Britse toezichthouder: dochter PostNL doet niets verkeerd

Whistl, dochter van PostNL, is geen oneerlijke concurrent voor Royal Mail. Dat bepaalde gisteren de Britse toezichthouder, die op verzoek van de Britse posterijen de ondernemingsplannen van beide bekeek.

Royal Mail had geklaagd dat Whistl, het voormalige TNT Post UK, zijn ondergang zouden betekenen. Het Britse bedrijf, vorig jaar geprivatiseerd, is gebonden aan wettelijke dienstverleningsregels. Die stellen dat de post zes dagen per week bij 29 miljoen huishoudens moet worden bezorgd. Daar vallen ook brievenbussen op het platteland of de afgelegen Shetland-eilanden onder. Dergelijke bezorging is onvoordelig, en Royal Mail vreest dat Whistl alleen dichtbevolkte steden zal uitkiezen. Moya Green, topvrouw van Royal Mail, zei vorige week tijdens een hoorzitting in het Britse Lagerhuis dat de wettelijke regels „onbetaalbaar” en „oneconomisch” dreigden te worden.

Tot nu toe bezorgt de Nederlandse dochter in Manchester en Londen, maar ze hoopt over vijf jaar bij 42 procent van de Britse huishoudens te bezorgen. In andere delen verzamelt en sorteert ze wel post, maar gebruikt ze Royal Mail voor de bezorging. Nick Wells, baas van Whistl, zei in het Lagerhuis dat het bedrijf daarvoor „een eerlijke en weerspiegelende prijs betaald”. Ook andere bedrijven begeven zich op de Britse markt.

Toezichthouder Ofcom vindt dat de concurrentie betekent dat Royal Mail wordt aangespoord efficiënter te werken. En „dat is cruciaal op de lange termijn”. Ofcom is wel een groter onderzoek begonnen naar de wettelijke regels waaraan het Britse bedrijf is gebonden.

De vakbond van postbezorgers reageerde gisteren woedend, en eist een juridisch onderzoek naar de toezichthouder. De CWU meent dat Royal Mail met een expliciete verwijzing naar efficiëntie een vrijbrief krijgt arbeidsvoorwaarden aan te passen. „Ofcom ziet toe op een race naar de bodem”, aldus Dave Ward van de vakbond.