Pomphouders spannen kort geding aan tegen de Staat

Pomphouders en hun toeleveranciers demonstreren in februari op het Plein tegen de accijnsverhoging op brandstof. Foto ANP / Martijn Beekman

Twee pomphouders uit de grensstreek spannen een kort geding aan tegen de Staat der Nederlanden. Ze zeggen ernstig te lijden onder de gevolgen van de accijnsverhoging die begin dit jaar van kracht werd.

De twee ondernemers worden gesteund door de stichting Accijnsclaim Pomphouders. Deze brancheclub wil een oordeel van de rechter over wat zij zegt “de onrechtmatigheid van de accijnsverhoging”.

In de stichting Accijnsclaim zitten de Bovag, de belangenvereniging voor pompstations Beta en een groep van honderd onafhankelijke grenspomphouders. Volgens de stichting maakt de Staat het pomphouders in de grensstreek onmogelijk om te ondernemen. De stichting stelt:

“De Staat stelt ze bloot aan oneerlijke concurrentie met pomphouders uit de buurlanden.”

Eerder was er verdeeldheid tussen de pomphouders over het juridische traject. Volgens andere pomphouders ging de procedure van de Bovag en Beta (belangenvereniging tankstations) niet snel genoeg.

Wiebes staat achter accijnsverhoging

De Bovag kwam in augustus met cijfers waaruit bleek dat in de eerste zes maanden van dit jaar 200 miljoen liter diesel minder is verkocht dan in dezelfde periode vorig jaar. Volgens staatssecretaris Eric Wiebes levert de accijnsverhoging de Staat juist geld op.

De gedaalde dieselverkoop komt volgens hem door “veranderend consumptiegedrag en technologische ontwikkelingen”. Auto’s zouden zuiniger zijn geworden, er wordt minder gereden en het aantal dieselauto’s is afgenomen

De pomphoudersbranche eist naast een oordeel van de rechter ook een schadevergoeding van de Staat. De zaak dient op 20 januari.