De nieuwe problemen die de strijd tegen IS creëert

Een coalitie van tientallen landen probeert de terroristen van IS te verslaan. Maar dat heeft onbedoelde gevolgen. Welke conflicten worden door deze oorlog aangewakkerd?

Strijders van IS staan vlak voor een luchtaanval-explosie in de Turkse grensprovincie Sanliurfa, op 23 oktober 2014. Foto AFP

De luchtaanvallen van de door president Obama bijeengebrachte internationale coalitie hebben in elk geval de opmars van de Islamitische Staat in de Syrisch-Koerdische stad Kobani afgeremd. Niet veel meer dan dat, ook al stelde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry gisteren in Brussel in de eerste ministersbijeenkomst van de internationale coalitie dat de IS daadwerkelijk is verzwakt.

Maar verzwakt of niet: zoals Washington en Londen met hun invasie van Irak onbedoeld een burgeroorlog en de opkomst van de Islamitische Staat mogelijk maakten, zo zijn tegelijk de contouren zichtbaar van nieuwe, onbedoelde conflicten die uit de huidige interventie in het gebied zullen voortkomen. Een inventarisatie.

1 Bewapening Koerden leidt tot het uiteenvallen van Irak en conflict met Turkije.

Koerdistan bestaat niet. De 30 miljoen Koerden zijn het grootste volk zonder eigen staat. Niettemin hebben verscheidene leden van de internationale coalitie nu wapens aan Koerden geleverd. Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Iran bijvoorbeeld aan de Iraakse Koerden; de VS leverden vanuit de lucht wapens aan de belegerde Syrische Koerden in Kobani aan de grens met Turkije. Het Syrische regime protesteerde daartegen onder verwijzing naar zijn soevereiniteit, maar president Assad wordt niets gevraagd. De Iraakse regering heeft ermee moeten instemmen in de context van haar hulpverzoek aan de wereld tegen de Islamitische Staat, maar onder normale omstandigheden zou zij ook woedend geprotesteerd hebben. De wapens en bijbehorende training van de Peshmerga’s, het Iraaks-Koerdische leger, versterken het Koerdische onafhankelijkheidsstreven.

De wapenleveranties zijn natuurlijk bedoeld om de weinige plaatselijke bondgenoten in de strijd tegen de IS te steunen – zelf willen de coalitiepartners geen grondtroepen inzetten. Maar de kans groeit met de dag dat straks het militair versterkte Iraaks Koerdistan de al zo lang gewenste onafhankelijkheid uitroept. De Koerdische president Masoud Barzani heeft het al diverse malen aangekondigd. Dat belooft twéé nieuwe conflicten: een Koerdische oorlog tegen Bagdad, dat afscheiding nooit zal accepteren, al was het maar wegens de olievoorraden in het noorden, en een crisis met Turkije. Niet voor niets doet de Turkse president Erdogan zo moeilijk over hulp aan de Koerden in Kobani. Hij wil voorrang geven aan de strijd tegen Assad, maar is ook bang dat versterking van de Koerden, of het nu in Irak of Syrië of allebei is, separatistische tendensen onder de grote Koerdische minderheid in Turkije nieuw leven zal inblazen. Erdogan heeft gelijk. En hoe gaat de coalitie verhinderen dat de nieuwe wapens voor de Iraakse en de Syrische Koerden in handen van de Turks-Koerdische PKK terechtkomen?

2 Straffeloosheid van shi’itische milities ontketent een sektarische oorlog.

De tegenhangers in gruwelijkheid van de sunnitische Islamitische Staat in Irak zijn de shi’itische milities. De IS vermoordt shi’ieten, de shi’itische milities ontvoeren en vermoorden sunnieten. De VS en hun bondgenoten zwijgen, want de inbreng van de milities is nodig. Onder de nu gewraakte premier Maliki werd het Iraakse regeringsleger geleidelijk het domein van de shi’itische meerderheid. Op de achtergrond organiseerden shi’itische milities zich, voor als de tijd rijp zou zijn. Nu is het zover: het corrupte en incompetente leger is ingestort, en de door Iran bewapende en getrainde milities (met voorop Asaib Ahl al-Haq, de Liga van de Rechtvaardigen) nemen de strijd tegen de IS over.

„Absolute straffeloosheid: de heerschappij van de milities in Irak”, luidde half oktober de kop van een rapport van Amnesty International. Iedereen weet van hun moordpraktijken, niemand pakt hen aan. Het aantreden van een nieuwe, internationaal geaccepteerde premier, Haider al-Abadi, heeft daarin geen verandering gebracht. Op de korte termijn heeft de inzet van de milities misschien voordeel: in de provincie Anbar hebben ze geholpen om de IS terug te slaan. Maar het tolereren van de milities versterkt ook de gevoelens van vervreemding onder de Iraakse sunnieten, die de opkomst van de IS recent juist in de hand hebben gewerkt. Een bloedige sektarische oorlog is dichtbij.

3 Assad kan de greep op zijn deel van Syrië consolideren.

Dit is géén toekomstscenario: het gebeurt al. Jarenlang hebben de Amerikaanse president Barack Obama en veel andere leiders van de anti-IS-coalitie gezworen dat de Syrische president Bashar al-Assad ten val zou komen. Vorig jaar augustus dreigde Obama zelfs nog even met (beperkte) militaire aanvallen op zijn regime nadat hij gifgas tegen zijn bevolking had gebruikt. Die wist Assad ternauwernood te voorkomen door in te stemmen met eliminatie van zijn gifgasvoorraden. Maar van Assads vertrek wordt nu niets meer vernomen. Ten eerste staat hij dankzij verdeeldheid van de rebellen nog te sterk in zijn schoenen. En ten tweede hebben Obama en zijn partners liever het huidige regime in Damascus dan de IS. De coalitie is Assad zelfs de facto van dienst met de huidige aanvallen op de IS, zijn sterkste tegenstander. Assad’s regime kan zich daardoor immers concentreren op andere, zwakkere rebellengroepen. Met grond- en luchtoffensieven heeft het terreinwinst geboekt rond Aleppo en Damascus. Volgens het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten is de Syrische luchtmacht niet eerder zo actief geweest als de laatste weken. Zo is de min of meer ‘gematigde’ oppositie slachtoffer van de strijd tegen de IS. De VS traint wel geselecteerde ‘gematigde’ Syrische rebellen, maar allereerst voor de strijd tegen de IS. En wat kunnen een paar duizend getrainde rebellen uitrichten, zowel tegen de IS als tegen Assad?

4Mensenrechten in toch al autocratische (Golf)staten verslechteren

De VS kunnen moeilijk met enkel westerse steun oorlog tegen de IS voeren. Die zou dan nog méér jihadisten naar zijn gebied kunnen lokken voor de strijd tegen de ongelovigen. Deelneming van sunnitische Arabische landen was noodzakelijk om beschuldigingen van een nieuwe kruistocht te voorkomen.

Met name de Golfstaten staan tweeslachtig tegenover de IS. Enerzijds delen veel inwoners het IS-gedachtengoed en zien hun leiders de jihadisten als krachtig wapen tegen Assad, de bondgenoot van het gehate Iran. Anderzijds vormt de IS een ernstige bedreiging voor de vorsten zelf. Dat gaf de doorslag. Maar er is een prijs: geen westerse kritiek op de situatie van de mensenrechten. Neem het lot van de Saoedische blogger Raif Badawi, wiens veroordeling tot 10 jaar gevangenis, een boete van 190.000 euro en 1.000 zweepslagen, 50 per week, in september werd bevestigd. Badawi schreef op zijn blog over het gevaar van de verspreiding van extremistische ideeën onder jongeren, en had kritiek op de Saoedische leiders en geestelijken. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry heeft in zijn onderhandelingen met de Saoedische regering over haar bijdrage aan de coalitie voorzover bekend met geen woord over Badawi of dergelijke gevallen gerept. Er is ook geen kritiek op de groeiende repressie in president Sisi’s Egypte. Integendeel: tien Apache gevechtshelikopters die Washington weigerde te leveren sinds Sisi vorig jaar juli de macht greep, zijn nu onderweg naar Egypte. Vorige week zat Sisi in Parijs over wapencontracten te praten. Overal in de Arabische wereld worden de strafwetten aangescherpt onder verwijzing naar extremistisch gevaar. Het Westen kijkt weg. Vergeten is wellicht het massaprotest dat repressie en uitzichtloosheid in 2011 uitlokten.

5 Maar niets doen leidt tot vestiging van de kalief in Damascus, met uitwaaierende werking alle kanten op.

Zelfs Amerikaanse generaals erkennen dat met luchtaanvallen alleen de Islamitische Staat niet vernietigd kan worden, zoals Obama zegt te beogen. Tegelijk is duidelijk dat de internationale interventie in Irak en Syrië ernstige onbedoelde gevolgen kan hebben voor de regio. Maar daartegenover staan de gevaren van niet-ingrijpen. De luchtacties begonnen toen duizenden leden van de yezidi-minderheid door jihadisten werden belegerd op de berg Sinjar in noord-Irak. De mannen zouden zijn afgemaakt, de vrouwen en kinderen conform de officiële IS-praktijk als slaven verkocht, als president Obama niet tot de aanval had besloten. De Syrisch-Koerdische stad Kobani, nu al maandenlang een strijdtoneel, zou allang gevallen zijn. De IS heeft voorlopig nog te weinig manschappen om miljoenensteden met een vijandige bevolking als Erbil (Koerdisch) en Bagdad (grotendeels shi’itisch) te veroveren. Maar hoe lang zou Assad zich tegen de jihadisten hebben kunnen verdedigen als Obama buiten het conflict was gebleven? De jihad kruipt al de Libanese grens over. Jordanië herbergt radicale moslims. In de Arabische Golfstaten bestaan aanzienlijke sympathieën voor Abu Bakr al-Baghdadi’s kalifaat. Het is denkbaar dat deze landen van binnenuit door jihadisten zouden worden overgenomen. De ambities van de kalief zijn grenzeloos: waar zou hij tot staan komen?