Ook de media voeren oorlog

Israël en Palestina hebben niet alle beeldvorming in de hand. Maar er is zeker sprake van een grote mediastrijd.

Wie beïnvloedt wat achter de schermen?

Traangasaanval door het Israëlische leger in juli 2009 tijdens protesten bij de Israëlische afscheidingsmuur.Foto AFP/ABBAS MOMANI

Nee hoor, het Israëlische leger had afgelopen mei helemaal niet met scherp geschoten. Misschien waren de twee 17-jarige Palestijnse demonstranten wel gedood door Palestijnen. Wacht even, is er een filmpje met bewijs? Dat moet dan zijn geredigeerd. Het leger suggereerde dat een van de slachtoffers zijn val in scène had gezet. Verslaggevers van Israëlische media namen deze lezing over, en schreven over de uitmuntende acteerprestaties van de jongen.

Totdat er vorige maand een agent werd gearresteerd. Hij wordt ervan verdacht wel degelijk met scherp te hebben geschoten. Inmiddels is er een sociale mediacampagne gestart waarin tienduizenden Israëliërs hun steun betuigen aan de agent.

Israël en Palestina zijn, behalve in een langlopend conflict, ook verwikkeld in een mediaoorlog. Elk jaar publiceert de ngo Verslaggevers Zonder Grenzen (VZG) een rangschikking van alle landen op basis van hun persvrijheid. De positie van sommige landen, schrijft VZG dit jaar, wordt beïnvloed door een neiging om nationale veiligheidsbehoeften al te overdreven en verkeerd te interpreteren. Dit gaat ten koste van het recht op informeren. „Deze trend […] brengt zelfs de vrijheid van informatie in gevaar in landen die worden beschouwd als democratieën.”

Als er één democratie op haar nationale veiligheidsbehoeften hamert, is het wel Israël. Het land staat 96ste van de 180 onderzochte landen, tussen Ecuador en Kirgizië in. Dat is nog altijd 42 plekjes hoger dan Palestina, dat zich nestelt tussen Libië en Tsjaad. Waar in Israël de vrijheid van informatie soms wordt opgeofferd aan de nationale veiligheid, lijkt er in Palestina nauwelijks sprake van een dergelijke vrijheid. Journalisten worden onder druk gezet om het officiële verhaal van de autoriteiten na te vertellen. Eigen journalistiek onderzoek wordt niet gewaardeerd.

Het is belangrijk om te beseffen dat Israël een land is, en Palestina niet. Israël beschikt over een gelegitimeerde, functionerende overheid, met ministeries die beleid uitzetten, democratische controle door een parlement en rechterlijke toetsing. Net als in Nederland beschikt elk van die ministeries over een batterij voorlichters die in vloeiend Engels hun zegje kunnen doen over het Israëlische beleid.

Ook Palestina beschikt over een regering, maar die functioneert slechts bij gratie van Israël. De belangrijkste taak van de Palestijnse Autoriteit is om samen met Israël de kalmte te bewaren op de Westelijke Jordaanoever. Voorlichters zijn er wel, maar hun Engels is net zomin gestroomlijnd als het beleid dat ze verkondigen.

In de Gazastrook, waar Hamas de dienst uitmaakt, is de situatie nog veel vager. Omdat Hamas door Israël wordt beschouwd als een terroristische organisatie en omdat Israël de Gazastrook al jaren aan een blokkade onderwerpt, krijgen instituties daar nog veel minder kans om te groeien dan op de Westelijke Jordaanoever.

Hetzelfde verschil in professionaliteit uit zich op Twitter. Het Israëlische leger, bijvoorbeeld, pakt daar dagelijks uit met gelikte bijdragen, liefst voorzien van foto’s van knappe jonge soldates. Voor zover Hamas al zichtbaar is op Twitter, is dat met een account in het Arabisch. Twitter heeft zelfs een aantal accounts van Hamas verwijderd vanwege de teksten die daar werden gebezigd. De Palestijnse beweging wordt door het Westen immers beschouwd als terroristische organisatie.

Maar Israël en Palestina hebben niet alle beeldvorming in de hand. Neem de Deense journalist Allan Sørensen, die tijdens de Gaza-oorlog een foto op Twitter plaatste van Israëliërs die op een heuveltop naar de bombardementen in Gaza kijken en klappen als ze een knal horen. Deze tweet werd meer dan twaalfduizend keer geretweet, wat betekent dat miljoenen mensen hem in hun timeline hebben gehad. Daar kan geen propaganda tegenop.