Column

Omdat mijn fiets daar stond en ik zwart was

Sunny Bergman in ‘Zwart als Roet’ (2DOC/VPRO).

Er zijn twee passages in Sunny Bergmans documentaire Zwart als Roet (2DOC/VPRO) nu al voorbestemd klassiek te worden. De eerste was al ruim voor de uitzending van gisteren viraal verspreid: de regisseur, geschminkt als klassieke Zwarte Piet, die in een Londens park buitengewoon agressieve reacties oproept, van zwarte en witte passanten. Zoiets kan toch niet meer in 2014: blackface en slavenboten? Onbegrijpelijk dat die Hollanders dat niet snappen.

Er viel nog tegen in te brengen dat die Engelsen onze tradities niet kennen, zoals Matthijs van Nieuwkerk tegensputterde in DWDD, maar als je even doordenkt is dat geen valide argument.

De tweede onvergetelijke test van wat wel „het witte privilege” wordt genoemd, de vanzelfsprekende voorkeursbehandeling van blanken, valt niet meer te weerleggen. De camera legt vast hoe drie mannen van dezelfde lengte en leeftijd, en identiek gekleed, achtereenvolgens het slot openzagen van een fiets met kinderzitje in het Vondelpark. De blanke man wordt ongemoeid gelaten of krijgt hulp van omstanders: we raken allemaal wel eens een sleuteltje kwijt.

De bruine man wordt aangesproken door omstanders met de vraag wat hij aan het doen is. De zwarte man wordt assertief belemmerd, de politie wordt gebeld en komt meteen, om te vragen wat hier het verhaal is. De omstanders die niets deden, vertellen op camera dat ze louter uit angst hun mond hielden.

Sunny Bergman, die actief meedeed aan de campagne „Zwarte Piet Is Racistisch”, begint haar film met het verwijt dat ze te vooringenomen zou zijn om een film over het onderwerp te maken. Haar tegenargument luidt dat in Nederland niemand meer onbevooroordeeld is. Bovendien, zo toont ze later aan, geldt objectiviteit in Nederland alleen als het om witte mensen gaat.

Er is ook geen overwegend bezwaar te bedenken tegen een documentaire die een bepaald standpunt wil uitdragen. Michael Moore doet het voortdurend, Sunny Bergman ook, maar dan met meer rationele argumenten en minder exploitatie van emoties.

Opvallend is wel dat ze weer, net als in haar films over de cosmetische chirurgie en de vooroordelen tegen seksueel actieve vrouwen, zichzelf in een slachtofferrol positioneert. Dit keer wordt ze beschimpt door een oud-huisgenoot, de Jamaicaanse Folly, omdat ze nooit haar racistische vooroordelen in de gaten had. Ze voelt zich gekrenkt door zijn verwijten, maar dat is instrumenteel. Zo laat de film ons zien hoe voorstanders van Zwarte Piet zich voelen, als ze tot hun verbijstering voor racist aangezien worden.

Zwart als Roet heeft de potentie om veel twijfelaars aan het verstand te brengen dat rassenvooroordelen ook in Nederland wel degelijk bestaan. Zelfs VPRO-directeur Lennart van der Meulen heeft in de film moeite dat toe te geven: hij voelt zich ook wel eens uitgesloten. Zo levert de film ook kritiek op het witte establishment in de media, dat de tegenstanders van Zwarte Piet consequent als radicalen aanwees, ongeveer net zo erg als de scheldende fans van de zwarte knecht.

Het verhitte debat over Zwarte Piet zou achteraf wel eens een keerpunt kunnen betekenen in de ontwikkeling naar een volwassener benadering van minderheden, zoals in Engeland en de VS. En daartoe is Zwart als Roet de sleutelfilm.