Zo’n corpsbal wil je stiekem ook wel zijn

De Deense regisseur waagde zich in een politiek mijnenveld met ‘The Riot Club’, waar premier Cameron ooit zijn wilde haren verloor.

De jongeheren maken zich op voor hun diner inThe Riot Club.

‘Je denkt dat je me haat, maar eigenlijk wil je mij zijn”, sneert een Britse corpsbal in The Riot Club. En dat valt niet helemaal te ontkennen, zegt de Deense regisseur Lone Scherfig (55). „De Britse upper class is zo verleidelijk. Ik hou van hun kleding, die prachtige landhuizen, hun elegantie, eloquentie en arrogantie. Twee generaties terug leidden ze nog een wereldmacht. Mijn God, wat had ik graag in Oxford gestudeerd”, zucht ze over de telefoon.

Sinds het eveneens rond Oxford gesitueerde An Education (2009), waarin een scholiere en haar ouders begin jaren zestig worden ingepakt door een gecultiveerde charmeur, geldt de Deense regisseur Scherfig, afkomstig uit de Dogme-school van Lars von Trier, als een inval-Brit. Maar met The Riot Club, naar het toneelstuk Posh, liep ze met open vizier een politiek mijnenveld in. Inspiratie vormt immers The Bullingdon Club, een superelitair dispuut te Oxford waar Tories als premier Cameron en Londens burgemeester Boris Johnson hun wilde haren verloren. Scherfig: „Nog voor de eerste opnames schreef de conservatieve pers al dat mijn film de wraak was van het British Film Institute, dat er geld in stak omdat het door Cameron financieel was gekort. Zo ontdek je hoe gepolariseerd Britse film is. Tories maken kostuumfilm, Labour maakt kitchen sink-drama.”

De kwestie was vooral hoe slecht het tien man tellende dispuut eraf zou komen. De tagline ‘Filthy. Rich. Spoiled, Rotten.’ ten spijt, wilde Scherfig upperclasskarikaturen en zwarte komedie vermijden, zelfs als het geweld van The Riot Club in de film heftiger en grotesker is dan op het toneel, het moesten aantrekkelijke en interessante jongens zijn. „De groepsdynamiek maakt ze tot monsters. Gremlins eigenlijk, herinnert u zich die film nog? Pluizige knuffels, maar voer ze niet na middennacht. We hebben twee leden eruit gelicht, Miles en Alistair, die tegengestelde trajecten afleggen. En een meisje van lagere komaf erbij verzonnen, Lauren, die als stem van de rede fungeert.”

De ‘gastro-pub’ waar het uit de hand loopt, is voor Scherfig een „microkosmos van Engeland”. „Je hebt die pubeigenaar die zwoegt en buigt: de hardwerkende middenklasse. Een goede man, maar ook een snob die naar boven likt. De elite kijkt op hem neer, maar mannen als hij zijn de ruggengraat van het klassensysteem.”

De Britse elite: voor Scherfig blijft het iets exotisch. „Dat je op je twaalfde van je ouders wordt gescheiden en op kostschool leert je gevoelens te onderdrukken. En zo’n dispuut, gesteund door een hecht en machtig old boys network. Mensen uit meer egalitaire landen als Denemarken of Nederland verwonderen zich erover, maar bewonderen het stiekem ook een beetje.”