‘Een epos in de ruimte, dat is hier nog nooit gedaan’

Tussen droom en daad staan vaak praktische bezwaren voor veel filmmakers. In deze nieuwe rubriek dagdromen makers hardop over hun wensfilm. De regisseur van ‘Aanmodderfakker’ trapt af.

Foto Roger Cremers

Als alles mogelijk zou zijn bij het maken van een film, denk ik meteen aan een kostuumdrama, een western of sciencefiction. Dat zijn allemaal genres waarbij de beeldtaal buiten het gewone, het alledaagse leven staat. Door de grootse decors en de kostuums word je een heel andere wereld ingezogen. Liefst zou ik een sciencefictionfilm maken. Dat is in Nederland nog nooit gedaan, dat lijkt me op zich al een goede reden. Maar ook omdat ik ben opgegroeid met dat soort films: E.T., Star Wars. Ik heb daar mooie herinneringen aan. Met die films uit de jaren tachtig begon mijn liefde voor film.

„De wereld van Star Wars is tijdloos. De eerste zin van elke film is: ‘A long time ago in a galaxy far, far away’. De films zijn ook niet in chronologische volgorde uitgebracht. Deel vier was deel één, zeg maar. Wat ook goed bedacht is: de kleurrijke pakjes van de personages. Alsof het icoontjes of logo’s zijn. Dat blijft goed hangen. En de zachte lens en jarenvijftigcamera’s waarmee is gefilmd, vind ik prachtig. Dat geeft een beetje een wollig beeld, een warme uitstraling.

„Wat ik ook zou overnemen: het analoge gevoel van die film. 3D vind ik namelijk nep overkomen. Geef mij maar liever die poppen die in Star Wars worden gebruikt. De maker daarvan, wijlen Jim Henson, zou ik heel graag inhuren. Hij is geniaal. Hij maakte ook de poppen van The Muppet Show.

„Maar het verhaal is minstens zo belangrijk voor mij. Ik hou van films met een klein thema, waarin de hoofdpersoon te maken krijgt met een innerlijk conflict. Het mooiste is als het personage aan het eind van de film de wereld een beetje anders is gaan zien. Daarom zou ik kiezen voor een coming-of-ageverhaal.

„Ik was laatst bij de acteur Raymond Thiry thuis. Daar zag ik een foto van hem toen hij 18 jaar oud was: een River Phoenix-achtige verschijning. Dat wist ik niet, want hij is pas op latere leeftijd doorgebroken als acteur. Ik zou dus de 18-jarige Raymond casten voor de hoofdrol. Hij en Ton Kas, allebei comedyacteurs, zouden geweldig zijn in mijn coming-of-age-sciencefictionfilm. Zo wordt het allemaal niet te zwaar.

„De film moet acht uur duren, dan heb je lekker de ruimte voor het verhaal. Maar dan wel gepresenteerd als een serie. Als ik zie hoe populair series nu zijn, denk ik dat dat de toekomst heeft. Series worden ook steeds meer gemaakt als films met grote budgetten en bekende filmacteurs. Wie weet kijken we straks, naast films, ook series in de bioscoop. Iedere week een nieuwe aflevering in de bios. Hoe tof zou dat zijn?”