‘Honden spiegelen wie we zijn, de samenleving’

250 op wraak beluste honden razen door de straten van Boedapest in ‘White God’. „Mijn kleinste, meest Hongaarse film heeft nu opeens het meeste internationale succes.”

Een kruising tussen The Birds en Planet of the Apes, zo laat de nieuwste film van Hongaar Kornél Mundruczó (1974) zich het beste omschrijven. De film- en theatermaker is ook bekend van films als Delta en Tender Son: The Frankenstein Project; films waarin hij de hulpeloosheid van de mens beklemtoont en met een mix van intimiteit, hyperrealisme en sprookjesachtige, dystopische vervreemding een onheilspellende sfeer weet op te roepen.

Daarbij vergeleken is White God bijna een Disneyfilm. Het verhaal over het meisje Lili, haar hond Hagen, haar gemene vader die de hond op straat zet, en de opstand der zwerfhonden die daarop volgt, is soms bedrieglijk lieflijk. Maar toch niet helemaal, vertelde de regisseur vorige week in Amsterdam. „Ik was eigenlijk bezig met een grote internationale film, maar dat duurde zo lang om van de grond te krijgen dat ik terugkeerde naar Boedapest om iets kleins te maken. De ironie van de situatie is natuurlijk dat mijn kleinste, meest Hongaarse film nu opeens het meeste internationale succes heeft van al mijn werk. Dus misschien zijn onze angsten voor een totalitaire staat wel universeler dan ik dacht.”

White God kent verwijzingen naar raszuiverheid, een klassenmaatschappij van mensen en honden, hoe allegorisch of zelfs politiek is uw film?

„Heel erg! Ik reflecteer in al mijn werk op de maatschappij en de tijd waarin ik leef. Maar ik geloof niet dat kunst politieke macht heeft, dus het is geen activistische film, geen protestfilm. Het is eerder een sociale kritiek. De inspiratie komt uit twee theatervoorstellingen die ik maakte: Disgrace van J.M. Coetzee, een zwart politiek verhaal dat scherpe tegenstelling onderzoekt, onder andere tussen mens en dier. En eentje naar het Russische sciencefictionverhaal Hard to be a God, nu ook verfilmd door Aleksej German. Ter gelegenheid daarvan bezochten we een dierenasiel. Dat was indrukwekkend. Het asiel is een sterke metafoor voor een maatschappij waarin de ene helft achter tralies leeft.”

Wat is het verschil met andere dierenfilms?

„Dat de honden aan het einde menselijker zijn dan de mensen. Het is niet, zoals in The Birds van Hitchcock, dat de vogels staan voor een duistere natuurkracht die de mens overspoelt: de anonieme vijand. De honden in White God zijn een spiegel voor wie wij zijn, voor hoe onze maatschappij werkt, voor hoe we geconditioneerd zijn om ons op een bepaalde manier te gedragen. We creëren onze eigen monsters. Daarom is de titel ook ‘White God’, omdat net zoals in Hard to be a God de vraag wordt gesteld of we als goden aan de zijlijn blijven staan, of dat we als mensen moeten ingrijpen, handelend moeten optreden.”

Wat zouden we kunnen doen?

„Het afgelopen decennium is het steeds moeilijker geworden in Oost-Europa. Na de economische crisis zijn we in een enorme morele crisis terechtgekomen. Het opkomende extremisme is het gevolg van die morele crisis, die niemand hardop durft te benoemen. Het beeld van Oost-Europa is, ook in de cinema, niet langer langzaam, melancholisch en tijdloos, maar snel, extreem en agressief.

„Mijn generatie, de generatie nul, die is opgegroeid in het post-Sovjettijdperk van na 1989, geloofde in de open samenleving van het Westen. Maar na de economische crisis hebben we geen hoop meer, geen antwoorden meer, alleen existentiële angst voor armoede en chaos, en sindsdien zie je de roep om vaderfiguren met het bijbehorende extremisme en intolerantie. White God gaat over al die dingen. Ik heb maar één vraag: waarom herhalen we de geschiedenis?”

Aan het einde is er hoop. Een concessie aan de markt of gelooft u dat echt?

„Mijn hoop komt ook van Coetzee. Wat als we opnieuw beginnen? Wat als we de wapens neerleggen? Kunnen we met elkaar eerst stil zijn en bezinnen, en dan bedenken wat we willen? Ik heb dat in 1989 gevoeld. Dus het zou nu weer moeten kunnen, zelfs na de horror van White God.”

Identificeert u zich het meest met Lili, het meisje dat in de onschuld en de trouw van haar hond blijft geloven?

„Nee, dat kan niet meer. Ik ben mijn onschuld al lang verloren. Hagen, de hond, kan ik ook niet zijn. Hij is een klassieke held. Het was geweldig om te zien hoe je een bijna traditioneel helden- en schurkenverhaal kon moderniseren door het vanuit het perspectief van honden te filmen. Maar nee, ik ben geen held. Ik identificeer me tegen wil en dank het meest met de vader. Hij doet dingen omdat ze zo horen, omdat hij is gesocialiseerd, maar het is zijn dochter, op de grens van jeugd en volwassenheid, tussen waken en droom, die hem aan het denken zet en verandert.”