar een bod van 32 miljoen dollar op het doek, vertelt de kunsthandelaar terwijl hij het schilderij terugzet tegen de muur, naast twee andere schilderijen van Van Gogh. Een medewerker van Sotheby’s noemde het een lachwekkend bod, vertelt De Boer. En dan met een lach: „Ja, veel te laag.”

De Boer (45) vertelt de anekdote met smaak. Het doek is toch niet te koop, voor nog geen 100 miljoen. Het komt uit de verzameling van zijn oud-oom Piet, oprichter van de sinds 1927 aan de Herengracht in Amsterdam gevestigde Kunsthandel P. de Boer. Niels de Boer is de derde generatie De Boer in het familiebedrijf. Op termijn zal hij het overnemen van zijn vader Peter (77), een neef van de oprichter, en zijn moeder Hilde (75).

Piet de Boer was niet alleen een succesvol handelaar, met dependances in diverse Duitse steden, maar ook een gepassioneerd verzamelaar. Kinderen had hij niet en hij wilde dat zijn kunstverzameling bijeen zou blijven. In 1964, tien jaar voor zijn dood, richtte hij daarom een stichting op, die hij ook vernoemde naar zijn eerder overleden vrouw Nelly Pressburger: Collectie P. en N. de Boer.

Die verzameling is een van de best verborgen kunstschatten van ons land. Acht werken van Van Gogh, en verder vooral oude meesters uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw. Meesterwerken van Hendrick Goltzius, Joachim Wtewael en Pieter Aertsen. Prachtige stillevens van Balthasar van der Ast en Ambrosius Bosschaert. Een vrolijk winterlandschap van Hendrick Avercamp. En een aandoenlijke close-up van een muis, toegeschreven aan Jan Bruegel de Oude. In totaal bijna tachtig schilderijen en zo’n vierhonderd tekeningen.

Met uitzondering van de werken van Van Gogh, die regelmatig worden uitgeleend, en drie topstukken die in langdurig bruikleen zijn afgestaan aan Rijksmuseum, Mauritshuis en Boijmans, is de collectie pas één keer publiekelijk te zien geweest: in 1966 in het Singer Museum in Laren.

Onzichtbaar

Aan die onzichtbaarheid komt binnenkort een einde. Ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de stichting is vanaf volgende week bij Fondation Custodia in Parijs de expositie Tussen Goltzius en Van Gogh te zien, met ruim honderd schilderijen en tekeningen en een catalogus.

Custodia-directeur Ger Luijten prijst het bijzondere karakter van de verzameling. „Piet de Boer was een verzamelaar met een bijzonder oog voor tijdloze kunstwerken. Kijk naar zijn tekening van De Gheyn, zijn De Momper en veel andere werken en je ziet hoe hedendaags die oude meesters aandoen. De Collectie De Boer toont het moderne van toen.”

Niels de Boer hoopt dat de tentoonstelling een keerpunt in de geschiedenis van de stichting wordt. „De collectie moet in de toekomst breed te zien zijn. Misschien spreek ik voor mijn beurt, maar over bruiklenen en rondreizende tentoonstellingen valt te praten.”

De stichting heeft moeilijke tijden gekend. Ze bezat een formidabele collectie, maar geen geld. De 10.000 Zwitserse frank die oprichter Piet de Boer in 1974 naliet, gingen het jaar na zijn overlijden al op aan de verzekeringspremie. Van het doel van de stichting – door tentoonstellingen en bruiklenen de liefde voor beeldende kunst bevorderen – kwam daardoor weinig terecht. Net als van het uitvoeren van noodzakelijke restauraties.

In 1995 besloot het stichtingsbestuur daarom honderd oude Franse en Italiaanse tekeningen te laten veilen. Tot verdriet van Peter de Boer. Waarom niet een van de Van Goghs verkocht, stelde hij voor. Die zijn bepaald niet schaars in Nederland, die oude tekeningen wel. Hij kreeg steun uit museumkringen, maar moest zich neerleggen bij het standpunt van voorzitter Simon Levie, de oud-directeur van het Rijksmuseum die namens de Vereniging Rembrandt in het bestuur zat. Van de 2,2 miljoen gulden die de tekeningen bij Christie’s opbrachten, wordt de collectie sindsdien onderhouden.

Inmiddels is de collectie bijna in optimale staat. De meeste schilderijen zijn schoongemaakt en voorzien van fraaie antieke lijsten, de tekeningen zijn vervat in nieuwe, zuurvrije passe-partouts. Een digitale catalogus van de collectie is bijna gereed. Grootste wens, zegt Hilde de Boer, is nu nog een goede papieren bestandscatalogus.

Peter en Hilde de Boer en hun twee kinderen Niels en Tinka vormen samen met voorzitter Rudi Ekkart het huidige bestuur van de stichting. Vader Peter heeft duidelijk een andere band met de collectie dan zoon Niels. Op de vraag of hij zich verheugt op de tentoonstelling bij Custodia, antwoordt Peter de Boer: „Ik ben meer handelaar dan museumman, voor mij komt de stichting op de tweede plaats.”

Zijn vrouw Hilde: „Als Peter in Parijs is vindt hij het vast prachtig.”

Zoon Niels: „Ik zie de collectie absoluut als een lust. Het verhaal gaat dat ik als kind al eens aan mijn moeder heb gevraagd of ik een van de Van Goghs mocht aanraken. Ik vind het echt een genot om af en toe de tekeningen door mijn handen te laten gaan. Voor mij zijn de kunsthandel en de stichting even belangrijk.”

Zijn moeder: „Niels is meer zoals zijn oud-oom dan mijn man. Hij verzamelt zelf ook.”

Japan

Hoe moet het nu verder met de collectie? Piet de Boer had ooit toegezegd zijn verzameling te zullen onderbrengen in het Singer Museum in Laren. Dat plan strandde op onenigheid met de toenmalige directeur. De collectie onderbrengen in een groot museum is voor de familie geen optie. „Als de helft van de werken in depot komt, houden we het liever hier bij elkaar”, zegt Peter de Boer.

Een expositie die reist langs musea in de VS, China en Japan, Niels de Boer zou er niet op tegen zijn. Net als zijn vader kan hij zich voorstellen dat het monumentale grachtenpand van de Kunsthandel P. de Boer op termijn een museum wordt. „Je kunt je afvragen of je in deze tijd als kunsthandel nog zo’n groot pand nodig hebt. We hebben al eens overwogen om museumstatus aan te vragen. Maar dan stuit je meteen op allerlei praktische zaken als openingstijden, rolstoeltoegankelijkheid en nooduitgangen. Om te beginnen moet het eerste een goede studiecollectie worden.”

Zijn vader: „In theorie zou dit pand een museum kunnen worden. Maar dat ga ik niet meer meemaken. Ik hoop dat de zaak nog lang bestaat.”