Verliefd op die charismatische jihadisten

Het brein van de puberende moslim en moslima in een wankele wereld is ontvankelijk voor radicale standpunten en handelingen. Tegenover hun hersenspoelingen is klare taal van ons nodig, schrijft Hennie Harinck.

Ik heb wat met knappe baardmannen à la Che Guevara en Jezus Christus. Dat ik op charismatische leiders met een ideologisch dan wel spiritueel aura val, merkte ik voor het eerst toen ik als zestienjarige een yogacursus volgde. Mijn leraar was een zwijgende Zeeuw die op de Jezus van de bidprentjes leek, inclusief baard. Ik raakte in de ban van hem. Hij bezat kennis die ik ontbeerde. Hij wist iets van de wereld dat ik nog moest ontdekken. Als hij me had gevraagd een dag lang op mijn kop te gaan staan – ik had het gedaan.

Nu, veertig jaar later, begin ik iets meer van het raadsel van die aantrekkingskracht te begrijpen. Het heeft te maken met een verlangen naar een oertoestand. Niet dat ik terug wil naar de grot, gekleed in berenvellen. Nee, dat soort oer bedoel ik niet. Het is eerder het overweldigende gevoel dat je als tiener overvalt als je voor het eerst de arena van het hormonale strijdgewoel betreedt. Dat er in dat wankele tijdsgewricht van de puberteit iets aan de hand is dat van alle tijden is, zie ik weerspiegeld in de jonge moslima’s van nu die als een blok vallen voor een internetjihadist die hen tijdens de huwelijksinzegening via Skype laat dromen over de ideale wereld. Een wereld waarin je als vrouw weet wat je van een man mag verwachten. In dat gedroomde land zal hij je subiet bevruchten en na gedane arbeid het veld en de bergen intrekken om de vijand uit te schakelen, de vijand die je nog niet echt kende maar je wilt maar al te graag geloven dat de ongelovigen en de afvalligen het stichten van een rechtvaardig kalifaat in de weg zitten en derhalve ter plekke moeten worden uitgeschakeld.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Verliefd op die charismatische jihadisten’ (€)