Als alles net iets te moeilijk voor je is

Onderzoekers van het SCP zien dat voor steeds meer mensen de samenleving te ingewikkeld is.

De ov-chipkaart, internetbankieren, leerlingen die zelf hun onderwijs moeten plannen – de samenleving wordt steeds ingewikkelder. Op zich niets nieuws, maar uit een rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau dat vandaag verschijnt, blijkt dat hierdoor steeds meer mensen met een verstandelijke beperking hulp vragen uit de AWBZ.

Het aantal mensen met een verstandelijke beperking dat AWBZ-hulp aanvroeg voor verzorging, begeleiding of verblijf in een woonvoorziening, verdubbelde tussen 1998 en 2011 tot 166.000. Opvallend is de toename van het aantal mensen met een lichte verstandelijke beperking dat zorg aanvraagt – met een IQ tussen de 50 en 85: een vervijfvoudiging tot 108.000 in 2011.

De onderzoekers, Isolde Woittiez en Lisa Putman, vonden het opmerkelijk. Voor hun rapport, Zorg beter begrepen. Verklaringen voor de groeiende vraag naar zorg voor mensen met een verstandelijke beperking, interviewden ze experts uit de zorg. Het rapport werd gemaakt in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid.

Zijn er ineens meer mensen met een lichte verstandelijke beperking?

„Nee. Dat de vraag naar zorg toeneemt, komt vooral doordat de samenleving ingewikkelder is. Zelfstandig leven lukt hen minder goed.”

Wat voor dingen kunnen ze niet meer alleen?

„Bijvoorbeeld bij post onderscheid maken tussen reclame en gewone post, digitaal rekeningen betalen, de ov-chipkaart gebruiken. Daar vragen ze nu professionele hulp bij.”

Hoe redden deze mensen zich vroeger?

„Dat hebben we niet apart onderzocht, maar we denken dat ze vroeger die hulp niet nodig hadden omdat de samenleving minder ingewikkeld was, en als ze hulp nodig hadden, deze vaker bij familie of bekenden vonden. De professionele hulp bestond vroeger ook nog niet, nu wel.”

De zorg heeft een ‘aanzuigende werking’, zoals dat tegenwoordig heet.

„Ja, zo zou je het kunnen zeggen. Maar er is meer aan de hand. Vroeger was er meer eenvoudig werk voor deze groep, denk aan kopietjes maken op kantoor, of de planten water geven, of ze werkten op de boerderij of in een bakkerij. Dergelijk eenvoudig werk is langzaamaan verdwenen.”

Hadden deze mensen het vroeger beter?

„Dat kan je niet zeggen, vooral omdat het over zo’n grote, diverse groep mensen gaat. De situatie is ook anders, omdat ze nu minder aansluiting vinden bij de samenleving, dat is negatief. Het positieve is dat we tegenwoordig ook wíllen dat ze meedoen. Dat betekent dat ze ook meer hulp nodig hebben. Vroeger leefden deze mensen wellicht op straat of kwamen ze bij welzijnsorganisaties terecht. Je zou ook kunnen zeggen dat ze beter af zijn omdat die zorg er nu is.”

Je zou het wrang kunnen noemen dat door bezuinigingen bij bedrijven, zoals in het ov en bij banken, de kosten van de zorg toenemen.

„Wij zien dat als autonome processen. Je zou het ook ‘ontwikkeling van de economie’ kunnen noemen. De experts constateren dat de tendens naar efficiency, grootschaligheid, individualisering en digitalisering voor de groep met een lichte verstandelijke beperking ongunstig uitpakt. De experts verwachten dat de vraag naar zorg door deze groep nog toeneemt.”

In 2011 kostte de zorg voor verstandelijk gehandicapten 6,7 miljard, ruim een kwart van de totale AWBZ. Hoe hou je de kosten in de hand?

„De samenleving maak je niet zomaar minder ingewikkeld. Wat je wel kan proberen, is meer plek voor eenvoudig werk te maken, bedrijven kan je daarvoor subsidie geven en dat gebeurt ook al. Verder kun je deze mensen helpen met het opbouwen van hun eigen netwerken, zodat ze daaruit hulp krijgen en ze vaardigheden aanleren zodat ze het in de toekomst zelf kunnen, in plaats van deze taken van ze over te nemen. Het aanleren van vaardigheden kan bijvoorbeeld door middel van apps. Wat dat betreft werken de technische ontwikkelingen twee kanten op.”

Maken de door jullie geïnterviewde experts zich zorgen om deze groep?

„In die termen hebben we onze vraag niet gedefinieerd. Wat we wel signaleren is dat er een steeds grotere groep is die moeilijk aansluiting vindt bij de samenleving. Hun problemen zouden tot nog grotere problemen kunnen leiden, wellicht in de justitiële sfeer.”