Deze gebouwen zien er echt qiqiguaiguai uit

Gebouwen in de vorm van theepotten, muziekinstrumenten, fallussen: niets is te gek voor de nieuwe rijken van China. Vreemd is het niet: er zijn nauwelijks regels.

Het Wuliangye-gebouw in Yibin (Wuliangye is een destilleerderij).

Architecten in China met een al te rijke fantasie zijn gewaarschuwd. Gebouwen in de vorm van mannelijke genitaliën, een smartphone of een piano met een viool als deur, zijn als „bizarre architectuur” door president en partijleider Xi Jinping in de ban gedaan. Net als façades van de goden van geluk, wijsheid en een lang leven, of het Washingtonse Witte Huis.

Tijdens een besloten gehouden, inmiddels wijdverspreide toespraak over kunst en cultuur, heeft Xi Jinping vooral de architecten gewaarschuwd zich te matigen. Sommige gebouwen, zei hij, zien er wel „heel, heel erg vreemd” (qiqiguaiguai) uit en passen niet bij de „Chinese Droom”. Nog deze maand zal het Chinese ministerie van Huisvesting en Stedenbouw nieuwe bouwregels publiceren.

China heeft een oneindig lange lijst van maffe en foeilelijke gebouwen

Wie van ongebruikelijke bouwstijlen houdt, kan zijn hart hier ophalen. De lijst met maffe, buitenissige, onpraktische en simpelweg foeilelijke gebouwen in China is lang. „Ieder land heeft zijn collectie curieuze gebouwen, maar China is, denk ik wel, koploper. Er wordt hier heel veel geëxperimenteerd”, aldus een beleefd formulerende David Gianotten van het Nederlandse Office for Metropolitain Architecture (OMA) in Beijing en Hongkong.

Verwonderlijk is het Chinese bouwkundige eclecticisme niet. In een krankzinnig hoog tempo zijn en worden er nieuwe steden en wijken gebouwd, terwijl min of meer uniforme regels en normen ontbreken. En voorzover er regels zijn, worden die – zoals vaak het geval is – halfslachtig toegepast of genegeerd, vooral in de boomtowns in het westen en noorden.

Het is ook niet voor niets dat er talloze Eiffeltorens in het land staan

Internetters en de media vermaken zich dan ook kostelijk met het opstellen van lijstjes van de meest wanstaltige architectuur, vaak creaties van bestuursvoorzitters van succesvolle bedrijven, nieuwe rijken met architectuur als hobby en megalomane overheidsfunctionarissen die buitenlandse voorbeelden kopiëren. Vandaar ook het grote aantal Eiffeltorens in China en buurten die zijn opgetrokken in Londense of Amsterdamse stijl, zoals het Shanghaise „Cattenbroek”, een eldorado voor huwelijksfotografie.

In een weekblad suggereerde een topfunctionaris van het ministerie van Huisvesting en Stedenbouw dat zelfs wereldberoemde gebouwen als het Vogelnest-stadion (het olympisch stadion in Beijing) en de tweebenige CCTV-toren van de Nederlandse architect en OMA-oprichter Rem Koolhaas, behoren tot Xi’s categorie „bizarre architectuur”. Het stadion noch het hoofdkwartier van de Chinese staatstelevisie past in het nieuwe denken over esthetiek, praktisch nut en „Chinese waarden”, wat die ook moge zijn.

Xi zelf heeft het belangrijkste gebouw van Koolhaas in China overigens niet genoemd als verkeerd voorbeeld, maar volgens het staatspersbureau Xinhua had hij „de Grote Broek”, zoals de volksmond de toren spottend wegzet, wel in gedachten. Natuurlijk heeft het OMA in China de speech van Xi gespeld. Maar bezorgd dat het markante, veel bekritiseerde en ook geprezen gebouw op afzienbare termijn tegen de vlakte gaat, is architect David Gianotten niet. „Wij krijgen van de gebruikers alleen maar tevreden reacties en het gebouw wordt nu bijna volledig benut”, zegt de ontwerper.

Dat wil niet zeggen dat Xi’s kritiek niet serieus wordt genomen. Iedere Chinese en internationale architect (en Chinese ontwerper, schrijver en filmer) heeft de cultuurkritiek gelezen, want zij weten uit ervaring dat algemene gedachten van China’s hoogste leiders zich vroeg of laat zullen vertalen in regels. Vaststaat dat theepotten, Chinese munten, muziekinstrumenten, fallussen, Witte Huizen en andere vreemde vormen in die nieuwe bouwregels straks niet meer mogen. Architecten vragen zich nu af wat dan wel mag. Xi’s speech geeft geen duidelijk antwoord.

Mao zei het al – en nu geldt weer: ‘kunsten moeten de geest inspireren’

Architectuur, net als literatuur en film, rekent de Chinese partijleider tot de „hoge kunsten” en die moeten „de geest inspireren, net als de zon in een blauwe lucht of de frisse wind in het voorjaar”. Het is niet nieuw: Chinese leiders geven graag „richting” aan de kunsten – en de creatieve sectoren. Mao Zedong deed dat al in 1942 met zijn nog altijd veel gelezen referaat over hoe de literatuur, de architectuur en de kunsten het volk en het socialisme kunnen dienen. Deng Xiaoping mocht graag Stalins uitspraak aanhalen dat „schrijvers de ingenieurs van de ziel zijn”. Zelf had Deng, de architect van het hedendaagse China, een hekel aan lezen.

Xi heeft min of meer dezelfde boodschap („kunstenaars voeren het kunstenbeleid van de partij uit”) een nieuwe verpakking gegeven. In het verlengde van zijn strijd tegen de corruptie wil hij na-aperij van buitenlandse voorbeelden, vulgariteit (lees westerse) en „bouwkundige fastfood” uitbannen. Volgens hem moet de creatieve industrie mensen hoop bieden, vrolijk maken en vooral „laten dromen”, in plaats van zich te verliezen in „mateloosheid” en „spilzucht”.

Dus kom maar met die sloophamers?

De speech is inmiddels ook gepubliceerd in boek- en digitale vorm onder de titel Lessen van Xi Jinping en moet worden bestudeerd op architectuur- en kunstacademies, bouwkunde-universiteiten en stedenbouwkundige afdelingen van steden. De eerste demonstratie van loyale studenten tegen „onbegrijpelijke abstracte kunst” heeft al plaatsgevonden.

Volgens de Chinese hoogleraar architectuur Cheng Tianing van de Academie voor Bouwkunde, zal de ruimte voor egotripperij in de bouwkunde een stuk kleiner worden. „Succesvolle bedrijven en steden wilden allemaal hun eigen iconische gebouwen om hun triomfen te vieren en om toeristen te trekken. Geld speelde nooit een rol, efficiency en zuinigheid ook niet. Dat gaat veranderen, het zal allemaal soberder en vooral ook groener worden. Xi Jinpings kritiek past ook helemaal in zijn strijd tegen hedonisme en corruptie. Bizarre gebouwen zijn in de regel duurder en vaak op corrupte wijze tot stand gekomen”, denkt Cheng.

Hoort hij in de verte al het gedreun van de sloophamers? „Ik denk dat veel van de zogenaamde rare gebouwen inderdaad hun langste tijd hebben gehad. Zij worden versneld afgeschreven en er wordt niet of nauwelijks aan onderhoud gedaan. Een tweede leven krijgen deze gebouwen hoogstwaarschijnlijk niet.”