Basketbalstad Den Helder? Dat is een mythe aan het worden

De roemruchte basketbalclub in Den Helder werkt aan een doorstart na het faillissement gisteren. De oorzaak? „Kamikazebeleid.”

Den Helder-speler David Baldwin scoort in 1992 in de Haarlem Basketball Week tegen Nigeria. Foto ANP

De blonde barvrouw van sporthal Kingsdome in Den Helder bedoelt het goed. „Rob, gaat het nog een beetje?” Rob is Rob Waardenburg (43), tot voor kort eigenaar van basketbalclub Den Helder. Hij heeft een zware dag, zijn club is ’s ochtends failliet verklaard door de rechtbank in Alkmaar en nu loopt de curator rond in zijn kantoor.

Rekeningen zijn per direct geblokkeerd en de ontslagvergunning voor de spelers is bij het UWV aangevraagd, zodat ze hun achterstallige salaris krijgen. Waardenburg draait zich om en lacht moeilijk. „Het gaat fantastisch.”

De schuld van de club bedraagt 100.000 tot 200.000 euro, zei de curator gistermiddag in een persconferentie. De schuld van Kingsdome BV, voor de exploitatie van de sporthal, is nog „aanzienlijk hoger”. Hoeveel precies moet de komende dagen duidelijk worden. Dit is het derde faillissement van de club in korte tijd, na het bankroet in 2005 en 2009.

Port of Den Helder Kings – zoals de club officieel heet – is dit seizoen de verrassing in de eredivisie, de ploeg staat derde. Er wordt gewerkt aan een doorstart. Er is een nieuw bestuur gevormd, dat gisteravond voor het eerst bijeen kwam. Zij zouden toezeggingen hebben van bedrijven die een doorstart mogelijk moeten maken.

De nostalgie druipt van de wanden in de knusse basketbalhal van Den Helder. Zwart-wit afbeeldingen met voormalig succescoach Ton Boot en oud-sterspeler Cees van Rootselaar tekenen het roemruchte verleden van de club. Het zijn herinneringen aan een tijd dat Den Helder onoverwinnelijk was in Nederland. Vier keer op rij werd de club kampioen onder leiding van Boot, van 1989 tot en met 1992. Maar op een gouden verleden kan je geen basketbalclub runnen.

Vastgoedondernemer

Hoe kon het misgaan bij het voormalige basketbalbolwerk? In 2012 maakte de club zijn rentree op het hoogste niveau. Belangrijke man achter de wederopbouw is de lokale vastgoedondernemer Paul Mijnen. Met zakenpartner Rob Waardenburg wilde hij het topbasketbal in de marinestad (56.500 inwoners) laten herleven. Met hun bedrijf Dante Vastgoed verbinden ze zich voor vijf jaar als hoofdsponsor aan de club. Ze zetten hoog in: het eerste jaar top-4, het seizoen erop kampioen en dan Europa in.

Er wordt flink geïnvesteerd. Dure Amerikaanse spelers komen naar Den Helder. Woningen en auto’s worden door de club betaald. Vorig seizoen was de begroting van Den Helder 750.000 euro, vertelt Waardenburg. Veel te optimistisch. De club kreeg maar zo’n 250.000 euro binnen, aan wedstrijdrecettes en sponsorinkomsten.

De budgetten in het basketbal (een paar ton) zijn onvergelijkbaar met het voetbal (miljoenen). Het is een semiprofessionele sport, waar weinig geld te verdienen is. De club had een paar financiële tegenvallers. De hal moest voor 250.000 euro worden verbouwd in verband met brandveiligheid. En een van de hoofdhuurders van het pand – een sportschool – betaalde niet, de huurschuld liep volgens Waardenbrug op tot 150.000 euro.

‘Wanbeleid’

En er is „serieus wanbeleid gevoerd”, zegt een voormalige medewerker die anoniem wil blijven. Volgens hem hebben Mijnen en Waardenburg „geen moeite” met schulden. „De hele begroting was gebaseerd op bluf. Ze waren alleen gefocust op succes en aanzien.”

Hij spreekt over „kamikazebeleid”. De club kreeg een hoog show-off gehalte. Grote, dure LED-schermen werden gekocht voor in de basketbalhal, de leiding reed in kostbare leaseauto’s en rond wedstrijden was er een dj die tegen de 500 euro kostte.

Veel uiterlijk vertoon, terwijl sponsors niet toehapten. Dit voorjaar begonnen de schuldeisers steeds ongeduldiger te worden. Coaches en spelers kregen hun salaris niet. Vorige maand moest de Belgische coach Jean-Marc Jaumin noodgedwongen zijn huis in Den Helder verlaten, omdat de club de huur niet betaalde.

Net als bij veel andere basketbalclubs was Den Helder rond één suikeroom opgebouwd. Een risico. De grote klap kwam in oktober, met het terugtrekken van geldschieter Paul Mijnen. „De basis was te dun”, zegt Waardenburg. Veel andere sponsors uit de regio had de club niet. Den Helder een basketbalstad? „Dat is een mythe aan het worden.”

Thuisfront

Het uitgavenbeleid had wel wat minder gemogen, erkent Waardenburg. „Maar op dat moment vond iedereen het prachtig.” Ze nodigden mensen rond wedstrijden uit om gratis te eten en te drinken. „Maar we hebben er geen sponsor aan overgehouden. Sterker: alles en iedereen haakte af omdat ze niet geassocieerd wilden worden met schulden.”

Waardenburg heeft ook veel geld verloren aan het basketbalavontuur, zegt hij. De zakenman – die in de vastgoed en verzekeringen zit – verkocht in april twee assurantiebedrijven, vertelt hij. Om de gaten te dekken in het basketbal. „Het ging om 225.000 euro.”

Nu heeft hij niks meer. Binnen één dag van clubeigenaar naar ‘bestuurder met beperkte bevoegdheden’. „Ik ben echt alles kwijt. Mijn hele naam is naar de klote hier in Den Helder. Ik word als onbetrouwbaar geacht.”

Op steun van het thuisfront hoeft hij ook niet te rekenen, zegt Waardenburg. Zijn echtgenote begrijpt niet dat hij ooit in het basketbal is gestapt – terwijl hij niks met de sport had. Hij schudt zijn hoofd, daar krijgt hij geen steun van na het faillissement. „Het is heel eenzaam kan ik je vertellen.”