Brieven

Engelen nog steeds integer

In zijn nieuwste boek is Ewald Engelen onzorgvuldig geweest met zijn lijstje van personen die zich tegen regulering van de financiële sector zouden verzetten. Dat vindt hij zelf achteraf ook. In het hoofdartikel in de NRC van 28 november krijgt Engelen er ongenadig van langs. Zo gaat dat in het publiek debat. Maar NRC schiet door. Ewald Engelen is een integer wetenschapper met een indrukwekkende lijst van publicaties op zijn naam. Bovendien is hij een van de zeer weinigen die van begin af aan de publieke discussie is aangegaan over de aansprakelijkheid voor de financiële schandalen, die opening van zaken heeft geëist en van de betrokkenen verantwoording verlangde. Ewald Engelen heeft nog steeds alle recht van spreken.

, emeritus hoogleraar

Commentaar is terecht

NRC wordt door drie hoogleraren van karaktermoord op Ewald Engelen beschuldigd (NRC, 2 dec.). Een zware en onheuse beschuldiging, omdat het drietal aan de essentie voorbij gaat: hoogleraar is een wetenschapper. Van wetenschappers mogen we verwachten dat ze met gezag spreken, altijd gebaseerd op onderzoek. Een hoogleraar mag dus nooit zonder bewijs 70 mensen beschuldigen van een complot. Ook niet als marketingtruc.

Een commentator is dan wel geen hoogleraar maar ondanks de hooggeleerde hulptroepen voor Engelen blijft overeind dat hij zich met zijn lijst als hooggeleerde deelnemer aan het maatschappelijke debat heeft gediskwalificeerd.

Ik genoot van zijn analyse omdat ik geloofde dat een hoogleraar altijd kan onderbouwen wat hij zegt. Dat geloof heb ik dankzij Engelen verloren en ik ben niet de enige.

Henk Slechte

Leescultuur

Zo slecht gaat het niet

Philip Huff beargumenteerde vorige week de waarde van literatuur in NRC (21 nov.). Ook deelde hij zijn zorgen over de leescultuur, met name over de digitale ontwikkelingen. Het sombere beeld kan worden genuanceerd. Zo schrijft hij dat „ontlezing in Nederland het hardst gaat van heel West-Europa”. Hoe komt het dan dat Nederlanders tot de top 3 van meest fervente boekenlezers in Europa behoren en ook in leesvaardigheid een koploper is? Zo slecht gaat dus niet. Dat is geen reden om op onze lauweren te rusten. Het belang van geletterdheid neemt toe in een digitale kennissamenleving. Van een zoekopdracht op internet tot het lezen van een boek: beide vereisen beheersing van de taal en van kritische reflectie. Lezen van het scherm bestaat naast het lezen van papier. Nieuwe generaties zien dat ook zo. Sinds 2005 leeft het aantal jeugdleden van bibliotheken op. Mede dankzij betere samenwerking tussen bibliotheken en scholen. Jongeren lezen met plezier, met voetnoot én hyperlink. Literatuur doet ertoe, ook in een digitaal tijdperk.

Gerlien van Dalen, directeur Stichting Lezen