Deze gebouwen zijn qiqiguaiguai

De lijst met maffe, buitenissige, soms foeilelijke gebouwen in China is lang. Uniforme regels en normen ontbreken. Maar daarin komt binnenkort verandering. President Xi Jinping heeft de architecten al gewaarschuwd.

Theepotgebouw in Meitan Foto’s Imagine China/EPA/ANP/Flckr

Architecten in China met een al te rijke fantasie zijn gewaarschuwd. Gebouwen in de vorm van mannelijke genitaliën, een smartphone of piano met viool als deur, zijn als „bizarre architectuur” door president en partijleider Xi Jinping in de ban gedaan. Net als façades van goden of het Witte Huis.

Tijdens een in beslotenheid gehouden, nu wijdverspreide toespraak over kunst en cultuur, heeft Xi Jinping vooral architecten gewaarschuwd zich te matigen. Sommige gebouwen zien er wel „heel, heel erg vreemd” (qiqiguaiguai) uit en passen niet bij de „Chinese Droom”. Deze maand publiceert het ministerie van Huisvesting en Stedenbouw nieuwe bouwregels.

De lijst met maffe, buitenissige, onpraktische en simpelweg foeilelijke gebouwen is lang. „Ieder land heeft zijn collectie curieuze gebouwen, maar China is, denk ik wel, koploper. Er wordt hier heel veel geëxperimenteerd”, zegt een beleefd formulerende David Gianotten van het Nederlandse Office for Metropolitain Architecture (OMA) in Beijing en Hongkong.

Verwonderlijk is het Chinese bouwkundige eclecticisme niet. In een krankzinnig tempo zijn en worden nieuwe steden en wijken gebouwd, terwijl min of meer uniforme regels en normen ontbreken. En als ze zijn, worden ze vaak halfslachtig toegepast of genegeerd, vooral in de boomtowns in het westen en noorden.

Megalomane bazen succesbedrijven

Internetters en media vermaken zich kostelijk met opstellen van lijstjes van de wanstaltigste architectuur, vaak creaties van bestuursvoorzitters van succesbedrijven, nieuwe rijken met architectuur als hobby en megalomane overheidsfunctionarissen die buitenlandse voorbeelden kopiëren. Vandaar de vele Eiffeltorens in China en buurten in Londense of Amsterdamse stijl, zoals het Shanghaise „Cattenbroek”, een eldorado voor huwelijksfotografie.

In een weekblad suggereerde een topfunctionaris van het ministerie van Huisvesting en Stedenbouw dat zelfs beroemde gebouwen als het Vogelnest (olympisch stadion) en de tweebenige CCTV-toren van de Nederlandse architect en OMA-oprichter Rem Koolhaas, behoren tot Xi’s categorie „bizarre architectuur”. Het stadion noch het hoofdkwartier van de staats-tv past in het nieuwe denken over esthetiek, praktisch nut en „Chinese waarden”, wat die ook mogen zijn.

Xi zelf heeft het belangrijkste gebouw van Koolhaas in China overigens niet genoemd, maar volgens staatspersbureau Xinhua had hij „de Grote Broek”, zoals de volksmond de toren wegzet, wel in gedachten. Natuurlijk heeft het OMA de speech van Xi gespeld. Maar bezorgd dat het markante, veel bekritiseerde en ook geprezen gebouw op afzienbare termijn tegen de vlakte gaat, is architect David Gianotten niet. „Wij krijgen van de gebruikers alleen maar tevreden reacties en het gebouw wordt nu bijna volledig benut.”

Dat wil niet zeggen dat Xi’s kritiek niet serieus wordt genomen. Iedere Chinese en buitenlandse architect (en Chinese ontwerper, schrijver en filmer) heeft de cultuurkritiek gelezen, want zij weten uit ervaring dat algemene gedachten van China’s hoogste leiders zich vroeg of laat vertalen in regels. Vaststaat dat theepotten, Chinese munten, fallussen en andere vreemde vormen straks niet meer mogen. Architecten vragen zich nu af wat dan wel mag.

Xi eist ‘correcte visie’ kunstenaars

Architectuur, net als literatuur en film, rekent de Chinese partijleider tot de „hoge kunsten” en die moeten „de geest inspireren, net als de zon in een blauwe lucht of de frisse wind in het voorjaar”. Het is niet nieuw: Chinese leiders geven graag „richting” aan de kunsten. Mao Zedong deed dat al in 1942 met zijn nog altijd veelgelezen referaat over hoe literatuur, architectuur en kunsten het volk en het socialisme kunnen dienen. Deng Xiaoping haalde graag Stalins uitspraak aan dat „schrijvers de ingenieurs van de ziel zijn”. Zelf had Deng, de architect van het hedendaagse China, een hekel aan lezen.

Xi heeft min of meer dezelfde boodschap („kunstenaars voeren het kunstenbeleid van de partij uit”) nieuw verpakt. In het verlengde van zijn strijd tegen corruptie wil hij na-aperij van het buitenland, vulgariteit (lees erbij: westerse) en „bouwkundig fastfood” uitbannen. Volgens Xi moet de creatieve industrie mensen hoop bieden, vrolijk maken en „laten dromen”, in plaats van zich verliezen in „mateloosheid” en „spilzucht”.

In een aanvullend decreet heeft Xi via de Staatsdienst voor de Media, Radio, Film en Televisie bepaald dat film- en televisiemakers, filmregisseurs en acteurs voor het leren van een „correcte visie” op cultuur minstens 30 dagen bij een bepaald project op het platteland moeten doorbrengen. Daar moeten zij ook de inspiratie opdoen voor „nieuwe thema’s voor films, documentaires. Want, aldus Xi, ook tv- en filmmakers zijn „slaven de markt” geworden. Ook onder Mao werden kunstenaars en intellectuelen naar het platteland gestuurd om „te leren van de massa’s”.

De speech is inmiddels gepubliceerd, ook digitaal, onder de titel Lessen van Xi Jinping en moet worden bestudeerd op architectuur- en kunstacademies, bouwkunde-universiteiten en stedenbouwkundige afdelingen in steden. De eerste demonstratie van loyale studenten tegen „onbegrijpelijke abstracte kunst” heeft al plaatsgevonden.

Volgens de Chinese hoogleraar architectuur Cheng Tianing van de Academie voor Bouwkunde, zal de ruimte voor egotripperij in de bouwkunde een stuk kleiner worden. „Succesvolle bedrijven en steden wilden allemaal hun eigen iconische gebouwen om hun triomfen te vieren en toeristen te trekken. Geld speelde nooit een rol, efficiency en zuinigheid ook niet. Het zal allemaal soberder en vooral ook groener worden. Xi Jinpings kritiek past ook helemaal in zijn strijd tegen hedonisme en corruptie. Bizarre gebouwen zijn in de regel duurder en vaak op corrupte wijze tot stand gekomen”, denkt Cheng.

Slopen? „Ik denk dat veel van de zogenaamde rare gebouwen inderdaad hun langste tijd hebben gehad. Zij worden versneld afgeschreven en er wordt niet of nauwelijks aan onderhoud gedaan. Een tweede leven krijgen deze gebouwen hoogstwaarschijnlijk niet.”