Eeuwig in de sneeuw

Honderden Nederlanders vertrekken jaarlijks naar de sneeuw om ski- en snowboardles te geven. Maar niet iedereen wil daarna weer terug naar z’n oude baan.

foto afp

‘Het ene moment zijn de bergen je grootste vijand, met wind, bewolking en kou. Maar zodra de zon doorbreekt en je op 3.000 meter hoogte staat met fantastisch uitzicht, dan zijn ze je beste vriend.” Ski- en snowboardleraar Niek van der Horst (29) weet waar hij over praat, als begeleider van huttentochten in de Alpen heeft hij dit vaak mogen ervaren.

Wonen in een berglandschap met uitzicht over besneeuwde toppen, en je geld verdienen in de wintersportbranche. Het klinkt goed – en avontuurlijk. Maar voor skiliefhebbers in Nederland zit dat er niet echt in.

Daarom vertrekken elk jaar honderden Nederlanders naar de sneeuw om les te geven als skileraar. Van de 7.000 Oostenrijkse skileraren was 12 procent afkomstig uit Nederland, schreef een Oostenrijkse krant dit jaar. Maar wat het aantal Nederlandse leraren jaarlijks in het buitenland precies is, wordt niet bijgehouden.

Sabine Hofstra (32) begon op haar 24ste als lerares. Maar daar bleef het niet bij. Ze vond haar werk in de sneeuw veel te leuk en wilde er blijven werken. Nu, zes seizoenen verder, is ze fulltime aan het werk mét een goed salaris. Nadat ze haar ‘Anwärter’ haalde, de bevoegdheid om les te geven in Oostenrijk, begon ze een bedrijf dat skisafari’s organiseert.

Een netwerk opbouwen in de sneeuw

Een paar jaar later richtte Hofstra Snowsport Nederland op, samen met het ‘Tiroler Verband’ dat verantwoordelijk is voor de opleidingen tot skileraar. Haar bedrijf doet nu voor het derde jaar de bemiddeling en opleidingen voor Nederlandse leraren, deels in Nederland, deels in Oostenrijk. Deze maand worden ruim honderd verse leraren afgeleverd in de Alpen.

Maar dan moet het échte winterseizoen nog beginnen. Hofstra gaat dan voor de tweede keer aan de slag als producer op locatie voor het televisieprogramma RTL Snowmagazine. En ook dit werk als producer heeft ze te danken aan haar netwerk. „Ik was een paar keer te gast geweest in opnames over skisafari’s. Toen ik solliciteerde kenden ze me al.”

Van der Horst is ooit ook begonnen als snowboardleraar, de beste manier om een netwerk op te bouwen in de sneeuw. Via zijn opleiding Sport, Management en Ondernemen belandde hij in 2007 op een skischool in Oostenrijk en liep hij een jaar later stage bij een Nederlands wedstrijdskiteam. Dit winterseizoen is hij net als de afgelopen jaren minstens drie maanden in de sneeuw te vinden. „In het december begeleid ik nieuwe ski- en snowboardleraren die in Oostenrijk hun diploma halen.” In het hoogseizoen werkt hij voor het bedrijf dat Hofstra oprichtte: hij begeleidt nu de skisafari’s en huttentochten. Zelfs in de zomer was Van der Horst in de sneeuw. In 2013 stond hij op de piste in Lesotho, een berglandje in Afrika, om les te geven.

Maar een vetpot is het niet voor Van der Horst. Een skileraar verdient ongeveer 1.000 euro netto per maand, met inwoning erbij. Hoewel hij 1.400 euro verdient, omdat hij extra opleidingen heeft gedaan, is het niet genoeg. Daarom is hij op zoek gegaan naar een baan in Nederland zodat hij een financiële buffer heeft voor zijn jaarlijkse uitstapje. En een werkgever van wie hij drie maanden verlof krijgt. Die baan heeft hij inmiddels gevonden in Zeeland. Niet gerelateerd aan de wintersportbranche, want een fulltimebaan in de sneeuw, dat wil Van der Horst niet. „Mijn huur kan ik daar echt niet van betalen.”

Maarten van Geest (31) gaat nog een stap verder. Hij woont al drie jaar permanent in Zwitserland. „In 2006 begon ik als skileraar. Voor mij helemaal het paradijs. En ik had ook daar vrienden en een sociaal leven.” Toch ging hij in eerste instantie terug naar Nederland. „Ik dacht bij mezelf, ik kan hier wel blijven, maar dan kom ik er niet. Ik moet een cv opbouwen.”

Bij een bedrijf in de internationale vishandel deed hij ervaring op, vooral zijn Engels verbeterde enorm. Maar voor altijd? Nee, dat wilde hij niet. „Het Nederlandse werkleventje begon me te frustreren. Ik kan er niet tegen om naar mijn werk te moeten rijden. Ik wil geen twee uur per dag inleveren om in de file te staan.”

Uit de hand gelopen start-up

Een eerste stap was in 2010 de start van het mutsenmerk Poederbaas, met twee vrienden. Het gaat goed, zegt hij. „Hoeveel mutsen we verkopen? We spreken in ieder geval niet meer over honderden, maar over duizenden per jaar.” Een uit de hand gelopen start-up, noemt Van Geest het, maar inmiddels is het een belangrijk onderdeel van zijn carrière in de wintersportbranche.

Naast zijn werk bij Poederbaas doet hij sinds 2012 onder andere de marketing voor een skischool. „Een groot internationaal skigebied als Verbier heeft wel tien skischolen. Ik ben het hele jaar bezig met marketing. Bijvoorbeeld zorgen dat we hoger in de zoekresultaten op Google verschijnen dan andere scholen.”

En skiles geven doet Van Geest tussendoor nog steeds. Door mensen te kijken op de piste blijft hij op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in de kledingindustrie, dat komt weer van pas bij Poederbaas, zegt hij. „Het geeft me de creativiteit die ik nodig heb in mijn werk. Ik moet als marketeer toekomstige klanten enthousiast maken op de piste.”