Boe-salvo’s bij ‘Don Giovanni’ met softpornoscènes

Don Giovanni (Jean-Sébastien Bou) met Zerlina (Julie Mathevet) Foto Bernd Uhlig

Voor regisseur Krzysztof Warlikowski is Don Giovanni geen rokkenjager om bij te lachen, of om jaloers op te zijn. Zijn Giovanni refereert expliciet aan de film Shame (2011) van Steve McQueen: een opgejaagde seksverslaafde wiens gebrek aan rust vooral beklemmend is.

Wie Warlikowski’s Brusselse enscenering van Bergs opera Lulu zag (2012) was voorbereid op een dwarse visie. Maar dan nog gaat deze Don Giovanni verder dan je voor mogelijk houdt.

Stelling 1: Don Giovanni is een van de geniaalste opera’s ooit.

Stelling 2: Dat zit hem in de dubbelzinnigheid. Don Giovanni is een egoïstisch verleider en wordt gestraft, maar hij hééft ook iets. In verleiding is een beetje opportunisme velen van ons niet wezensvreemd, en van die darkside is Don Giovanni de patroonheilige. En dan is de opera óók nog erg grappig: een betoverende wisselwerking.

Afgaand op zijn consequent deprimerende interpretatie hecht Warlikowski meer waarde aan 1 dan 2.

Zijn regie is niet wars van humor (geestige pornoanimatie, hysterische dansers) en inventiviteit. Dat Don Giovanni de Commendatore (vader van Donna Anna) vermoordt in een van de loges, betrekt je direct bij het drama. Ook een vondst is het Don Giovanni op film aan het werk te tonen als versierder in de metro en in een vrij stevige softpornoscène daarna.

Het punt is alleen dat Warlikowski overall te karikaturaal te werk gaat. Waarom moet Donna Anna haar Don Ottavio nou ook nog een kogel door het hoofd jagen tijdens de slotscène?

Omdat Don Giovanni hier niet gaat over de dubbele moraal van verleiding, maar over de mens als destructief seksbeest. Coloraturen komen steevast voort uit orale bevrediging en de muzikale welvingen in tedere aria’s worden plastisch geïllustreerd door fluks afgestroopte rokken en bestiale seks (stijlfout van kostuumontwerpster Malgorzata Szczésniak: een Don Giovanni draagt natuurlijk géén witte sloggi).

Als in de dinerscène de Commendatore (fraaie rol van Willard White) verschijnt met anonieme boetelingenpuntmuts terwijl een zwarte danseres stuiptrekkend vomeert, is duidelijk: wie Warlikowski (niet Mozart) wil doorgronden, heeft daaraan een weektaak.

Er klonken een hoop boe-salvo’s. Al voor de pauze, en na de pauze in memorabele veelvoud. Maar er waren lichtpunten. Ludovic Morlot leidde het orkest van de Munt niet optimaal verleidelijk, maar de continuopartij bevatte verrassende wendingen. Daarbij is de cast goeddeels erg goed. Barbara Hannigan is een vocaal wat ‘kleine’ maar theatraal grootse, geweldig schaamteloze Donna Anna. Imponerend is het roldebuut van Rinat Shaham (een dramatische Donna Elvira). Andreas Wolf bleef theatraal wat bleekjes als Leporello,maar Jean-Sébastien Bou is een fraai zingende Giovanni die met geplaagde blikken het beste maakt van Warlikowski’s dominante concept.