ECB wacht nog met het aanschaffen van staatsschulden

De Europese Centrale Bank (ECB) begint nog niet met het opkopen van staatsschulden, het laatste redmiddel om de inflatie omhoog te krijgen. Bankpresident Mario Draghi wil eerst kijken naar de gevolgen van de eerder aangekondigde maatregelen.

De Europese Centrale Bank wijzigt niets aan de voornaamste rentetarieven. Foto EPA / Fredrik von Erichsen

De Europese Centrale Bank (ECB) begint nog niet met het opkopen van staatsschulden, het laatste redmiddel om de inflatie in de eurozone omhoog te krijgen. Bankpresident Mario Draghi wil eerst kijken naar de gevolgen van eerder aangekondigde maatregelen, zo stelde hij vandaag in Frankfurt tijdens een toelichting op het rentebesluit.

Die analyse moet ergens ‘begin volgend jaar’ plaatsvinden, aldus Draghi. Op welk moment dat precies is – want ook volgende maand is al begin volgend jaar - wilde de Italiaan niet vertellen. Volgens Draghi zijn de voorbereidingen voor de aanvullende maatregelen al in gang gezet, maar is het moment voor die ultieme stimulans nog niet aangebroken.

Dat de vooruitzichten voor zowel de economische groei als de inflatie in de eurozone deze maand lager liggen dan in september, veranderen daar volgens de bankpresident niets aan. Het bestuur van de centrale bank was unaniem in zijn besluit, aldus Draghi.

Ook rente blijft laag

Onlangs kondigde de ECB al aan dat ze zou beginnen met het opkopen van covered bonds, obligaties met onderpand. Ook koopt de ECB sinds kort pakketten met verhandelbare bankleningen, ook wel asset backed securities genoemd, en biedt de bank langetermijnleningen aan.

Met die maatregelen, gepaard met een historisch lage rente, hoopt de ECB de zwakke inflatie in de Europese muntunie weer wat op te jagen. Vooralsnog blijft de geldontwaarding echter laag. Vorige maand daalde de inflatie naar 0,3 procent, van 0,4 procent in oktober. De ECB streeft naar een niveau van net geen 2 procent.

Naast het uitblijven van extra maatregelen hield de centrale bank ook zijn voornaamste rentetarieven gelijk. De zogeheten refirente - het tarief dat banken betalen om geld in Frankfurt te lenen – blijft daarmee op 0,05 procent.