Column

Ongewenst slapen

De kranten schrijven veel over slapen en het onlosmakelijk daarmee verbonden níét slapen. Nuttige stukken over slaappillen en slaapmutsjes - pogingen dus om de slapeloosheid te bestrijden. Wat ik daarbij erg mis is het tegenovergestelde: het verschijnsel van het ongewenste slapen.

De ouderen onder ons weten meteen wat ik bedoel, de jongeren misschien ook wel, want zij hebben er meer last van dan zij willen toegeven. Het gaat mij dus niet om het dutje of tukje, die toestand van lichte sluimering waar men zich vrijwillig aan overgeeft. Ik bedoel de overval door de slaap op momenten dat men volledig aan de maatschappij wil deelnemen.

Ik geef een paar voorbeelden. Je zit in de bioscoop en opeens besef je tot je grote leedwezen dat er een gat in de film is gevallen. Je moet een paar minuten gemist hebben – hoeveel precies blijft onduidelijk – want opeens zit er minder logica in de voortgang, de personages beroepen zich op omstandigheden die jou ontgaan zijn.

Het liefst zou je de schuld geven aan de regisseur (als het een Nederlander is kan dat ook terecht zijn), maar in het nagesprek met je partner merk je dat jezelf in gebreke bent gebleven. „Maar heb je dan niet gezien dat hij een briefje in haar tas stopte?” „Een briefje? Ik heb in de hele film geen briefje gezien!”

Pijnlijk. Als het een goede film was, zul je hem voor de tweede keer moeten gaan zien. Uiteraard zonder die gezellige partner.

Wordt het ongewenste tukje veroorzaakt door een gebrek aan kwaliteit van het gebodene - een te grote saaiheid bijvoorbeeld? Ook bij een interessant schouwspel kan men in slaap vallen, maar het gebeurt inderdaad vaker als de aandacht verslapt doordat film, toneel, boek, voetbalwedstrijd (vul verder zelf maar in) zich in een fase van trage voorspelbaarheid bevindt. Je wordt afgeleid door andere gedachten en voor je het weet zeil je naar een kortstondig nirwana.

Zo is voor mij het tweede deel van het NOS Journaal van 20.00 uur een gevaarlijke periode. Het belangrijkste nieuws is geweest, het wachten is op de weerman, maar de kijker moet ook nog het nijvere huiswerk van enkele correspondenten doorstaan, bijvoorbeeld die ravissante reportage over de Chinese vuurdraak waar Marieke de Vries dagenlang aan gewerkt heeft. Marieke, kom er maar in! Of nee…Marieke…ik..zzzzz. Om mezelf hiertegen te wapenen, kijk ik tegenwoordig vaker naar het bondiger Journaal van 18.00 uur.

Deze vorm van plotselinge bewustzijnsdaling is al vervelend genoeg, maar blijft voor de omgeving nog min of meer verborgen. Veel lastiger wordt het als het gebeurt wanneer je met een of meer personen in gesprek bent. Ook dan kan het aan de saaiheid van het gesprokene liggen, maar het hoeft niet. Misschien is het wél interessant en doe je zelfs je uiterste best om bij de les te blijven, maar het was een lange dag en je zit nu in een te warme kamer, een beetje rozig van de wijntjes en, godallemachtig, daar ga je!

De anderen zien je wanhopige gevecht, de ogen die steeds dichtvallen, de verstarrende blik, het wegzakkende hoofd. Ze zenden elkaar meewarige blikken toe, de partner van de ingeslapene twijfelt in paniek: aanstoten of doen alsof er niets aan de hand is?

Mijn vrouw herinnert mij er soms aan dat dit laatste mij al één keer is overkomen, nog wel in een gesprek met haar. Ik ontken. Gelukkig staat in de wet: één getuige is geen getuige.