Ranzig bier, smerige straten en oorlogstrauma’s

Tv-serie over gevaarlijke straatbende in Birmingham aan het begin van de twintigste eeuw.

De gang van Peaky Blinders met in het midden hun aanvoerder Thomas Shelby (Cillian Murphy) die nogal rap is met scheermesjes.

Birmingham, Engeland, 1919. Onder de rook van de fabrieken worden de modderige straten van de wijk Small Heath bevolkt door tuig, sloeries en smoezelige kinderen. Op straathoeken zijn opstootjes, vrouwen worden met geweld in steegjes getrokken.

In deze mistroostige setting speelt het verhaal van Peaky Blinders zich af. De naam van de BBC-serie, een bedenksel van de Britse scenarioschrijver en regisseur Steven Knight, refereert aan een gevaarlijke criminele jeugdbende die aan het begin van de twintigste eeuw de straten van Birmingham onveilig maakte. De leden waren extreem gewelddadig, hun tegenstanders verminkten ze met hun petten waarin scheermesjes zaten verborgen.

In deze dramaserie staat de familie Shelby aan het roer van Peaky Blinders. De gang verdient voornamelijk geld met afpersing en illegale weddenschappen bij de paardenrennen. Daar komt verandering in als een krat met geweren vermist raakt uit een plaatselijke wapenfabriek. Winston Churchill – dan nog minister van Oorlog en minister van Luchtvaart – stuurt een meedogenloze politiechef uit Belfast (Sam Neill) naar de wijk om orde op zaken te stellen. Daar komt hij te staan tegenover de jonge Thomas Shelby (Cillian Murphy) die zijn positie binnen de Blinders-gang probeert te verstevigen. Door Shelby’s onwrikbare houding raken politie, rivaliserende bendes, Communistische revolutionairen en leden van de IRA al snel met elkaar verwikkeld in een harde strijd.

Op het eerste gezicht lijkt de serie het Britse antwoord op Boardwalk Empire, het groots opgezette tv-drama van producent Martin Scorsese over Atlantic City in 1920 ten tijde van de drooglegging. Maar waar de Amerikaanse serie zich voornamelijk afspeelt in de wat gegoede sociale milieus van Atlantic City, gaat het in de Britse serie vooral om het gepeupel op straat. De sfeer heeft dan ook meer overeenkomsten met Gangs of New York, de grootscheepse filmreconstructie door – wederom – Martin Scorsese van het etnische geweld in Manhattan halverwege de 19de eeuw. Ook in Birmingham zie je, hoewel minder sensationeel gefilmd, de dampen van ranzig bier, zweterige kleding en menselijke uitwerpselen uit allel straathoeken opstijgen.

Peaky Blinders is, kortom, een bekend gangsterverhaal, op een degelijke manier verfilmd. Maar het zijn vooral de naweeën van de Eerste Wereldoorlog die de serie zijn meerwaarde geeft. In Groot-Brittannië liepen na het einde van de oorlog zo’n 80.000 soldaten rond met posttraumatische stresstoornis (PTSS). Ook Shelby wordt geplaagd door levendige nachtmerries waarin de gruwelijkheden van de oorlog terugkeren. Om zijn leed te onderdrukken wendt hij zich tot de opiumpijp en vindt hij troost bij een wit paard waarmee hij zich identificeert.

Maar er rennen meer verloren zielen rond: al meteen in de eerste aflevering is er een oud-soldaat die de cafés onveilig maakt met zijn onvoorspelbare gedrag. Dat de bevolking eist dat deze man, net als het witte paard van Shelby dat een ziekte blijkt te hebben, uiteindelijk moet worden afgeschoten omdat er toch niets te doen valt aan zijn treurige conditie, geeft wel aan hoe hoe hopeloos het was gesteld met de (psychiatrische) zorg in die tijd.

De mens, uiteindelijk is hij niet meer waard dan een kerkrat.