Begin niet aan adoptie uit Afrika, dat is echt handel

Illustratie Pavel Constantin

Adoptie in Afrika is vaak handel. De natuurlijke ouders leven vaak nog. Het is beter om naar lokale opvang te zoeken, vindt Arne Doornebal.

Staatssecretaris Fred Teeven reist  nog voor kerst af naar de Democratische Republiek Congo, om het land ervan te overtuigen dertig kinderen die  door Nederlandse stellen zijn geadopteerd zo snel mogelijk af te laten reizen. Ik hoop dat crimefighter Teeven op tijd inziet dat het doorzetten van  deze reis medeplichtigheid aan kinderhandel betekent.

Een economische wet stelt dat waar  geld betaald wordt, er sprake is van  handel. Op internet is bij adoptiebureau Wereldkinderen een prijslijst te vinden die duidelijk maakt dat een  kind uit Colombia 16.000 euro  kost (exclusief reis naar het land) terwijl een Zuid-Afrikaans baby’tje voor een aantrekkelijker tarief van  12.500  euro te regelen valt. Het gaat om procedurekosten, kosten buitenland en bureaukosten. Er zijn wachtlijsten voor bepaalde landen, meisjes zijn  meer in trek. Zie hier vraag, aanbod,  vraagprijs, transactie. Kinderhandel  dus.

Begin jaren ’80 – toen er angst was  voor ‘de bom’ en er in Afrika twee keer  zoveel conflicten waren als nu– leek  het mijn ouders een goed idee om een  kind te adopteren. Immers, waarom zelf kinderen op de wereld zetten terwijl zoveel kinderen in bittere armoede opgroeiden? Maar al na één informatieavond was het plan van tafel. De  hebzucht van veel stellen stond ze niet  aan; het fanatisme waarmee vooral  stellen die zelf niet voor nageslacht  kunnen zorgen zich stortten op de heilige missie van het moeten ‘hebben’  van een kind.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Begin niet aan adoptie uit Afrika, dat is echt handel’ (€)