De strijd om een flexplek is een strijd op leven en dood

Wekelijks geeft Japke-d. Bouma onmisbare tips voor op kantoor.

Meer tips? Volg @japked op Twitter

De strijd om een flexplek op kantoor is een strijd op leven en dood geworden. Had iedereen vroeger zijn eigen plekkie met een wrakkig bureau, een campingstoel en wat rotte mandarijnenschillen, tegenwoordig zwoegt de kantoortijger met rolkoffers vol dossiers, een karretje met zijn persoonlijke franje en een loodzware laptop door de gangen met het mantra ‘zit hier al iemand’. Ik ken mensen die dagen lopen te aasgieren tot ze ergens kunnen inloggen of nog erger, die collega’s vergiftigen om maar ergens te kunnen neerstrijken. Bij ons doet een vacante werkplek al gauw zo’n twee ruggen per maand op de zwarte markt.

En tóch wil ik een lans breken voor de flexplek. Het idee ervan: knokken voor je plekje, je wilde een ratrace, je krijgt een ratrace – zo hoort het natuurlijk in de jungle. Ook fijn van flexplekken is de kruisbestuiving als je telkens ergens anders zit. Ja, de virussen, afgeknipte nagels en zuur geworden slagroom tussen de toetsenborden, dat natuurlijk ook, maar denk ook eens aan al die nieuwe kinderverhalen, al die nieuwe kattenplaatjes en al die nieuwe kantoorquotes die je op steeds wisselende plekken meekrijgt. Er gaat een wereld voor je open.

Maar het grootste voordeel van een flexplek is dat iedereen lekker vroeg op kantoor is – bij ons zitten de meesten al rond vijf uur met gepoetste tanden achter hun flexscherm. Je kunt dan veel eerder beginnen met knallen. Wel jammer voor de mensen met kinderen die niet op tijd kunnen zijn, maar collega’s met kinderen hebben sowieso pech gehad.

Daarom zeg ik dus: we take the flexplek to the max en gaan allemáál flexen. Niet alleen de ambulanten, de jonkies en de zzp’ers: maar ook de directie, de conciërge, het middenmanagement, de oudjes met de aangepaste kantoormeubels en de mevrouwen van de klantenservice. Wie het eerst de corneroffice pakt, kan er zijn benen op het bureau leggen en de luxaflex laten zakken.

Om te voorkomen dat mensen bureaus voor de volgende dag bezet gaan houden met spulletjes – een shawl, koekjes, een wattenstaafje met gele puntjes, een pakje aangebroken crackers – stel ik voor dat er elke middag om 17.30 uur een clean-deskploeg komt die alle persoonlijke shit van de bureaus in een groten glazen koker stort die uitkomt in de hal. Daar kunnen mensen dan de volgende ochtend hun fotolijstjes, mokken, loopdossiers, aspirinestrips, badeendjes, lege glazen, bontmutsen, tampons en halve Bounty’s ophalen. Vervolgens worden alle bureaus met een hogedrukreiniger met alcohol en rattengif gereinigd. De enige manier om nog een vaste werkplek vast te houden, is door er te gaan wonen.

Verder vind ik dat flexplekken die langer dan tien minuten verlaten zijn, mogen worden ingenomen. Laptops waarop drie minuten niet gewerkt wordt, melden zich automatisch af. Bureaus met foto’s van familie en of huisdieren, kunnen sowieso als vrije bureaus beschouwd worden. Wat natuurlijk wel gewoon kan, is heel vroeg de wekker zetten, handdoek over de stoel leggen en daarna nog even een paar uur terug naar bed.

Maar dan hebben er dus heel veel mensen geen plek hoor ik u zeggen. Klopt. Het gáát ook niet om de plek jongens. De mooiste plek op kantoor, is die in het hart van je collega’s.