Waar stopt Roesski Mir – de ‘Russische wereld’?

De Russische diaspora kan rekenen op steun van Moskou. Dat is vastgelegd in een heuse doctrine. Maar hoever gaat dat? En wie bepaalt wat een Rus is? Door Hubert Smeets

Wie aan een Rus komt, komt aan het Kremlin. Dat is geen vage politieke symboliek. Nee, dit uitgangspunt staat zwart op wit: in een alomvattende doctrine die president Vladimir Poetin in februari 2013 vaststelde. In dit Concept voor de buitenlandse politiek van Rusland staat dat alle „landgenoten in staat moeten zijn om hun rechten in hun landen van verblijf effectief te schragen”. Ook in den vreemde, te beginnen in het ‘nabije buitenland’ dat tot 1991 onderdeel was van de communistische Sovjet-Unie, respectievelijk het tsaristische Russische Rijk.

Economische handelsbelangen zijn hier van oudsher diep verankerd. Energievoorziening is afgelopen halve eeuw een effectieve hefboom geworden. Maar er is meer. Het Kremlin moet er volgens de doctrine van Poetin ook voor zorgen dat „de Russische diaspora zijn culturele en etnische identiteit kan bewaken”.

Het concrete beleid is op de Krim en het Oekraïense vasteland sinds februari operationeel en zichtbaar voor de hele wereld. Het concept wordt met vingeroefeningen bovendien ook elders in het ‘nabije buitenland’ beproefd. Bijvoorbeeld in Moldavië, waar zondag parlementsverkiezingen zijn gehouden. En in Kazachstan, Georgië en Letland: allemaal oud-Sovjetrepublieken waarover de president of zijn adviseurs zich pretentieus uitlieten.

Daarbij hoeft het niet te blijven. Want wat is een Rus? En wie bepaalt dat? Dat zijn serieuze kwesties. Het antwoord bepaalt de omvang van Roesski Mir, de ‘Russische wereld’, zoals ook het ‘maatschappelijke fonds’ heet dat president Poetin in 2007 liet oprichten om de Russische taal te steunen en te verbreiden.

Circa 280 miljoen mensen verspreid over de hele wereld spreken Russisch. Ruim 160 miljoen mensen gebruiken het Russisch als moedertaal, de rest als tweede taal. Grof genomen woont bijna de helft van de Russisch-sprekenden (moeder- plus tweede taal) buiten de Russische staat.

Taal en orthodoxie

Taal is van belang voor de Roesski Mir – dus ook voor de reikwijdte van de buitenlands politieke doctrine van het Kremlin – omdat de Russische taal het cruciale criterium is voor het Rus-zijn. Rus is namelijk geen etnische entiteit, zoals in een natiestaat als Polen, noch een politiek idee, zoals in de VS. Het Rus-zijn wordt gekenmerkt door twee andere hoofdzaken: de Russische taal en de christelijke orthodoxie die het land met zijn geest bijeenhoudt. Beide zijn in de ideologie rond het Oekraïneconflict een hoofdrol.

De Russisch Orthodoxe Kerk heeft dat idee vorige maand expliciet vastgelegd. Op 11 november kwam in de kathedraal Christus de Verlosser in Moskou het XVIII Mondiale Russische Volksconcilie bijeen. Het stelde vast dat 2014 een „keerpunt in de hedendaagse Russische geschiedenis” is geworden. „We konden ons niet voorstellen dat tanks, vliegtuigen en artillerie zouden worden ingezet tegen burgers, dat ouders, vrouwen en kinderen in vredige steden zouden worden blootgesteld aan beschietingen en bombardementen.” De soevereiniteit van Rusland en de eenheid van zijn volkeren staan op het spel, aldus de slotverklaring. „In deze situatie moet het Russische volk als nooit eerder zijn moed, beslistheid en saamhorigheid tonen.”

Russische ‘volkeren’: meervoud

Het meervoud ‘volkeren’ is geen toeval. Rusland beschouwt zich traditioneel als ‘veelvolkerenstaat’. Op het concilie verspreidde de kerk daarom ook een verklaring over de ‘Russische identiteit’ die deze multi-etnische wereld bijeen moet houden. Daarin staat onder meer het volgende: „Het Russische volk heeft van oudsher een gecompliceerde genetische structuur met Slavische, Fins-Oegrische, Scandinavische, Baltische, Iraanse en Turkse stammen”. Maar deze genetische rijkdom werd nooit een bedreiging voor de eenheid van het Russische volk. „De uniciteit van de etnogenetica van het Russische volk” wordt mede gevormd door zijn vermogen tot assimilatie van andere „etnische groepen”, zoals „Tataren, Litouwers, Joden, Polen, Duitsers, Franse en andere nationaliteiten”, aldus de kerkleiding in haar verklaring.

Een Rus, concludeert het patriarchaat In Moskou, „is een mens die zichzelf als Rus beschouwt; die geen andere etnische voorkeur heeft; die praat en denkt in het Russisch; die het orthodoxe christendom erkent als basis van de nationale geestelijke cultuur; die solidariteit voelt met het Russische volk”.

Solzjenitsyn

De definitie geeft de orthodoxe kerk een speciale positie. De Russische kerk beschouwt Moskou als leidende kracht van de maximaal 300 miljoen orthodoxen, die zich op hun beurt qua anciënniteit weer de eerste christenen ter wereld voelen. Deze definitie is bovendien ruim. Ze gaat in geografische zin verder dan de ‘Slavische Unie’ tussen Rusland, Oekraïne, Wit-Rusland en noordelijk Kazachstan die de anticommunistische dissident en balling Aleksandr Solzjenitsyn (1918-2008) bepleitte in zijn essay Hoe richten we Rusland in (1990). Solzjenitsyn beperkte zich tot de kern van de Oost-Slavische volkeren. De nieuwe Roesski Mir kan zich ook uitstrekken naar regio’s die geen Oost-Slavische achtergrond hebben maar door hun geopolitieke lot of oorlogsgeschiedenis ooit onder Russische invloed zijn gekomen dan wel door Moskou zijn bezet, zoals de Baltische landen, Moldavië en de Kaukasus.

De opvatting over het Rus-zijn mag dan grenzeloos zijn, er zijn tot nu toe wel degelijk grenzen. Hoewel Moskou sinds de ondergang van het Russische Sovjetimperium in 1989/91 de afgelopen twee decennia vijf militaire interventies in Zuid-Ossetië, Abchazië, Transnistrië, Krim en Oekraïne voor zijn rekening heeft genomen, nam het zich in de rest van de Slavische wereld gewapenderhand wel in acht. Via taal, kerk en gaspijpleidingen kan het Kremlin het nabije buitenland namelijk ook aan zich binden. Die middelen zet Moskou in als het vreest dat een deel van die Russische wereld in economische en politieke zin zou kunnen afdrijven naar het Westen. Een keuze voor Europa wordt dan primair opgevat als een keus tegen het unieke karakter van de Russische eigenheid.

Zodra het nabije buitenland daartoe aanstalten maakt, laat de Roesski Mir zich horen. Nu eens met warme pleidooien voor eenheid der broedervolken. Dan weer met onverholen dreigementen.