Achter het gordijn, waar leden hun joints roken

In Amsterdam is de eerste Nederlandse wietclub opgericht die teelt voor leden. Minister Opstelten wil dat niet hebben. Op de clubavond is de lucht blauw van jointrook.

Foto Thinkstock

Een zwaar gordijn onttrekt club Vibrasonica aan het zicht van de passanten op de Amsterdamse gracht. Miguel doet open en vraagt de bezoekers of ze lid zijn en waar ze voor komen. Dan gaan ze door een tweede gordijn en staan ze in een diepe kamer waar zo’n twintig bezoekers joints in alle maten rollen, met Auto Extreme of San Fernando Valley Kush.

Die beslotenheid doet denken aan een speakeasy of een kit. Maar het is niets van dat alles. Op deze avond ontvangen de leden van de cannabis social club Tree of Life hier hun wekelijkse rantsoen wiet. Bestuurslid Mila Jansen haalt uit een elegante tas van modewinkel Rum Amsterdam (‘tijdloze fashion klassiekers’) een doorschijnend blauw zakje met een paar gram Super Silver Haze. Bestuursvoorzitter Rosaria Ricci vergelijkt het nummer op het zakje met de ledenlijst en dan weet ze van wie deze portie is.

Is dit wel legaal?

Het idee is simpel: de club kweekt cannabis voor leden, die elke week 5 gram mogen ophalen op de besloten clubavonden. De contributie is 50 euro per jaar, een gram wiet kost tussen de 6,50 en 7,50 euro, afhankelijk van de kweekomstandigheden. Grote vraag: is deze club illegaal?

De regels voor gebruik van en handel in softdrugs in Nederland gaan halverwege over van wettig naar onwettig met daartussen een grijs gebied. Vijf gram voor eigen gebruik is toegestaan, dat mag je dus in de coffeeshop kopen. Maar: „Het is niet toegestaan om (thuis) wietplanten of hennepplanten te telen”, staat op rijksoverheid.nl. „Bij een hoeveelheid van 5 planten of minder wordt aangenomen dat er geen sprake is van beroepsmatig of bedrijfsmatig handelen. Deze situatie wordt gelijk behandeld als die waarin sprake is van een geringe hoeveelheid, bestemd voor eigen gebruik. Bij ontdekking doet u afstand van de planten en wordt u meestal niet verder vervolgd.”

In de club hebben ze op dit gedoogprincipe voortgeborduurd. Leden kweken voor andere leden, maar omdat niet alle twintig even goed kunnen kweken, is aan sommigen de verzorging van meer dan de gedoogde vijf planten toevertrouwd. Het voordeel is evident: betere wiet.

Maar het is onduidelijk of ‘vijf planten voor individueel gebruik’ geëxtrapoleerd mag worden naar een kwekerij met vijf of tien keer ‘vijf planten voor individueel gebruik’. Want dat is het principe: ieder lid ‘bezit’ vijf planten, om elke plant hangt een labeltje met de naam van het lid. En het uiteindelijke doel is een kas, of verschillende kassen – het bestuur zoekt al naar locaties – waarin veel planten worden geteeld met allemaal labeltjes eromheen.

„Als je honderd leden hebt”, zegt clublid Derrick Bergman, „dan kun je de planten echt gaan veredelen en krijg je de beste kwaliteit.” De Tree of Life afficheert zichzelf niet voor niets als een connaisseursclub.

Onder de psychedelische posters aan de muur zegt clubvoorzitter Rosaria Ricci: „Wij zorgen ervoor dat er geen verstrengeling meer is met de criminaliteit. Nu wordt op geheime kwekerijen cannabis geteeld voor coffeeshops, maar gaat ook een deel naar criminelen voor de export en straatverkoop. Dat gebeurt bij ons allemaal niet. Dit is een oplossing voor het probleem van criminele bevoorrading van coffeeshops.”

In het buitenland bestaan al jarenlang social cannabis clubs. In de Amerikaanse staat Colorado, in Tsjechië, Duitsland en Spanje (zo’n tweehonderd clubs rond Barcelona alleen al) en in België wordt wiet voor leden gekweekt. Joep Oomen van de Antwerpse club Trekt uw Plant is vanavond in Amsterdam. Twee rechtszaken werden er gevoerd tegen zijn club, beide keren kwam de rechter tot vrijspraak. Er loopt nog een proces tegen de tweede Belgische club, Mambo in Hasselt.

In Nederland werkt Tree of Life met open vizier en met medeweten van de overheid. Er is een website, een Facebookpagina en een Twitter-account. De vereniging staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (doel: „haar leden in staat stellen om gezamenlijk cannabis planten te verbouwen voor persoonlijk gebruik en binnen een besloten kring”), heeft een bankrekening, is bekend bij de belastingdienst en heeft via haar advocaat het Openbaar Ministerie op de hoogte gesteld. Ook politici en bestuurders weten ervan. Toen stadsdeelvoorzitter Ivar Manuel van Amsterdam-Oost burgemeester Van der Laan over het initiatief vertelde, vroeg die grappend: „Bel jij Opstelten of doe ik het?”

De minister ziet het niet zitten

Advocaat Adèle van der Plas staat de Tree of Life bij. „We hebben een gesprek gehad met officier van justitie Otto van der Bijl, belast met drugs- en horecazaken. Hij heeft beloofd ons initiatief te bespreken in de driehoek” van politie, burgemeester en OM. Een woordvoerder van het OM laat weten dat het onderzoekt „of de activiteiten van deze vereniging zijn te verenigen met het huidige softdrugsbeleid zoals dat onverkort door het OM wordt toegepast”. Een woordvoerder van minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) zegt: „Juridisch gezien is zo’n experiment in ieder geval niet mogelijk. In de ogen van de minister kan het niet. Het OM in Amsterdam geeft aan dat ze de zaak onderzoeken. Dat moeten we afwachten. Maar volgens internationale regels zullen lokale autoriteiten moeten optreden zodra bekend is waar de club de wiet kweekt.”

In Vibrasonica lijkt niemand zich zorgen te maken over een inval van de politie. Niet Rosaria Ricci. Niet Mila Jansen, ‘Hash Queen of Amsterdam’. Niet clublid Derrick die nog wel stoned kan worden van de gewone skunk uit een coffeeshop, maar die pas echt geniet van de goeie Super Silver Haze die hij hier verkruimelt. Ook niet de 21-jarige man die vanavond met zijn vriendin uit Rotterdam is komen rijden om kennis te maken en die als aspirant een sample mag proberen. „Dit is zeker de moeite waard.” Bestuurslid Ruud van Wieren zit op zijn knieën een jointje te rollen. „Ik laat me niet criminaliseren”, zegt hij. „Wij vragen alleen het recht om te genieten van deze goddelijke plant.”