‘Bankzaken zelf doen? Dat hebben we nooit geleerd’

Niet iedereen kan de post beantwoorden. Maar de samenleving verwacht dat wel. „We moeten ineens van alles.”

Henriette Sandvoort (38) buigt zich diep over haar agenda om de datum op de bladzijde te kunnen zien. In haar kantoor maakt ze samen met collega Ellis Jongerius (29) een nieuwe planning voor de trainingen van de aankomende tijd. Sandvoort heeft naast een licht verstandelijke beperking ook een visuele beperking. Haar zicht is een soort koker: ze ziet alleen recht vooruit.

Sandvoort en Jongeruis werken allebei als ervaringsdeskundigen bij de LFB, een landelijke belangenorganisatie voor en door mensen met een verstandelijke beperking. Samen met collega’s verzorgen ze scholing en trainingen aan andere mensen met een beperking en aan professionals. Mensen die, zo blijkt uit onderzoek, steeds vaker hulp vragen. Per 1 januari wordt dat allemaal anders.

Volgens een vandaag uitgekomen rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau is de zorgvraag van mensen met een licht verstandelijke beperking (IQ tussen de 50 en 85) de afgelopen tien jaar vervijfvoudigd. Niet omdat deze groep gegroeid is, schrijven de onderzoekers, maar omdat de maatschappij steeds ingewikkelder wordt.

„We moeten ineens van alles”, zegt Jongerius. Zelf is ze licht verstandelijk beperkt en heeft ze een gematigde vorm van autisme. Nu krijgt ze 24-uurs zorg via de AWBZ. In januari gaat ze zelfstandig wonen en gaat door de transitie naar de WMO haar zorg veranderen. „Er wordt verwacht dat we heel veel zelf kunnen; bijvoorbeeld bankzaken en zorg aanvragen. Maar vroeger werd dat allemaal gedaan. We hebben dat nooit geleerd en zijn het niet gewend.”

Op de tafel voor haar liggen drie dikke mappen. „Samen sterker” en „Die ken ik” staat er op de voorkant. Door trainingen is Jongerius steeds beter geworden in het leggen van contacten. Nu geeft ze zelf cursussen die vooral gericht zijn op het vergroten van iemands sociale netwerk. „Met het idee van de participatiesamenleving wordt dat steeds belangrijker.”

Sandvoort woont al op zichzelf en krijgt ongeveer een keer in de twee weken hulp van een begeleider bij allerlei praktische dingen, zoals post beantwoorden. Ze heeft soms het gevoel dat zaken als internetbankieren haar worden opgelegd door de maatschappij. „Veel instanties gaan ervan uit dat iedereen digitaal kan betalen, maar voor sommige mensen is dat lastiger. Ik begrijp niet altijd wat ik precies moet doen en ik kan het ook gewoon niet goed zien.” Ze regelt haar bankzaken liever via papieren machtigingen.

Ook in het onderwijs en op de arbeidsmarkt is het volgens Jongerius en Sandvoort moeilijker meekomen. Jongerius: „Alles moet sneller en beter.” Ze volgde op het roc een niveau-1-opleiding tot administratief medewerker. Na haar opleiding ging ze met hulp van een coach op zoek naar een baan. Dat bleek vrijwel onmogelijk: „Veel van de taken die ik kon doen werden geautomatiseerd. Daarbij willen veel werkgevers liever iemand met niveau 4. Ik heb wat meer tijd of uitleg nodig en daar is geen ruimte meer voor.”

Toch biedt de digitalisering ook voordelen. Denk aan een digitaal loket waarmee zorgaanbieders 24 uur per dag bereikbaar zijn. Of initiatieven als de website steffie.nl, waar aan hand van makkelijke illustraties en animaties uitgelegd wordt hoe je een e-mail moet versturen of geld overmaakt via IBAN.

Natuurlijk zitten er positieve kanten aan de veranderingen, vinden de ervaringsdeskundigen. Sandvoort: „Het is fijn dat het normaler is dat wij gewoon meedoen in de samenleving. Want waarom moet ik bijvoorbeeld steeds uitleggen dat ik een beperking heb? Wij moeten ons altijd maar aanpassen aan de maatschappij, maar die mag ons ook best een beetje tegemoet komen.”