Thuisschool

Schrijfster Pia de Jong verhuisde met haar gezin van Amsterdam naar Princeton, in de Verenigde Staten. Ze schrijft over wat haar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Mijn tienerdochter kijkt met één oog naar de spiegel en met het andere naar haar iPad. Ondertussen probeert ze een zwart lijntje te trekken boven haar oog. „He, dat is Emma”, zeg ik, als ik het blonde meisje zie dat op de tablet voordoet hoe je zo’n lijntje perfect trekt. „Die heb ik al een poosje niet meer gezien.”

„Klopt. Ze is van school af”, zegt mijn dochter.

„Welke school zit ze nu dan?”, vraag ik.

„Ze gaat helemaal niet meer naar school”, antwoordt ze. „Ze doet nu dit. Thuis.” Emma blikt met zwoele kattenogen de camera in. Een veertienjarige vamp.

„Ik mis haar wel hoor”, zegt ze. „Maar we hebben nieuwe kinderen in de klas, een Indiase tweeling. Ze hebben nooit op school gezeten. Maar ze zijn veel te goed voor onze klas. Volgens de juf zouden die al naar de universiteit kunnen.”

Homeschooling is hier de gewoonste zaak van de wereld. Kinderen gaan periodes niet naar school, dan weer wel, of soms helemaal niet. Een leerplichtwet is er niet. Er zijn ouders, zoals van deze tweeling, die het woord school in thuisschool bloedserieus nemen. Die reiken zo veel kennis aan dat hun kinderen snel door alle reguliere stof heen zijn.

Aan de andere kant van dit spectrum zit de familie die ooit een paar maanden naast ons woonde in Californië. De alleenstaande moeder ging ’s ochtends naar de universiteit voor haar promotieonderzoek, terwijl haar vijf kinderen de hele dag maar wat aan rotzooiden. Het oudste kind, een bijdehante twaalfjarige, voedde de rest van een paar dollar per dag. Af en toe paste ze op en dan was er weer wat extra geld. Eén keer per week kwam de bibliotheekbus langs en dan leenden alle kinderen boeken. Veelal plaatjesboeken, want het was onduidelijk of ze konden lezen.

Er zijn zelfs ouders die geloven dat je kinderen compleet vrij moet laten en niets moet aanreiken. Geen georganiseerd systeem of gedachtenpolitie. Nee, leren moet spontaan uit het kind zelf komen, pas wanneer het eraan toe is.

Zoals de ouders van een jonge getalenteerde fysicus hier in Princeton. Zij maakten een wereldreis per zeilboot en namen hem en zijn zusje mee. Van zijn elfde tot zijn zestiende leefde hij op die kleine boot. Leerstof werd hem niet aangeboden. Ze ontmoetten geen andere kinderen. Ze waren alleen op de boot, met de wind in hun haren.

Hoe het met al die thuisscholieren afloopt als ze het huis verlaten, is moeilijk voorspelbaar. De hoogopgeleide kinderen kunnen lang niet altijd aarden op de universiteit, vaak omdat ze een gebrek hebben aan sociale vaardigheden. De zeilende jongen bedacht zelf op een dag een natuurkundige formule en zo gauw hij van boord ging, meldde hij zich bij de universiteit. Hij bleek de perfecte doe-het-zelfonderzoeker te zijn.

En Emma? Ik kijk naar het fragiele gezichtje van deze veertienjarige. Het kan alle kanten opgaan met dit mooie meisje. Ik hou mijn hart vast.

„Doet ze dit nu de hele dag?”, vraag ik voorzichtig.

„Nou en of”, antwoordt mijn dochter terwijl ze misprijzend naar het vlekkerige bibberlijntje boven haar oog kijkt. „Kijk maar hoe goed ze is.”

„Maar hoe moet dat nu verder?”, vraag ik. „Wat moet ze later worden?”

„Later?”, zegt mijn dochter. „Ze is nu al rijk! Ze prijst de nieuwste producten aan van een beroemd make-upmerk. Als ze dat goed doet, krijgt ze veel geld. Ze ontwerpt nu haar eigen kledinglijn. Ik kan niet wachten.”