Alles over voetbal, behalve het spel

Staantribune: over Eritrese voetballers en ex-profs.

Het is al een paar jaar niet meer te verkrijgen, maar voetbalromantici veren nog altijd op als je begint over Hollandse velden (1998), het fotoboek van Hans van der Meer met teksten van Jan Mulder. Van der Meer trok jarenlang met een trappetje langs amateurvoetbalvelden en legde prachtige taferelen vast: een geblesseerde man midden in een weiland, een hoekschop tussen omgewaaide bomen, een beteuterde keeper bij een bal in de sloot.

Het is het soort romantiek dat je ook tegenkomt op de pagina’s van Staantribune, een nieuw kwartaalmagazine over voetbal dat vandaag voor het eerst verschijnt – voor de gelegenheid gratis en enkel digitaal. Het blad gaat, zoals de makers het zelf zeggen, over „alles wat met voetbal te maken heeft, behalve het spelletje zelf”.

Dat betekent bij deze eerste uitgave bijvoorbeeld: een reportage over de Eritrese internationals die hun land ontvluchtten en nu in Gorinchem met een amateurclub meetrainen, een verhaal over de Britse legereenheid waar tijdens de Eerste Wereldoorlog veel voetballers bij vochten en een sfeerimpressie van een avondje met John de Bever, ex-prof en nu optredend op smartlappenfeestjes. Maar ook een vergelijkend prijsonderzoek naar de seizoenskaarten, shirtjes en snacks bij alle Nederlandse profclubs.

Het mag duidelijk zijn: aan goede ideeën geen gebrek bij Staantribune. Vrijwel elk artikel begint met een originele invalshoek, iets wat de liefhebber nieuwsgierig maakt.

Des te teleurstellender is het dat de teksten daarbij achterblijven. Terwijl Hard gras zich nadrukkelijk profileert als een ‘voetbaltijdschrift voor lezers’, lijkt Staantribune vooral bang de niet-lezer af te schrikken. Daardoor heb je veel stukken uit voor je erg in hebt – én voordat de nieuwsgierigheid waarmee je eraan begon, bevredigd is.

Een interview met Tim de Cler blijft op de vlakte, een beschouwing van de Italiaanse voetbalstijl is erg summier en een pagina over het nieuwste UEFA-lid Gibraltar leest als een met Wikipedia bij elkaar gezocht stukje. Geregeld komen artikelen uit de lucht vallen: waaróm dat profieltje van voormalig Fries profvoetballer Oeki Hoekema, hoezó een uitgetypte weergave van een tv-interview dat Sjaak Polak in 2008 gaf?

Het stuk over ‘rasartiest’ De Bever smeekt bovendien om een Marcel van Roosmalen-aanpak waarbij met goed gekozen details de lulligheid van zo’n avond wordt gevangen, maar het wordt een humorloos, gezapig verslag. „De kastelein maakt overuren en de biertap draait op volle toeren.”

Nee, dan is de fotografie beter. De reportage vanuit het stadion van het vervallen Portsmouth FC (drie degradaties in vijf jaar tijd) is fraai, maar de mooiste foto staat op pagina 42: Khalid Sinouh die met zijn keeperhandschoenen aan op de trambaan staat en zich breed maakt, alsof hij het voertuig zal tegenhouden zodra het op hem af komt.

Het beeld past inhoudelijk ook bij het interview ernaast: een man die voor zijn mening blijft staan, ook als de weerstand sterk is.

Het stuk hoort – samen met het verhaal over Eritreeërs – bij de beste artikelen van deze eerste editie, die gebaat was geweest bij minder verhalen en meer ruimte voor diepgang. Kortom: Staantribune belooft veel en heeft er duidelijk zin in, maar moet nog even in vorm komen.