Baan nodig? Word ingenieur of ict’er

Foto iStock

De economie herstelt lichtjes, maar waar staat Nederland na zes jaar crisis? Nog niet op hetzelfde punt als ervóór. De totale productie was vorig jaar 1 procent lager dan in 2008, de werkgelegenheid nam met 3 procent af (van 8 miljoen naar 7,8 miljoen banen) en het aantal vacatures stond 40 procent lager.

Dat staat in het rapport ‘Sectoren in beeld’ dat uitkeringsinstantie UWV vandaag publiceert. Het UWV heeft geanalyseerd hoe verschillende arbeidsmarktsectoren de economische crisis zijn doorgekomen en hoe ze zich de komende jaren ontwikkelen.

Sectoren in Beeld

Er zijn een paar duidelijke stijgers en dalers, maar het beeld is vaak niet eenduidig. In de landbouw, de voedingsindustrie en de groothandel ligt de productie inmiddels hoger dan in 2008, maar is het aantal banen soms fors afgenomen. In de horeca, catering en de ‘verblijfsrecreatie’ (hotels, vakantieparken) is het precies andersom: er wordt minder verdiend, terwijl er meer mensen werken. Mogelijk ook omdat de fastfoodsector de laatste jaren flink groeit.

Verschil in productie, banen, en vacatures (2008 vergeleken met 2013)

In twee kleine sectoren is ondanks de crisis zowel de productie als het aantal banen gestegen: delfstoffenwinning (25 procent meer banen) en de sector energie-, water- en afvalbedrijven (4 procent meer banen).

Drie stijgers in de economie:

1. Uitzendbranche

De uitzendbranche is een verliezer van de crisis, maar de winnaar van de toekomst. Het aantal banen bij uitzendbureaus en intermediairs daalde de afgelopen jaren met 15 procent, maar stijgt de komende vijf jaar weer met 17 procent. Sterker, de beperkte banengroei in Nederland tot 2019 (2 procent ofwel 165.000 banen) komt voor een groot deel van uitzendbureaus en intermediairs.

De uitzendbranche drijft altijd mee op de golven van de economie. Maar er is ook een meer structurele verklaring: de ‘flexibele schil’ op de arbeidsmarkt blijft groeien, terwijl een vast contract moeilijker te krijgen is. In de afgelopen vijftien jaar waren uitzendkrachten en zzp’ers verantwoordelijk voor eenderde van de banengroei. In de komende vijf jaar stijgt hun aandeel in deze groei naar meer dan de helft (56 procent).

2. Industrie

Goed, in de industrie als geheel is het aantal banen de laatste tien jaar gedaald. Door zaken als automatisering en robotisering, omdat fabrieken meer personeel inhuren van uitzendbureaus, onderhoud van machines uitbesteden of bijvoorbeeld naar het buitenland verhuizen.

Maar er zijn ook industriële sectoren die juist structurele groei laten zien. Tussen 2003 en 2013 groeide de werkgelegenheid in bijvoorbeeld de machine-industrie, de installatie en reparatie van machines en de productie van transportmiddelen (scheepsbouw, railvoertuigen, vliegtuigen, militair materieel en fietsen). Sterker nog: met name de industrie klaagt dat sommige vacatures moeilijk te vervullen zijn.

3. ICT

Het wordt vaker gezegd: als je echt een baan wilt, moet je informatietechnologie gaan studeren. De werkgelegenheid in de IT-sector is de afgelopen tien jaar gegroeid met 29 procent.

Het UWV waarschuwt vandaag ook opnieuw voor een mismatch op de arbeidsmarkt. Ondanks de hoge werkloosheid kunnen werkgevers voor ICT-functies (en andere technische beroepen) niet genoeg gekwalificeerde mensen vinden. Het kan in de toekomst een serieus probleem worden als de economie weer structureel gaat aantrekken.

Welke sectoren zijn de grote verliezers?

1. Bouw

De cijfers over de crisis in de bouw blijven schokkend. De krimp zette hier vroeg in, maar kwam pas vorig jaar tot een dieptepunt. Resultaat: sinds 2008 is de productie met een kwart gedaald, eenvijfde van de banen is verdwenen en het aantal vacatures is gedaald met 62 procent.

De cijfers over de werkloosheid zijn waarschijnlijk nog te rooskleurig, omdat veel bouwvakkers die hun baan verloren als zzp’er verder zijn gegaan – in veel gevallen voor hun oude werkgever.

Het goede nieuws is dat de sector al enigszins herstelt. In de komende vijf jaar zal de werkgelegenheid in de bouw naar verwachting groeien met 11 procent tot 354.000 banen.

2. Financiële sector

In de financiële sector was de ellende iets minder groot dan in de bouw, maar deze gaat alleen nog wel een tijdje door. Het aantal banen daalde sinds 2008 met een tiende, de vacatures met de helft. En de komende vijf jaar blijft het aantal banen naar verwachting dalen met 6 procent tot zo’n 225.000. De hardste klappen vallen bij de banken.

De financiële sector was voor de crisis vrij groot, maar toen vielen er banken om – of bijna. Ze gingen afslanken, minder uitlenen en het bedrijfsleven ging minder investeren met kredieten. Maar het aantal banen is vooral gedaald – en zal in de komende jaren blijven dalen – door de voortschrijdende digitalisering.

3. Publieke sector

Aanvankelijk bleef het aantal banen tijdens de crisis nog groeien in de publieke sector, zoals in het openbaar bestuur, onderwijs en de gezondheids- en welzijnszorg. Maar in 2010 kwam er alsnog krimp in de delen van de (semi-)overheid.

Opmerkelijk is dat het baanverlies bij ‘openbaar bestuur en overheidsdiensten’ met 2 procent nog beperkt bleef, maar het aantal vacatures met 47 procent daalde. Mogelijke oorzaken zijn vacaturestops en de vergrijzing van deze sector: oudere werknemers veranderen minder snel van baan.

Ook na zes crisisjaren werkt nog altijd bijna één op de drie werkenden in de publieke sector. Maar de komende jaren zal het minder worden door alle bezuinigingen. De zorg bijvoorbeeld was vroeger altijd een banenmotor, maar de groei in de kinderopvang, thuiszorg en verpleging en verzorging is al omgeslagen in krimp. In de verpleging en verzorging, jeugdhulp en het maatschappelijk werk zullen de komende jaren meer banen verdwijnen, omdat deze zorg een taak van de gemeenten wordt en de budgetten worden verlaagd.