Wie er gezakt zijn voor de stresstest, is geheim

Welke Nederlandse bedrijven zakten voor de Europese stresstest, is niet bekend. Maar wel dat ze last hebben van de historisch lage rentetarieven.

Premie-inkomsten lopen hard terug

Het gissen kan beginnen. Meerdere Nederlandse verzekeraars blijken gezakt te zijn voor de Europese stresstest. Dat blijk uit de resultaten die zijn gepubliceerd door de Europese toezichthouder op de pensioenfondsen en verzekeraars en De Nederlandsche Bank (DNB).

Om welke verzekeraars het gaat, is niet bekendgemaakt. In het scenario van de test werd gekeken of de Europese verzekeraars in staat zijn het hoofd boven water te houden bij een langdurige lage rente. Daaruit bleek dat de solvabiliteit – de verhouding tussen kapitaal en toekomstige verplichtingen – van ook een aantal Nederlandse verzekeraars niet voldoet aan de eisen. Met andere woorden: deze verzekeraars hebben onvoldoende buffers om een dergelijk ‘stress-scenario’ op te vangen.

In de stresstest is voor het eerst gemeten volgens de nieuwe solvabiliteitsregels, Solvency II, die per 1 januari 2016 van kracht worden. Om aan die nieuwe eisen te voldoen, roept de Europese toezichthouder de nationale toezichthouders op extra alert te zijn op de gevolgen van de lage rente op de verzekeraars. Anders dan het bankentoezicht dat begin vorige maand van de nationale toezichthouders is overgenomen door de Europese Centrale Bank (ECB), valt het toezicht op verzekeraars nog onder de nationale toezichthouders.

De Nederlandse toezichthouder DNB laat in een reactie weten dat hij met de verzekeraars in gesprek is over de uitkomsten van de stresstest. DNB verwacht dat de verzekeraars „de nodige maatregelen” zullen nemen om de „kwetsbaarheden” op te lossen.

Uit de test blijkt dat van de 225 verzekeraars die getest werden op bestendigheid bij een langdurig lage rente, rond de 16 procent (zo’n 36 verzekeraar) is gezakt voor deze test. Zo blijkt volgens DNB dat Nederlandse verzekeraars relatief gevoelig zijn voor een langdurige lage rente. Dit komt volgens de toezichthouder wellicht door de „langlopende verzekeringsverplichtingen en de korter lopende beleggingen”.

De historisch lage rentetarieven zijn bijvoorbeeld goed nieuws voor consumenten die nu een hypotheek afsluiten. Maar voor verzekeraars betekenen zulke tarieven dat ze veel meer kapitaal aan moeten houden om beloftes in de toekomst na te komen. Dat komt omdat de hoeveelheid kapitaal die zij als veilige buffer aan moeten houden voor toekomstige verplichtingen (denk aan bijvoorbeeld pensioenuitkeringen) wordt berekend met een zogeheten rekenrente. Met behulp van die rente zet een verzekeraar zijn toekomstige verplichtingen om naar een contante waarde nu; verdisconteren.

Hoe lager die rente, hoe lager het rendement dat verzekeraars behalen met hun beleggingen, hoe hoger de buffer die zij moeten aanhouden. Doordat ook die rekenrente de afgelopen rijd is gedaald, moeten verzekeraars dus hogere buffers aanhouden.

Behalve van de lage rente hebben Nederlandse verzekeraars ook last van een verzadigde verzekeringsmarkt. Veel Nederlanders zijn bijna overal voor verzekerd. Daarnaast is de markt voor (klassieke) levensverzekeringen weinig aantrekkelijk meer, doordat mensen steeds langer leven.

Van de Nederlandse verzekeraars deden grootste verzekeraars mee: Vivat (voorheen Reaal), Nationale Nederlanden, ASR, Achmea, Delta Lloyd en Aegon. Gemiddeld lagen hun scores in de test boven de drempel, maar welke verzekeraar niet aan de eisen voldeed, is niet bekendgemaakt.

Bij eerdere Europese stresstesten voor banken werd wel bekendgemaakt welke banken gezakt danwel geslaagd waren. Volgens een woordvoerder is de opzet van de test voor verzekeraars anders. „De stresstest voor banken was in aanloop naar de Europese bankenunie, waarbij zoveel mogelijk transparantie nodig was, zodat er in de toekomst niet nog allerlei lijken bij Europese banken uit de kast zouden komen vallen.”