De wijk blijft voor Molukkers – nog even dan

De Molukse wijk in Hoogeveen blijft voor Molukkers. „We hebben hier helemaal geen getto, we hebben afspraken.”

Molukse wijken in heel Nederland

De zwarte ‘chocoladeletters’ zijn weggepoetst. „Molukse wijk alleen Molukkers” stond vrijdag op het raam. Wie dat erop heeft gespoten, weten de buurtbewoners niet. De bekladde woning heeft ons standpunt wel kracht bij gezet, zegt Melanie Tuasuun en ze lacht er schalks bij.

De Molukse wijk in Hoogeveen – drie straten met 72 huurwoningen – „is en blijft een wijk voor Molukkers”. Dat is de uitkomst van een gesprek gisteren tussen burgemeester Karel Loohuis, woningbouwcorporatie Domesta en de bewonerscommissie met voorzitter Melanie Tuasuun: „Ikzelf ben een mixje, ik heb een Molukse vader en een Nederlandse moeder.”

Burgemeester Loohuis (PvdA) verklaarde na afloop: „De Molukse gemeenschap kan op ons rekenen: afspraak is afspraak en daar houdt Hoogeveen zich aan.”

Wat ging er mis in Hoogeveen?

De woningbouwcorporatie had een huurhuis aan de Ebbingestraat toegewezen aan een niet-Moluks gezin. Een broer van de overleden Molukse bewoner was afgewezen. Zijn inkomen lag boven de 34.678 euro per jaar en dan kom je volgens de Woningwet niet in aanmerking om het pand te huren.

Dat pikten de bewoners niet. Hun families betrokken de wijk in december 1962, en sindsdien zijn er afspraken dat Molukkers voorrang krijgen, aangescherpte Woningwet of niet. Dat toewijzingsbeleid geldt in veel van de ruim zeventig Molukse woonwijken in Nederland, waar 30 procent van de naar schatting 50.000 Molukkers woont. Van Assen tot Oost-Souburg, van Moordrecht tot Sittard. In die laatste stad brak in 2004 onrust uit toen de woningcorporatie in de Molukse wijk buitenstaanders wilde onderbrengen.

De wijken zijn cultureel erfgoed, zegt Melanie Tuasuun, ze maken deel uit van onze identiteit. Haar grootvader werd met zijn gezin en ruim 12.000 Molukkers in 1951 naar Nederland overgebracht, ten tijde van de dekolonisatie van Nederlands-Indië. De mannen hadden als militairen meegevochten in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Zodra het op de Molukken veilig zou zijn, werd beloofd, zouden ze teruggaan.

Maar dat gebeurde niet. De Molukkers werden uit het leger ontslagen en belandden in ‘woonoorden’, zoals Kamp Westerbork. Vanaf de jaren 60 betrokken ze eigen woonwijken, aan de rand van de bewoonde wereld. De overheid zag het niet zitten hen onder te brengen in gemengde wijken. En zelf hoefden ze ook niet zo nodig.

Het Hoogeveense standpunt heeft „niks te maken met wel of niet integreren”, zei burgemeester Loohuis. Met een sneer naar partijgenoot en Tweede Kamerlid Agnes Wolbert: „Iemand die zich niet verdiept in de historie wil Molukse wijken afschaffen. Die zouden leiden tot gettovorming. Maar we hebben hier in Hoogeveen helemaal geen getto. Deze bewoners doen prima mee. We hebben afspraken.”

Pas als er geen animo meer is onder Molukkers, verandert een Molukse wijk langzaam van samenstelling. Dat gebeurt in Bovensmilde (115 woningen), ziet woningbouwcorporatie Actium. Het vergt wel nauw overleg, waarschuwt bestuurder Marcel van Halteren, en goede begeleiding. „In een Molukse wijk zijn buitenstaanders gauw pestobject. Dat moet je voor zijn.”