Ook, nee, júist de overheid moet de rechter gehoorzamen

Mag de staat een vonnis van de rechter naast zich neerleggen? Mag de staat ambtenaren die voor de rechter moeten getuigen, instrueren te zwijgen? Als burger voel je meteen aan wat het antwoord is. Nee dus. De kern van de rechtsstaat is dat recht en wet voor iedereen gelden – en dat ook de overheid zich daaraan houdt.

Als dat niet zo is, ontstaan er immers chaos en willekeur. De rechter kan er dan net zo goed mee ophouden en voortaan (ook) instructies uit Den Haag aannemen: hoe had de macht het gehad willen hebben? In andere landen heet dat ‘telephone justice’.

Een overheid die à la carte vonnissen aan haar laars lapt, zet de bijl aan de wortel van de rechtsstaat. De woordkeus is van de president van het Gerechtshof Arnhem/Leeuwarden Fred van der Winkel, vrijdag in Nieuwsuur. Hij kondigde aan bij het Openbaar Ministerie tegen „derden” aangifte te hebben gedaan die „namens het ministerie van Financiën” getuigen opdroegen te zwijgen.

In het meestal vrij onberispelijke evenwicht dat de drie staatsmachten hier onderling houden, is dat een letterlijk ongehoord signaal. Deze aangifte opent de weg naar strafrechtelijke vervolging van de ambtelijke en politieke top van Financiën. En wel omdat de landsadvocaat in de rechtszaal erkende dat er „op hoog niveau afstemming plaatsvond”, omdat er „andere belangen” spelen. Sublieme arrogantie van de macht dus, die zich aanmeet de rechter te blinddoeken en de burger te knevelen die bezwaar maakte tegen een naheffing van de belastingen en deels al gelijk kreeg.

Hoe het zover heeft kunnen komen, is achteraf nog het grootste raadsel. Eerder legde de staat zich namelijk neer bij een beslissing van de rechtbank dat hij de identiteit van een anonieme tipgever moest onthullen en diens gelekte informatie moest delen. Hoger beroep vond de staat toen niet nodig; maar gehoorzamen kennelijk ook niet. Nu stond het hof voor een voldongen feit. Het gaat nu niet meer over de kwestie zelf (zwart geld/anonieme tipgever) maar over de integriteit van de rechtsstaat.

Was de staat wel in hoger beroep gegaan, dan was het vermoedelijk nooit zo ver gekomen. De Hoge Raad vindt namelijk dat de burger die op basis van informatie van een anonieme tipgever fiscaal wordt aangeslagen, voldoende beschermd is. De rechter kan de weigering van de overheid om de bron bekend te maken immers afstraffen met het vernietigen van de aanslag. De hoogste rechter in Straatsburg vindt overigens dat geheimhouding alleen mag als er „essentiële nationale belangen” mee zijn gemoeid. Die slag heeft de staat echter verloren, in deze casus gek genoeg in laagste instantie. De staat heeft nu maar één keus. Gehoorzaam de rechter: a.s.a.p.