VN schrappen voedselhulp voor Syrische vluchtelingen in regio

Het Wereldvoedselprogramma kampt met geldgebrek. Veel landen hebben geld toegezegd, maar niet overgemaakt.

Een voedseltekort dreigt voor meer dan 1,7 miljoen Syrische vluchtelingen in het Midden-Oosten wegens een geldtekort bij het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. Dat heeft de organisatie gisteren bekendgemaakt.

Door het tekort aan geld is de VN-organisatie per direct gestopt met het uitdelen van voedselbonnen aan vluchtelingen in Jordanië, Libanon, Turkije, Irak en Egypte. Ruim 3,2 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht, de meeste naar buurlanden. In Syrië zelf zijn nog eens 7,6 mensen ontheemd geraakt sinds drie jaar geleden de opstand tegen president Assad uitbrak.

WFP-directeur Ertharin Cousin zegt dat de gevolgen desastreus kunnen zijn. „Een opschorting van het voedselhulpprogramma is gevaarlijk voor de gezondheid en de veiligheid van deze vluchtelingen en zorgt in de buurlanden voor grotere spanningen, instabiliteit en onveiligheid.”

De Wereldvoedselorganisatie stelt per direct 64 miljoen dollar nodig te hebben om de vluchtelingen in december van voedsel te kunnen voorzien. Veel landen hebben wel geld toegezegd, maar niet overgemaakt. Zodra de donoren dat doen, worden er weer voedselbonnen uitgedeeld.

De WFP heeft sinds het begin van het conflict in Syrië eind 2011 in totaal meer dan 800 miljoen dollar aan voedselhulp verdeeld onder de vluchtelingen. De organisatie claimt in totaal ruim 1,5 miljard dollar nodig te hebben gehad. Dat betekent dat maar 56 procent van het geld daadwerkelijk door donoren is overgemaakt.

Libanon (1,1 miljoen), Turkije (1,1 miljoen) en Jordanië (600.000) zijn overweldigd door een enorm aantal vluchtelingen. De voedselbonnen komen ten goede van lokale ondernemers in de landen die de vluchtelingen opvangen, stelt de VN-organisatie. De tijdelijke stop op het uitdelen van bonnen is volgens de WFP daardoor ook een ramp voor de lokale economieën.