Waarom die vinexwijk niet zo erg is

Flickr.com/fransall

Te weinig groen, te veel rijtjeshuizen en je woont er veel te dicht op elkaar. Eentonig. Er komt geen trein. Zo maar wat vooroordelen over vinexwijken. Ze staan ook beschreven in het eindrapport over vinexwijken dat negen jaar geleden werd opgesteld. Maar is dit beeld van de nieuwbouwkolossen in Nederland wel terecht?

Ries van der Wouden, hoofd Ruimtelijke ordening en Leefomgevingskwaliteit van het Planbureau voor de leefomgeving (PBL) vindt van niet.

“Veel mensen uit zowel de architectuur als de media kijken er tegenaan alsof het een stedelijk gebied is en vergelijken het hier ook mee. Maar eigenlijk moet je deze gebieden toetsen alsof het een suburbaan gebied is. Dan zijn de uitkomsten een stuk positiever”

NRC Q zoekt het uit. De voordelen van de Vinex in vijf kaarten.

1. De ligging

Bij het bepalen van zowel de groeikernen als de vinexwijken in de jaren zeventig en jaren negentig van de vorige eeuw is - uiteraard - gekeken naar de ligging: de nieuwe wijk moet in een stadsgewest of een stedelijk centrum liggen. In onderstaande kaart vier voorbeelden hiervan. Zo moet Ypenburg fungeren als gebied met een “eigen centrumfunctie” dat weliswaar hoort bij Den Haag, maar ook weer ervan gescheiden wordt door de A4. Almere Buiten is daarentegen echt opgezet als buitenwijk: wonen en leven gebeurt hier, werken gebeurt elders. Het zuidelijk deel van Houten is geval apart: de nieuwe wijk Castellum is een uitbreiding van een uitbreiding.

2. Het groen

Het voordeel van from scratch bouwen is dat je op SimCity-achtige wijze het landschap in kunt delen. Dit is dan ook gebeurd bij de bouw van de wijk Ypenburg, eind jaren negentig. Groenstroken, parken en “waterwijken” doorkruisen de suburb.

3. Het openbaar vervoer

In vinexwijken wordt gestreefd naar een goede verbinding met het openbaar vervoer, het zogeheten Hoogwaardig Openbaar Vervoer (lees: brede busbanen, snelbussen en trams). Is dat gelukt? Ja en nee. Aanvankelijk is er begonnen met de aanleg van busbanen - die zijn er volop. Bijvoorbeeld in Almere doorkruisen de busbanen alle wijken.

Treinstations zijn er minder, maar bijvoorbeeld in Zoetermeer en Ypenburg sluit de Randstadrail - goed aan op de nabijgelegen steden. Puntje voor de moeite.

4. Je kunt er makkelijk weer weg (als je een auto hebt)

Desondanks zijn deze wijken vooral ingericht op autoverkeer. Voor de meeste vinexbewoners - gezinnen, tweeverdieners - is dit dan ook het voornaamste vervoersmiddel. Dus: rondweg hier en ringweg daar. En véél rotondes.

5. Het - ja echt - huizenaanbod

Hoewel de eerste vinexwijken vooral bestaan uit de welbekende rijtjeshuizen, wordt het aanbod de laatste jaren gevarieerder. Kijk bijvoorbeeld naar de Helmondse wijk Brandevoort. Een zeventiende eeuws Brabants vestingstadje van circa drieduizend woningen midden in het Oost-Brabantse landschap? Het kan. Een nostalgisch plein genaamd “De Plaetse” en straten als “De Broederwal” en “Laan door de veste”? Geen probleem. En dat allemaal aangelegd vanaf het jaar 2000.

Sfeerloos, identiteitsloos en slaapstad of niet, de typische vinex heeft zo zijn voordelen. Voor wie wel de lusten maar niet de lasten van een grote stad wil, niet bang is voor nieuwbouwhuizen en vooral graag snel met de auto op de snelweg zit, grijp je kans. Voordat het te laat is.