Rotterdam krijgt uniek fusietheater

Regisseur Johan Simons wordt de artistiek directeur van een nieuwe fusie-instelling Theater Rotterdam. Hoe dat allemaal moet is nog vaag.

De fusie tussen de Rotterdamse Schouwburg en het Ro Theater is eigenlijk een oud idee. Al in 2006 hadden Johan Simons en toenmalig schouwburgdirecteur Jan Zoet het plan om het theater en gezelschap samen te voegen onder één leiding. Naar Duits model. Met de raden van toezicht, met subsidieverschaffers en met andere culturele instellingen voerden ze verkennende gesprekken. Maar het Ro Theater had nog maar net Alize Zandwijk als artistiek directeur aangesteld en vond dat zij eerst een kans moest krijgen. Dat respecteerde Zoet destijds.

Vier jaar later haalde Zoet het plan voorzichtig weer uit de kast, dit keer niet om in één keer een volledige fusie te bewerkstelligen, maar wel om belangrijke stappen op weg te zetten. De schouwburg en Ro Theater gingen nauwer samenwerken, de afdeling marketing werd bijvoorbeeld gedeeld. Zoet vertrok vorig jaar, maar de gesprekken werden voortgezet. Al bijna een jaar gonsden de geruchten dat de fusie er zou komen, maar steeds waren er „details waar men het nog niet over eens was”. Nu zijn ze eruit. Vanaf 2017, als de nieuwe subsidieperiode aanvangt, hebben theater en schouwburg één organisatie en één raad van toezicht.

Het is uniek in Nederland. De afgelopen tien jaar zijn Stadsschouwburg Amsterdam en Toneelgroep Amsterdam wel nauw gaan samenwerken, maar het zijn nog steeds twee gescheiden organisaties. In Den Haag kruipen de Koninklijke Schouwburg en het Nationale Toneel steeds dichter naar elkaar toe. Ook daar is marketing al gedeeld en hebben ze één afdeling voor fondsenwerving bij bedrijven en particulieren.

Rotterdam gaat nu nog een stap verder en wil zoals in Duitsland en België één stadstheater. En daar heeft Johan Simons volop ervaring mee opgedaan als artistiek directeur bij j NT Gent en intendant bij de Münchner Kammerspiele. Maar de invulling is nog vaag.

Simons zal de nieuwe artistieke leider die nu voor het Ro Theater wordt gezocht klaarstomen voor het artistiek directeurschap van beide organisaties, zo is de bedoeling. Maar betrokkenen zetten vraagtekens bij die constructie. Marjolijn van Heemstra, als theatermaker verbonden aan het Ro: „Wie gaat dat doen? Wie gaat er als artistiek leider onder Johan Simons werken? Dat wordt een onmogelijke positie.” Zelf ziet zij meer heil in een ‘pool van makers’ onder Simons. „Je hebt mensen nodig met voet aan de grond, die Rotterdam gezicht geven. Een stadstheater moet ook kleinezaalproducties maken, en wijkprojecten doen. Dan kan Simons daarnaast internationaal opereren. Die combinatie lijkt me spannend en inspirerend.”

Ook de internationale plannen moet Simons verder nog invullen. Theater Rotterdam krijgt nu 8,5 miljoen euro subsidie van de gemeente. Ro Theater krijgt daarnaast nog 1,5 miljoen rijkssubsidie en wil graag een miljoen meer erbij na 2017. Samen is dat beduidend minder dan de 33 miljoen euro waar Simons over beschikt in München. De grote, internationale producties die hij voor ogen heeft, kosten gemiddeld een half miljoen. Mirjam Koen, artistiek leider van het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam: „Het is afwachten of het hem lukt, met veel minder geld dan hij nu gewend is. Al is het natuurlijk een Big Name, en dat legt wel gewicht in de schaal.” Als er geen geld bijkomt, kunnen het gunstig aangaan van internationale co-producties of een beroep op Europese theaterfondsen deels uitkomst bieden.

Nieuw zijn de ambities van Simons voor een internationaal ensemble niet. Met de Vlaamse regisseur Luk Perceval praatte hij al over de wenselijkheid ervan, toen hij tien jaar geleden zelf nog ZT Hollandia in Eindhoven leidde en Perceval het Toneelhuis in Antwerpen. Als directeuren van het Thalia Theater in Hamburg en de Münchner Kammerspiele sloten ze al een samenwerking. En de afgelopen periode spraken ze over de mogelijkheden voor samenwerking tussen NT Gent (waar Simons voor de tweede keer directeur wordt), Hamburg en Rotterdam. Volgens Perceval delen ze hun idealisme: „We moeten in theater meer op zoek gaan naar wat we delen, wat universeel is. Zo kunnen we ons teweerstellen tegen defensieve nationalistische reactionaire bewegingen.”

Wim Opbrouck, nu nog artistiek directeur bij NT Gent, noemt het over de grenzen kijken hard nodig. „Ook in België wordt nu bezuinigd. Als je een groot ensemble wilt bouwen, dan moet je partners vinden in Europa.” Concreet zijn de plannen nog niet. Perceval: „We zullen met butsen en builen moeten experimenteren hoe we de Duitse, Vlaamse en Nederlandse acteurs samenbrengen. Het zal stap voor stap gaan. Maar we zijn zeer gebrand op die nieuwe piste.”